‘Over Bush wilde ik niet zwijgen’

Negen jaar na ‘Bad love‘ komt de Amerikaanse zanger Randy Newman met een nieuwe cd. Een typische Newman-plaat, al toont hij zich opvallend geëngageerd, op het boze af.

Randy Newman: „Ik ben heel lang heel onzeker geweest over mijn werk.” foto Corbis 1995, California, USA --- Contemporary songwriter Randy Newman, a well known composer for motion pictures, in his studio. --- Image by © Steve Starr/CORBIS Starr, Steve;CORBIS

‘Vind je het erg als ik dit ding aanzet?” Randy Newman rommelt met de trilplaat die hij met wat moeite op zijn stoel in het Amsterdamse hotel The Grand manoeuvreert. Wanneer de Amerikaanse zanger weer zit, begint het onder zijn billen te zoemen en te bewegen. Newman (1943) heeft last van zijn rug – een langemannenkwaaltje. Naast zijn stoel ligt een wandelstok. „Ik ben blij dat ik dit leven snel zal verlaten”, zegt hij terwijl hij zijn gezicht in de plooi probeert te houden. „Ik kan geen apparaat meer bedienen, voor een iPhone zijn mijn vingers te dik.”

Ironie is altijd een handelsmerk geweest van Newman, die de afgelopen 35 jaar een grote schare Europese fans om zich heen verzamelde. Door zijn muziek, maar vooral door zijn teksten waaruit een soort ironisch patriottisme spreekt dat progressieve Europeanen graag – en ten onrechte – aanzien voor anti-Amerikanisme.

Even kenmerkend voor Newman is inmiddels zijn kalme tempo van platen maken. Zijn nieuwe cd, Harpes and Angels, verschijnt vandaag, negen jaar na Bad love en twintig jaar na Land of Dreams. Veel van Newmans tijd gaat op aan het maken van muziek voor uiteenlopende films als Toy Story, Cars en Awakenings. De tien liedjes op de plaat gaan desalniettemin voort waar Newman gebleven is. Bad love eindigde met een hilarisch nummer over een artiest op zijn retour (‘I’m Dead (But I Don’t Know It)’), Harpes and Angels begint met een zelfs met de oren dicht herkenbaar Newman-piano-intro, waarna de zanger een op straat dood neergevallen man aan het woord laat. Deze hoort op het laatst van een engel dat er een vergissing in het spel is; hij is toch niet dood: ‘Somebody very dear has made another clerical error.’

Deze wederopstanding blijkt de opmaat voor een in veel opzichten typische Newman-plaat, die echter in één opzicht afwijkt van zijn vorige werk: Newman toont zich opvallend geëngageerd, op het boze af. Dat is vooral te merken aan het nummer A Few Words in Defense of Our Country, waarin wordt betoogd dat de huidige Amerikaanse regering zo slecht nog niet is, vergeleken met Hitler en Stalin. Vicepresident Cheney wordt erin vergeleken met het paard dat ooit door Caligula als consul van Rome werd benoemd. „Ik ben minder ironisch geworden”, zegt Newman. „Normaal houd ik er niet van om over actuele gebeurtenissen te schrijven, want die verdwijnen weer en dan is je liedje ook weg. Maar over Bush en Cheney wilde ik niet zwijgen. Iemand als Dick Cheney zal heel intelligent zijn en geloven in wat hij doet… Nee, wacht even, ik denk niet dat hij heel slim is. Maar hij is wel een belediging, zoals het paard van Caligula een belediging van Rome was. ”

In zekere zin is het nummer een eigentijds vervolg op Political science, Newmans beroemde song uit 1972 waarin een gefrustreerde Amerikaan voorstelt de atoombom te gebruiken tegen alle buitenlandse critici: ‘They all hate us anyhow/ so let’s drop the big one now’. Newman: „De man in Political Science is uiteindelijk gek, een schertsfiguur. Voor het nieuwe nummer geldt dat niet.”

A Few Words... zorgde vorig jaar

voor nogal wat commotie in de Verenigde Staten. De dag na de State Of The Union werd de tekst door The New York Times op de opiniepagina geplaatst. „Ik was vereerd dat ze het wilden afdrukken, The New York Times is de beste krant van het land.” Minstens zo verrast was Newman toen bleek dat die krant een deel van het lied schrapte: een passage waarin hij het Amerikaanse Hooggerechtshof op de korrel nam en de twee Italiaanse Amerikanen in dat gezelschap tightassed noemde en suggereerde dat de conservatieve rechter Clarence Thomas eigenlijk niet zwart meer te noemen was. Newman: „Die krant heeft een bepaald idee over decorum, over de taal die je kunt gebruiken.”

Na de ingreep overwoog Newman zijn tekst terug te trekken, maar daar zag hij uiteindelijk vanaf. „De kern was onaangetast gebleven.” De publicatie zorgde ervoor dat Newman op internetfora nogal wat aanvallen te verduren kreeg, maar ook dat het nummer op iTunes goed werd verkocht; Rolling Stone riep het uit tot het tweede beste nummer van het jaar.

Hoewel hij ook optrad om geld in te zamelen voor de slachtoffers van orkaan Katrina, ziet Newman geen plek voor zichzelf als opinieleider. „Het kan toch niemand schelen wat ik te zeggen heb? Ik ben ook geen schrijver. Ik word toch al steeds minder scherp in het vinden van het juiste woord. Ik krijg de deur niet open. Dat kan de leeftijd zijn – of een leven lang slaappillen slikken.”

Newman vindt zichzelf

een beetje lui: „Ik heb al sinds mijn zesde dezelfde bad work habits. Ik heb grote moeite om me aan het werk te zetten, daarom doe ik zo lang over het maken van een nieuw album. Volgens de dokter zit er een klein jongetje in me dat graag iets leuks wil schrijven en er is een grote, kritische persoon die zegt: daar komt niets van in. En dus begin ik niet eens.”

Dat heeft alles te maken met zelfkritiek, zegt Newman: „Ik beoordeel mezelf op die liedjes. Ik maak ze om te zien hoe het met me gaat; dat is wat echt telt. Om die nummers zal ik ook herinnerd worden, door de mensen die het überhaupt iets kan schelen. Daarom moet ik ook sneller werken. Op mijn leeftijd kan ik niet weer tien jaar over een plaat doen. Soms duurt het maken van het liedje amper langer dan het lied zelf, maar die cadeautjes krijg ik steeds minder vaak.”

Veel meer tijd besteedt Newman aan het maken van filmmuziek, ongetwijfeld ook omdat daar deadlines bij komen kijken. Hij heeft er veel succes mee: het leverde hem een Oscar op, zestien Oscarnominaties, vier Grammy’s en nog een hele reeks andere prijzen. Hij treedt ermee in de voetsporen van drie ooms, onder wie de legendarische Alfred Newman (1900-1970). Toch blijft het bijzaak, zegt hij. „Ik zou het niet doen als ik er niet voor werd betaald. Maar ik beleef er veel plezier aan. Het is een groot genoegen om problemen op te lossen, om na lang proberen uit te vinden wat je met een bepaalde scène moet doen. En de opnamedagen met het orkest zijn heerlijk. Daar tegenover staat dat je niet de baas bent in de controlekamer. Uiteindelijk trekt de regisseur aan de touwtjes.”

„Ik ben heel lang heel onzeker geweest over mijn werk”, zegt Newman. „Eigenlijk over alles behalve over mijn optredens. Daar bleken mensen om me te lachen en voor me te applaudisseren. Maar ik vind het heel vermoeiend om mezelf in interviews te horen zeggen wat de moeilijkheden van het vak zijn. Dan denk ik: Jesus Christ, waar ben ik over aan het jammeren, ik ben in showbusiness! Ik wéét dat ik niet optimistisch ben en dat ik het beter heb dan ik zelf denk. Ik ben financieel gelukkig, de kritiek behandelt me goed, tienduizend mijl van huis weten mensen wie ik ben. Dus het valt allemaal nog wel mee, als ik erover nadenk – en dat is wat ik net heb gedaan.”