Wat er nu in Rolle arriveert, is ander volk

Niet dat de Zwitsers in het dorp Rolle tegen buitenlanders zijn. Want dat zijn ze niet. Maar hun steun voor populistisch rechts komt doordat het leven door de komst van de nieuwelingen zo drastisch verandert.

Wie er nu in Rolle arriveert, is ander volk Illustratie Eliane Duvekot Duvekot, Eliane

De ronde toren van ons kasteel, zegt Paulette Farner, was vroeger een gevangenis. „En de houten latrine, ziet u die: dat houten huisje aan het water, dat met die loopbrug met het kasteel verbonden is? Die heeft de vrouw van de eigenaar laten bouwen. Mooi hè. Die kasteelheer kwam uit Bern. Hij heette...”

Als Farner eenmaal begint, houdt zij niet meer op. Maar dat was precies de bedoeling. Farner is de lokale historica van Rolle, een piepklein pittoresk stadje halverwege de dorpenweg tussen Lausanne en Genève. Ze is een kwieke oudere vrouw met wit haar. De vraag aan haar was: wat gebeurt er met Rolle, nu de ene multinational na de andere hier zijn hoofdkwartier vestigt? Farner antwoordde: „Kunt u vrijdagmiddag? Mooi. Half twee in de cour van het kasteel. Wie het nieuwe Rolle wil doorgronden, moet het oude kennen.”

Rolle is prachtig. Pastelkleurige middeleeuwse huizen met verweerde houten prieeltjes in de tuin die pal aan het water staan. Een robuust elfde-eeuws kasteel, gebouwd door de heren van Savoie die de (zwarte) handel over het Meer van Genève wilden beheersen. Oude fonteintjes waar ooit zondaars werden beschimpt, charmante binnenplaatsen. Er zitten antiquairs, maar ook een slager die nog barde verkoopt: een dunne plak vet spek waarin je vlees wikkelt. Cafés serveren malakoffs (gefrituurde ballen kaas), de lokale specialiteit. Ommuurde weggetjes voeren omhoog door de wijngaarden, naar boerderijen. Iedere derde bewoner, voorzover die nog Zwitsers is, heet Moinat. Dit lijkt La Suisse profonde – de aangeharkte versie, maar toch zo van een ansichtkaart geplukt.

Maar aan de randen van Rolle worden velden en wijngaarden geëgaliseerd. Kranen steken boven leien daken en dakkapellen uit. Er verrees al een betonnen doos die A-One Business Center heet. „Die naam alleen al!” zegt een boer wiens hoeve hier nu op uitkijkt. In het center zitten internationale bedrijven. Yahoo, Chiquita, Nissan, Cadbury Schweppes, Honeywell, ADM. Iedere twee, drie maanden komt er een nieuwe bij. Buitenlandse holdings krijgen tegenwoordig hyperlage belastingtarieven als ze hun Europese hoofdkwartier in Zwitserland neerzetten.

Nu verrijst het Rolle Business Center. Overal staan portokabins met tijdelijke kantoren erin. Internationale relocatiecentra met namen als Primacy zoeken koortsachtig woonruimte voor expats die halsoverkop met deze bedrijven mee verhuizen. Maar huizen zijn schaars. Rolle is klein. Als er wat leeg staat, is het niet te betalen. Huizenprijzen in Rolle zijn de laatste zeven jaar met 57 procent gestegen. Dat is meer dan elders aan deze goudkust. Daar is dezelfde ontwikkeling gaande, maar meer geleidelijk.

Stad en kanton Genève zijn volgebouwd. Buitenlandse holdings waaieren uit naar het naburige kanton Vaud voor kantoorruimte. Hetzelfde gebeurt in een steeds wijdere kring rondom Zürich: dorpen barsten uit hun voegen, overal worden businesscentra neergezet waar het naar nieuw tapijt ruikt en tien talen worden gesproken. Onroerend goed stijgt constant in waarde. „Vooral rondom Genève groeit de expatmarkt sterk”, zegt Andrew Gilbert van de Banque Cantonale de Genève. Wie hier in 2000 voor bijna 1 miljoen euro een huis kocht, krijgt daar nu 1,5 tot bijna 2 miljoen euro voor.

„Rolle heeft decennialang gedommeld”, zegt Farner, wier telefoonnummer door de eigenaar van de Librairie du Chateau op een papiertje was gekrabbeld. „Wat zeg ik, eeuwen! Maar nu gaan wij ook voort in de vaart der volkeren. Denken wij in termen van werkgelegenheid. Belastinginkomsten. Global village. We hebben sinds 2002 een nieuwe syndic, burgemeester, vandaar.”

Helaas komt burgemeester Belotti niet aan de telefoon. Een e-mail beantwoordt hij evenmin. In de krant staat dat hij veel vergadert en onderhandelt en linten doorknipt met topmensen. Ook met zijn reguliere werk is hij druk. Geen wonder: hij heeft een eigen bureau als landmeter.

Farner heeft net, met anderen, een boek geschreven over de geschiedenis van Rolle. Het heet Perle du Léman, en staat vol historische weetjes en foto’s. Zo weet iedereen nu in welk huis Madame de Staël in 1792 beviel van haar tweede, onwettig, kind (Grande-Rue nummer 50), waarom het Buffet de la Gare tegen de grond moest en hoe het zit met de families Hammel en Schenk, die de wijnhandel al generaties domineren. En wie herinnert zich dat Peter Ustinov, die tot zijn dood in 2004 vlak boven Rolle woonde, in 1965 een scène voor de film Lady L. draaide op de Place du Port? Met Sophia Loren, Paul Newman en David Niven?

Op diezelfde Place du Port, vlakbij het kunstmatige eilandje, legt de gerenoveerde stoomboot naar Montreux aan. Paulette Farner groet twee oudere vrouwen die op een terras, onder de bomen, witte wijn drinken. „Ik ben niet tegen modernisering”, zegt Farner. „Tegen immigranten heb ik ook niets. Ik ben zelf in Founex geboren [15 kilometer verderop] en ben hier pas op mijn vierde komen wonen. En ik heb jaren met mijn man in het buitenland gezeten.”

Dat er onder de 4.900 inwoners van Rolle al 1.900 buitenlanders zijn, stoort haar niet. Het stoort weinigen. De regio zit al jaren vol met belastingvluchtelingen en miljonairs met diverse nationaliteiten. Ook is er royalty en VN-volk neergestreken. Rustige mensen, die geleidelijk binnendruppelden en soms met Zwitsers trouwden. Ook veel personeel van het fameuze internaat La Rosay (dat er al sinds 1880 zit) is niet-Zwitsers. Hier, in een kasteel buiten Rolle, zitten 400 kinderen van gegoede families uit de hele wereld. Meisjes en jongens eten er nog apart. Als er volwassenen binnenkomen, moeten leerlingen opstaan. Strings zijn verboden. Rainier van Monaco en de Aga Khan gingen hier ook heen.

Wat er nu in Rolle arriveert, is ander volk: internationaal kaderpersoneel. Niet meer de top, maar de strebers daaronder. Ze zijn luider, zegt een nette vrouw met oorknopjes bij de boekwinkel, die zijn bestaansrecht overigens dankt aan de immigration dorée. „Die mensen van Nissan, die zijn… een beetje vulgair met al hun geld. Meritocratie. U begrijpt wat ik bedoel.”

Zij is zelf Française. „Maar ik ben geïntegreerd. Ik doe aan toneel, help bij de school. Ik ben hier gekomen omdat het zo mooi is, zo kalm. Zo Zwitsers. En nu krijgen we dit.”

Iedereen is verbaasd dat er geen georganiseerd verzet is. Misschien zijn de mensen daar te keurig voor. Of te goedgelovig. Toch kondigt de burgemeester openlijk aan dat Rolle er binnen twee jaar duizend inwoners bij heeft: buitenlanders en Zwitsers die hier komen werken. Maar de infrastructuur kan de influx moeilijk bijbenen, zegt Farner. „De oude villawijk kun je best uitbreiden. Maar wat er nu gebeurt: alles wordt tegelijk afgesloten, alles gaat tegelijk overhoop, alles moet snel-snel. In één klap huizen hier, rotondes en een rondweg daar. Overal zand, omleidingen. Er is overlast; informatie is schaars. De school puilt uit, al hoor ik dat we een internationale school krijgen. Maar waar gaat die de eerste jaren zitten? In portokabins!”

Het is kennelijk zo erg dat de befaamde Britse architect Norman Foster, eigenaar van het Chateau de Vincy bij Rolle, laatst zei: „Ik begrijp niet dat kantoren en industrieterreinen willekeurig aan het meer verschijnen. Het lijkt wel of de motten zich op het tapijt storten, en doorvreten tot er niks van over is.”

Treinen gaan tweemaal per uur. Nu al moet je vaak staan. De bus gaat straks in langere lussen door het dorp. De Rollois hopen op méér bussen. In de nieuwe, uitgebreide woonwijken zit bovendien geen bakker, geen kapper, niets. Daarmee ontbreken ook sociale ontmoetingsplaatsen. Die zijn belangrijk. In omliggende dorpen is populistisch rechts al de grootste partij. In Rolle is het de tweede partij. Niet omdat de autochtonen tegen buitenlanders zijn, want dat zijn ze niet. Maar omdat hun leven zo drastisch verandert dat ze bij wijze van spreken als blinden over straat gaan. Dit kasteel – appartementen van gemaakt. Stemmen bij handopsteken – gaat nu per computer thuis. Auberges – verbouwd tot designtempels of loungebars. Uit nostalgie stemmen veel mensen die nog mógen stemmen, op rechtse populisten.

Paulette Farner zet zich liever in voor het lokale theatertje. Ook helpt ze jeugdfeesten en zomerconcerten organiseren op de binnenplaats van het kasteel (voor die dingen komt géén extra budget, voorzover zij weet). Maar ze heeft soms heimwee naar de tijd dat „wij nog met zijn vijven Latijn hadden in het kasteel. School, rechtbank, hospitaal: alles zat toen bij elkaar. Dat gaf cohesie. Menselijk contact. Groeien gaat niet met beton alleen.”

Voor de vorige afleveringen van deze zomerserie over de economie van het dorp zie nrc.nl/economie