Orwell in Argentinië

Wie slim kiest, kan de wereld rondreizen in zijn vakantieboeken.

Pieter Steinz koos de beste (en laagst geprijsde) vertaalde literatuur voor in de koffer.

Wenen: John Irving De belangrijkste kenmerken van de grote romans van John Irving (beren, Wenen, excentrieke personages) zijn al te vinden in zijn debuutroman uit 1969, Setting Free the Bears. Ter ere van ‘veertig jaar schrijverschap’ stak De Bezige Bij De beren los (vert. C.A.G. van den Broek, € 7,50) in een mooi nieuw retrojasje. Aan de komische schelmenroman (over een plan om alle dieren uit de dierentuin van Wenen vrij te laten) zijn vijf kortingsbonnen toegevoegd waarmee je de beste romans van Irving – De wereld volgens Garp, Hotel New Hampshire, Bidden wij voor Owen Meany, De regels van het ciderhuis en Weduwe voor een jaar elk voor een tientje kunt kopen. Geen geld voor ten minste 500 pagina’s leesplezier per boek.

„Er zitten joden in mijn hoofd, en die moeten eruit”, zei Nathan Englander vorig jaar enigszins provocerend in een interview met nrc.next. In 1999 debuteerde de jonge joods-Amerikaanse schrijver met For the Relief of Unbearable Urges, een bundel briljante, licht-absurdistische verhalen over joden in de Oude en de Nieuwe Wereld. Acht jaar later publiceerde hij zijn eerste roman, The Ministry of Special Cases waarin een joodse man en vrouw tijdens de Vuile Oorlog in Argentinië (1976-1982) zoeken naar hun verdwenen zoon; een boek dat ontroert en dat je tegelijkertijd de kou over de rug laat lopen.

Het idee voor Het Ministerie van Buitengewone Zaken kreeg Englander toen hij hoorde dat het joodse kerkhof in Buenos Aires door een muur in tweeën werd gedeeld; aan de verkeerde kant lagen de pooiers en hoeren van de joodse immigrantengemeenschap uit de jaren twintig. Zo verzon hij Kaddish, de joodse armoedzaaier die geld verdient met het uitwissen van de namen van families die liever niet herinnerd willen worden aan het schimmige verleden van hun voorouders. Zelf wil Kaddish ook niets liever dan het verleden achter zich laten: hij laat zichzelf en zijn vrouw door een plastisch chirurg een nieuwe, minder joods aandoende neus aansmeren. Het laatste vormt een mooie parallel met de grotere gruwelen die op hetzelfde moment in Argentinië plaatshebben. Een gezicht veranderen, dat is een vorm van moord, suggereert Englander. Het verbreekt de band tussen heden en verleden. De Argentijnse militairen deden dat laatste op grote schaal: zij wisten duizenden mensen uit de keten van generaties.

Englander is terecht met vele grote schrijvers vergeleken, van Gogol tot Roth. Maar de geest van Orwell is het meest vaardig over deze roman. Hoewel Englander er nooit op uit was een even politieke roman als 1984 te schrijven, wilde hij wel commentaar geven op het kwetsbare karakter van de waarheid in een dictatuur. Zoals de moeder in Het Ministerie van Buitengewone Zaken zegt wanneer ze geconfronteerd wordt met de officiële ontkenning van de verdwijningen: ‘Als iedereen in dezelfde leugen gelooft, is dat dan misschien niet de waarheid?’

Nathan Englander: Het Ministerie van Buitengewone Zaken.

Vert. Nicolette Hoekmeijer. Anthos, 398 blz. € 12,50