Stugge fatsoensrakker

Een trainer met een boksershoofd leek niet de richting waarop we met zijn allen zouden afkoersen. Fijnbesnaarde types zouden de toekomst hebben, boekenlezers met ingewikkelde uiteenzettingen inzake spelers en spel. Als in andere landen gladde praters in mooie pakken opstonden, zoals in Frankrijk, Portugal, Italië, zelfs Duitsland, waarom hier dan niet? De tijd was er rijp voor. Komt daar ineens Gertjan Verbeek uit Jubbega. Vanavond zijn vuurdoop als coach van Feyenoord op het jubileumtoernooi van die club: ik ga er voor zitten.

Als voormalige bokskampioen van Twente rangschikt Gertjan Verbeek de gemiddelde voetballer natuurlijk in de categorie watjes. Een sport waar spelers en trainers zich het lekkerste voelen in de rol van underdog kan nooit veel wezen. Boksers zeggen van tevoren dat ze de beste zijn. Het mooiste is de blik van Verbeek aan het begin van een persconferentie. Pas bij zijn derde zin – altijd een korte hoofdzin – is hij in staat zijn kennelijke minachting voor de pers te onderdrukken. Plattelanders wantrouwen die mensen met hun opschrijfboekjes. Stadse achterbaksen.

„Ik bemoei me toch ook niet met de manier waarop jij je stukjes schrijft”, was zijn boerenreactie op de overigens terechte vraag van een journalist of enkele blessures in de Feyenoordselectie het gevolg zijn van zijn zware trainingen. Feyenoord is toch iets anders dan SC Heerenveen, complexer vooral: dat wordt een leuk jaar in Rotterdam. Maar Verbeek, vandaag 46 geworden, is niet bang. Je verklaarde hem voor gek dat hij na zijn succesjes bij Heracles best Foppe de Haan wilde opvolgen bij Heerenveen, de club die toen al jaren boven zijn stand leefde. Onder leiding van Verbeek leefde Heerenveen op hetzelfde niveau verder. Wilde Heerenveen nu wel eens van hem af, een nieuwe wind laten waaien? Ook goed. Verbeek ging in op de lokroep van Feyenoord.

Een beroemde club zonder geld: waar begin je aan, zou je zeggen. Zonder noemenswaardige versterkingen moeten voldoen aan het grote hunkeren van het Feyenoordlegioen lijkt de opmaat voor een nachtmerrie. Maar Verbeek, type stugge fatsoensrakker, is niet bang. Met de hem kenmerkende boerenslimheid gaf hij het krachthonk een nieuw verfje. Hij zette wat ramen open en de sufferds in Rotterdam-Zuid geloven nu dat alles anders wordt. Je moet er maar opkomen. Bij tegenvallers trekt de coach met zijn gegroefde gelaat zich terug in zijn zelfbouwboerderij in Jubbega. In Friesland timmert Verbeek de misère van zich af. Praat de vrijgezel wat tegen zijn twee katten.

Het avontuur in Rotterdam begint op zijn Verbeeks, want zonder smoesjes. Geen nieuwe spelers die moeten wennen, geen gezwam over opbouwen en leerprocessen. Alles zal nu moeten komen van verbeterd samenspel en dat kunnen we allemaal op de voet volgen. Een stoere trainer als Verbeek, ergens heeft het wel wat.

    • Auke Kok