Vissenhoos versusvuilnisrobot

De twee meesters van de animatiefilm, John Lasseter van Pixar Studio en de Japanner Hayao Miyazaki, hebben allebei een nieuwe film uitgebracht. De Pixar-films verhouden zich tot het werk van Miyazaki als de sprookjes van Grimm tot die van Andersen.

John Lasseter (links) Foto Reuters (L-R) Disney and Pixar Animation Studios Chief Creative Officer John Lasseter and wife Nancy pose with voice talent from the Disney-Pixar's film "Wall-E", actor John Ratzenberger, at the world premiere of the film in Los Angeles, California June 21, 2008. The film opens June 27. REUTERS/Fred Prouser (UNITED STATES) REUTERS

‘Miyazaki-san!’ Een kalende, gezette Amerikaan in hawaïhemd komt aangegaloppeerd en geeft een frêle Aziaat een bearhug. Onder andere omstandigheden zou je zoiets misschien liever niet zien, maar deze ontmoeting voelt anders. Dit is zoals voetballers die na een spannende wedstrijd hun tegenstander omhelzen. Uit wederzijds respect. En dat is wat je voelt op het filmpje dat op de dvd van Howl’s Moving Castle staat. De Amerikaan John Lasseter, een van de oprichters en directeuren van Pixar Studio, omhelst de Japanner Hayao Miyazaki, oprichter en directeur van Ghibli Studio. Twee grootheden op het gebied van de animatiefilm en ze giechelen als kinderen die elkaar terugzien.

Het filmpje moet gemaakt zijn in het voorjaar van 2004, want Miyazaki is op dat moment in de Verenigde Staten voor de afwerking van de Engelse versie van zijn Howl’s Moving Castle. Hij maakt even een uitstapje naar de Pixar Studio’s en dat is waar John Lasseter zo hard aan komt rennen. Miyazaki spreekt even later de medewerkers van Pixar toe in een projectiezaaltje waar ze een stukje van Howl’s Moving Castle te zien krijgen. Hij vertelt dat Lauren Bacall de stem van de Heks van Verspilling heeft ingesproken. Geweldige vrouw. Ze had gevraagd of Miyazaki getrouwd was. Ja, had hij geantwoord. En toch, had zij weer gezegd, wordt u mijn volgende echtgenoot.

Hayao Miyazaki, nu 67 jaar oud, is een levende legende, juist doordat hij maar zelden in de openbaarheid treedt, zelden interviews geeft en leeft en werkt als een monnik. En doordat hij zo’n weergaloos oeuvre heeft opgebouwd. De god van de anime, noemen ze hem in Japan. John Lasseter, 51, wordt ook wel eens de Pixar-god genoemd, maar in Amerika zijn de meeste mensen toch iets te godvrezend om kwistig met dat soort kwalificaties om te springen.

Ze hebben allebei een Oscar gewonnen, Lasseter voor de korte film Tin Toy (1988), Miyazaki voor Spirited Away (2001). Ze hebben allebei een miljoenenpubliek bereikt met hun speelfilms. Lasseter veranderde de kijk van de wereld op computeranimatie met Toy Story in 1995. Dankzij Miyazaki drong de Japanse animatie door tot een internationaal publiek, zeker sinds Prinses Mononoke uit 1997 twee jaar later op de Amerikaanse markt werd gebracht door Miramax, het distributiebedrijf dat vooral bekend werd door de documentaires van Michael Moore.

Ze zijn collega’s en vrienden, Lasseter en Miyazaki. Lasseter was co-producent van Miyazaki’s Spirited Away en Howl’s Moving Castle. Maar ze zijn in zekere zin ook concurrenten, aangezien ze dezelfde markt bestrijken met hetzelfde soort product: hoogwaardige, intelligente animatiefilms voor een groot publiek. En zo dreigden ze dit jaar ook in elkaars vaarwater te komen. Pixar heeft net WALL-E wereldwijd uitgebracht. Alhoewel, wereldwijd? Nee, WALL-E is deze zomer te zien in Rusland, Israël, Nederland, Venezuela, Thailand, Hongkong, IJsland en ga zo maar door. Maar niet in Japan. Daar is deze week wel de nieuwe film van Miyazaki uitgekomen, Gake no ue no Ponyo (Ponyo on the Cliff). En dat is vast geen toeval. Net zo min als het feit dat de Japanse film voorlopig alleen in Japan te zien zal blijven en pas in de winter in de rest van de wereld.

Voorlopig moeten we het

in Nederland doen met een trailer van Ponyo on the Cliff, via firstshowing.net. We zien een goudvis met een meisjesgezicht, een jongetje dat in een idyllisch huis aan de kust woont. Er is een watergodin die zacht met een kapitein praat, een vissenhoos en een sneeuwstorm. In de trailer ontbreken alleen de gebruikelijke vliegende gevallen, de overige elementen komen ons vertrouwd voor uit Miyazaki’s andere films. De natuur en het bovennatuurlijke overheersen bij hem altijd de mensenwereld. Het stormt vaak in Miyazaki’s wereld, of moeten we zeggen werelden? In zijn films loopt de wereld van de mensen namelijk naadloos over in die van de goden en de geesten. Ze gaan niet altijd even zachtzinnig met elkaar om, maar er is altijd ruimte om elkaars respect te verdienen.

De uiterlijke verschillen tussen Ponyo en WALL-E springen natuurlijk het meest in het oog. Qua techniek staan Pixar en Ghibli elk aan de uiterste rand van het spectrum. Pixar heeft de wereld laten zien wat computeranimatie vermag. Sinds Toy Story zijn de belangrijkste Amerikaanse animatiefilms allemaal 3D-simulaties. Pixar heeft van vernieuwing zijn credo gemaakt. In dat opzicht heeft de studio het stokje overgenomen van Disney, dat altijd zocht naar de nieuwste technologie en de nieuwste talenten, maar in de jaren tachtig en negentig bleef stilstaan op zijn eenzame hoogte en niet doorhad dat anderen verder trokken. Lasseter, die zelf bij Disney heeft gewerkt en daar ontslagen werd, zei dat als de oude Walt nog had geleefd, hij voorop zou lopen bij computeranimatie.

Die vernieuwingsdrift was wat Brad Bird het meest opviel toen hij uit onvrede overstapte van Warner, waar hij net De ijzeren reus had gemaakt, naar Pixar. In het jubileumboek over Pixar,To Infinity and Beyond zegt de regisseur van The Incredibles en Ratatouille dat zijn nieuwe collega’s hem destijds aanmoedigden om bij Pixar vooral nieuwe horizonten te verkennen. „Ze hadden net drie hits op een rij gemaakt. En in het Hollywood waar ik vandaan kwam zou een studio met drie hits op rij helemaal niets meer willen veranderen. De typische Hollywood executive zou alleen nog maar Toy Story’s en Luizenlevens op de markt brengen.”

Hayao Miyazaki dieselt op

een oud spoor. Zijn films zijn de ultieme verfijning van de 2D-animatie. Hooguit tien procent van zijn materiaal wordt nabewerkt met de computer. Zijn tekeningen zijn volkomen eigen en direct herkenbaar. Veel grimmige dieren lopen door zijn films, woeste varkens, chagrijnige kikkers, vogels. Hij doet, bij associatie, aan de schilder Peter Vos denken die zijn dieren ook altijd liefst brutaal en fel neerzet.

Miyazaki’s stijl is organisch, de contouren van wezens, maar ook van gebouwen en apparaten liggen nooit vast in een en dezelfde lijn. Het is alsof alles ademt: het puffende, bewegende kasteel van Howl, de godenbaden in Spirited Away en in Ponyo on the Cliff de kom waar het goudvismeisje in leeft. Het is alsof Miyazaki het leven juist in die twee dimensies wil blazen, in plaats van een derde erbij te nemen die meteen al meer leven suggereert.

Dreigt uw werk niet uit te sterven, vroeg een journalist van de Britse krant The Guardian op het filmfestival van Venetië in 2005, waar Miyazaki een Gouden Leeuw kreeg voor zijn hele oeuvre. „Als het een uitstervend beroep is, dan kunnen we er niets aan doen”, zei Miyazaki. „De beschaving schrijdt voort. Waar zijn de frescoschilders gebleven? Of de landschapsschilders? Ik ben blij dat ik veertig jaar hetzelfde werk heb kunnen doen.” Hij dacht wel dat CGI (Computer Generated Images), het mensenwerk zouden kunnen overtreffen. „Maar voor mij is het te laat om het nog te proberen.”

Aan de Amerikaanse marktmechanismen doet hij geen concessies. Hij was blij met de distributiedeal die Miramax voor Prinses Mononoke afsloot, zei hij in hetzelfde interview, maar zijn producent stuurde Miramax-topman Harvey Weinstein toch een samoeraizwaard met een briefje: no cuts (geen inkortingen). Toen Miyazaki zelf Weinstein ontmoette „bombardeerde die mij met eisen tot inkortingen. Ik heb hem verslagen.”

Ook aan het contract met Disney stelde Miyazaki zijn grenzen. Geen merchandising bijvoorbeeld. Geen Prinses Mononoke-figuurtjes bij een Happy Meal, geen videogame van Spirited Away. Toch zullen de Amerikanen er geen spijt van hebben gehad. Spirited Away bracht in de VS ruim tien miljoen dollar op in de bioscoop – een bescheiden bedrag vergeleken bij de 200 miljoen dollar die de film al had verdiend voor die in de VS uitkwam. Niet dat Pixar daarvan schrikt. Hun films brengen ten minste het dubbele op; topper Finding Nemo kwam tot bijna 900 miljoen.

Een belangrijker verschil tussen beide animatiestudio’s is hun behandeling van de thematiek. De Pixar-films verhouden zich tot het werk van Miyazaki als de sprookjes van Grimm tot die van Andersen. De sprookjes van Grimm zijn direct, vol actie, rauw, eenvoudig. De sprookjes van Andersen zijn teer, raadselachtig, sfeervol, dubbelzinnig.

Bij alle fabelachtige fantasie die eroverheen zit, is het skelet van de Pixar-films betrekkelijk simpel: de hoofdpersoon moet zijn ware aard vinden. Die ware aard is altijd goed. En er is altijd een tegenstander aan wie het publiek de goedheid van de hoofdpersoon kan afmeten. De hoofdpersoon twijfelt wel eens, maar is fundamenteel goed. Dat is de automatische piloot in de Pixar-films: goed is goed en slecht is slecht and never the twain shall meet.

Het lijkt erop dat Pixar

zijn uitdagingen vooral zoekt in het bedenken van onwaarschijnlijke helden. Dat heeft ongetwijfeld met hun oergeschiedenis te maken. Het eerste wereldwijde succes boekte Pixar met het animatiefilmpje Luxo jr. van John Lasseter uit 1986, over een bureaulamp die nog altijd als logo alle Pixarfilms opent. Dat was geen toeval. Lasseter animeert het liefst levenloze voorwerpen, alsof hij zijn publiek wil veroveren met de minst romantische wapens. De hoofdpersonen in de Pixar-films zijn dan ook geen konijntjes, jongetjes of hertjes, maar insecten, poppen, vissen, raceauto’s, ratten en monsters. En nu een onaanzienlijk

„De sleutel tot het begrijpen van een apparaat”, zegt Lasseter in To Infinity and Beyond, „is dat het met een bedoeling is gemaakt. Dus, als het apparaat levend was, zou het vóór alles, zijn doel willen dienen. Een glas is bedoeld om vloeistof te bewaren, dus dat is op zijn gelukkigst als het vol is. Hoe meer je ervan drinkt, hoe droeviger het wordt.”

Bij Miyazaki zijn hoofdpersonen niet droevig om ons later met hun blijdschap des te vrolijker te maken. Ze zijn humeurig, onzeker of soms zelfs vervloekt. Ook zij zijn voor een opdracht gesteld, alleen gaat die meestal niet over henzelf maar over de wereld, de natuur, het bos, de zee, de dieren en de goden. Hij is diep pessimistisch over de toekomst. Volgens hem is de aarde gedoemd ten onder te gaan aan door de mens veroorzaakte milieurampen.

Wat Miyazaki’s films zo mooi en bij alle spannende scènes zelfs sereen maakt: de niet-helden (vaak vervuilers of maniakale jagers) hebben vele dimensies. Zij hebben hun eigen strijd te strijden. Vaak worden ze daarbij geholpen door de held van het verhaal, meestal een meisje. Het mededogen van Sofi, de heldin van Howl’s Moving Castle strekt zich uit over goeden en kwaden, over droevige vogelverschrikkers, vervloekte draken (Howl zelf) en oude heksen. Het liefst zou ik een Kleine Zeemeermin van Miyazaki zien, of een Sneeuwkoningin, de mooiste en wreedste sprookjes van Andersen, waar Disney nooit recht aan heeft kunnen doen.

WALL-E is in bijna alle

opzichten een typische Pixar-film. De onwaarschijnlijke hoofdpersoon, die zijn ware aard moet vinden in een vrolijk avontuur. De perfecte bijrollen (vooral het onstuitbare schoonmaakrobotje MO) en de vlekkeloze weergave van een compleet eigen wereld (aan boord van het megaruimteschip Axiom). Maar in één opzicht is WALL-E atypisch en juist daarin lijkt Pixar-regisseur Andrew Stanton beïnvloed te zijn door Miyazaki. Tot nog toe was elke zweem van maatschappelijk engagement zorgvuldig uit de Pixar-films weggehouden – of het moest om zulke algemene wijsheden gaan als ‘met zijn allen bereik je meer dan in je eentje’ of ‘zelfs in de meest onaanzienlijke van ons kan iets groots schuilgaan’.

In WALL-E zit een heuse politieke boodschap: de consumerende mens richt zichzelf en de wereld te gronde. De mensheid die door WALL-E gered wordt, had zichzelf al afgeschreven, hun vetgehalte was verveelvoudigd, hun botweefsel geminimaliseerd, hun spieren waren door het eeuwige hangen vrijwel verdwenen. Met uiterste inspanning weet de kapitein zich ten slotte uit zijn zweefstoel op te richten.

De slechteriken in WALL-E zijn robots: de automatische piloot en zijn knechtje. Zij zijn geprogrammeerd door de baas van de laatste ultrasupermarkt op aarde, Buy N Large, die de mensheid heeft gereduceerd tot willoze en vervuilende consumenten. Dat zijn toch controversiële boodschappen die Pixar naar een wereldwijd miljoenenpubliek stuurt. Wel worden op de titelrol aan het eind van de film niet minder dan acht mensen bedankt voor hun bijdrage aan de consumer products. Het blijft natuurlijk wel Hollywood.