Rechter: illegale Chinees vrij

Justitie moet een illegale Chinees op vrije voeten stellen omdat er onvoldoende zicht is op medewerking van de Chinese autoriteiten bij zijn terugkeer. Dat heeft de rechtbank in Maastricht gisteren besloten.

Volgens de rechtbank heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er spoedig zicht is op uitzetting. De dienst onderhandelt al geruime tijd met de Chinese autoriteiten over medewerking en verstrekking van identiteitspapieren aan een groep van 140 illegale Chinezen die zijn opgesloten om te voorkomen dat zij zich aan uitzetting onttrekken.

Ter zitting kon de IND niet bij benadering aangeven wanneer de onderhandelingen tot resultaat leiden. Daarom wil de rechtbank een eind aan de detentie. Ook dient de betrokken Chinees een schadevergoeding te krijgen.

Volgens Justitie zijn inmiddels enkele tientallen illegale Chinezen vrijgelaten, deels op grond van overwegingen van de IND zelf en deels op last van de rechtbank in vergelijkbare procedures.

Eerder deze week draaide de Raad van State in hoger beroep een soortgelijke uitspraak van de rechtbank in Groningen terug. Volgens de Raad van State heeft verantwoordelijk staatssecretaris Albayrak (Vreemdelingenbeleid, PvdA) ‘maximale inspanning’ betoond om afgifte van de benodigde reispapieren mogelijk te maken, onder meer door overleg met collega-bewindspersonen en de Chinese viceminister van Justitie. Volgens de Raad van State heeft een illegale vreemdeling ook een eigen verantwoordelijkheid om de vereiste reispapieren te bemachtigen en heeft de betrokkene onvoldoende duidelijk gemaakt daar niet toe in staat te zijn.

De uitspraak van de Raad van State lijkt haaks te staan op die van de rechtbank in Maastricht. Die overwoog in haar oordeel dat het voeren van informeel overleg in Den Haag, „niet kan gelden als een poging om te komen tot een daadwerkelijke oplossing”.

Morgen in Z &cetera: uitzetbeleid