Road Hill House 2

De heer A.G. van Melle betwijfelt in zijn brief (Boeken, 18-07-2008) of sergeant Bucket uit Dickens` Bleak House (1853) gemodelleerd kan zijn naar inspecteur Whicher. Dit naar aanleiding van Bas Heijne`s recensie van The Suspicions of Mr Whicher van Kate Summerscale (Boeken, 04-07-2008). Zijn argument is dat Whicher dan al veel eerder een grote reputatie zou moeten hebben gehad. Welnu, dat is inderdaad het geval. Lang vóór de Road Hill House Case verwierf Whicher faam als `de nimmer falende prince of detectives`. De Road Hill House Case bevlekte juist het tot dan toe onbezoedelde blazoen van `de inspecteur die zich nooit vergiste`.

In 1850 publiceerde Dickens in het tijdschrift Household Words enkele artikelen waarin een detective met de naam Witchem optreedt. Vermoedelijk heeft Whicher voor deze detective model gestaan. In een brief uit 1869 maakt Dickens een toespeling op `the great Detective`. Volgens sommigen betrof het ook hier inspecteur Whicher, maar dit is bestreden: Dickens zou niet Whicher hebben bedoeld, maar het toenmalige hoofd van het Detective Department van Scotland Yard, hoofdinspecteur A. Williamson. Zie Ray Dubberke, `Dickens favourite detective` in The Dickensian 94 (1998) p. 45-49.

Misschien is het nog aardig om te vermelden dat Whicher in 1859, dus één jaar voor de Road Hill House Case, een spectaculaire schilderijendiefstal uit het Rijksmuseum te Amsterdam (toen gevestigd in het Trippenhuis) heeft opgelost. Over die diefstal en Whichers aandeel in het opsporen van de dieven verscheen vorig jaar een artikel in het Bulletin van het Rijksmuseum (55, 2007, no. 1, p. 3-13).

    • Ignaz Matthey