Theo Bos: speelbal in de Japanse gokwereld

Ik stónd op het punt mijn Zuid-Chinese suikerzakjesverzameling op internet aan te bieden, maar na het zien van KRO’s Nederland te koop zie ik daar toch maar van af. Voor je het weet staat er opeens een voltallige cameraploeg op de stoep die aan de hand van jouw advertentie alles over je wil weten.

Neem Roos en Frits. Die adverteerden met ‘papegaai te koop’ en eindigden voor het oog der natie een orgasme fakend in de slaapkamer. Wat was er in de tussentijd gebeurd?

Papegaai Coco was zó jaloers op Roos’ nieuwe vriend dat het beest bij zijn thuiskomst telkens spontaan begon te vloeken. „Godverdomme, eikel, man rot op!” Roos: „En als we na een vrijpartij de woonkamer binnenkomen begint Coco ons na te doen: ‘áh, áh’. Dat doet-ie ook als er visite is.” Het beest moet weg, dat is duidelijk. Maar niet voordat de presentator het echtpaar tot een reconstructie heeft verleid. Pagegaai Coco hield zijn mond gisteravond wijselijk op slot.

Aan sportprogramma’s is zo vlak voor de Spelen niet meer te ontkomen (waren dat er vier jaar geleden ook al zo veel?) In NOS’ Studio Sport Document stond gisteren baanwielrenner Theo Bos centraal. Hij begaf zich in de wereld van de keirin, een baanwielrenvariant die alleen in Japan professioneel wordt beoefend.

We zagen Theo met stokjes, Theo op de fiets, Theo bij de dopingcontrole, Téééóóó in een ondoorgrondelijk Japans spelletjesprogramma, Theo in de metro en Theo als veredeld wedpaard. Veredeld wedpaard? Ja, speelbal in de Japanse gokwereld.

Zo bleek Bos ’s ochtends op een belangrijke wedstrijddag nog vóór zijn normale wekkertijd te moeten mededelen of hij meedeed, zodat de Japanners op tijd wisten op wie ze konden gokken. En zelfs de allergrootste doodzonde in iedere tak van sport bleek in de wereld van de keirin doodnormaal: je tactiek prijsgeven. Elke keirin-renner vertelt vooraf op de televisie wanneer hij in de wedstrijd de aanval zal kiezen. „Om het de gokker iets gemakkelijker te maken”, vertelde Bos zonder gêne.

Liefst vijftig miljoen kijkers telt de sport in Japan. Maar de stadions waren leeg. Bos won, hij was daar de beste. Maar niemand die voor hem applaudisseerde. Op de tribunes enkel wat oude Japanse mannen, met hun rug naar het veld en een uitslagenpapiertje in de hand. Bos bleef optimistisch („Een prima voorbereiding op de Spelen”), de documentairemaker helaas ook. Op geen enkele manier werd duidelijk wat onze wielerkampioen nou écht van zijn keirin-avontuur heeft gevonden.

Opvallend goed is het RVU-programma Keuringsdienst van Waarde. Het programma begint met een eenvoudige vraag, waarna de uitzending zich langzaam rondom die vraag ontvouwt. Leuk is dat we geen hapklaar antwoord krijgen, maar we ook het journalistieke uitzoekproces als kijker mogen volgen.

Kernvraag in de uitzending van gisteren: waar komt de houtskool voor onze barbecue vandaan? Er wordt wat getelefoneerd: „Argentinië”, noemt iemand. Dus hup, op naar Argentinië. Wat blijkt? Hele bossen worden er gekapt om het hout te verkolen. We zien uitgestrekte, kaalgekapte vlakten, omdat wij zonodig in de tuin willen eten.

Het mooie van dit programma? Menig tv-maker zou op dít punt stoppen. Immers, je hebt op Al Goriaanse wijze de ontbossing aangeklaagd. Plicht voldaan. Maar Keuringsdienst van Waarde belt vrolijk verder. En dan zien we dat er óók houtskoolproducenten zijn die wél hun bomen keurig recyclen en horen we dat een duurzame houtskoolproductie – zelfs in Argentinië – tot de mogelijkheden behoort. Een oplossing! Dat hoor je niet vaak.

In zijn zoektocht trekt Keuringsdienst van Waarde alle registers open: clichés worden losgelaten, er wordt veel geïnterviewd en ijverig gespit. En dan blijkt zelfs het stukje barbecuevlees minder schadelijk dan de toxicoloog in de uitzending op voorhand had gedacht. Dat u het weet.