Langs de Wolga (9): Viva Samara

aankomst_samara.jpgEn ineens was het afgelopen met het heuvelachtige, beboste landschap met zijn steile oevers en voeren we door het laagland. De Pjotr Alabin naderde zijn thuishaven: Samara. Rond negen uur ‘s ochtends kwam de stad in zicht: een langgerekt lint met glanzende wolkenkrabbers langs de kust, vol zandstranden die in de ochtend al redelijk vol waren.

Het duurde nog zeker een klein uur voordat we bij de scheepsterminal waren. Joelia, een jonge Samarese, kwam nu op me af en vroeg waar ik vandaan kwam. ,,Amsterdam?” zei ze verlangend. Ze bleek die stad alleen van de televisie te kennen, maar zou er ooit graag eens heen gaan.

,,En wat vindt u van Samara?” vroeg ze vervolgens. Ik antwoordde haar dat het me een mooie stad leek, zo vanaf het water gezien.

,,Ja,”, zei ze. ,,Ik kom zelf uit Orenboerg in de Oeral en studeer in Samara informatica. Ik woon in bij mijn tante. Als ik klaar ben wil ik bij de FSB gaan werken als informatica-analist.”

,,Bent u geïnteresseerd in politiek?” vroeg ik haar, enigszins verbaasd over haar keuze voor het nationale onderdrukkingsapparaat.

,,Nee, bent u gek”, antwoordde Joelia. ,,Tijdens de presidentsverkiezingen kregen bij op onze faculteit allemaal opdracht van onze docenten om op Medvedev te stemmen. Ik had daar helemaal geen zin in, want ik vind hem stom. Maar als ik het niet deed, mocht ik niet door naar het volgende jaar, dus ik moest wel.”

De Pjotr Alabin naderde de kade. Muziek uit de liederentrommel van de Sovjet-Unie klonk uit de luidsprekers. De zestigers stonden te swingen aan de railing en zongen allen mee.

,,Waar komen jullie vandaan?” vroeg nu een jonge vrouw van begin dertig, met een lief dochtertje aan haar arm, in perfect Engels. ,,Nederland”, antwoordden we. ,,Tulpen!” zei zij op haar beurt. Ze stelde zich voor als Ira.

,,Komt u uit Samara?” vroegen we ,,Ja”, zei ze. ,,En hoe is het leven daar?” vroeg ik.

,,Ik ben privélerares Engels, mijn man is ingenieur. Hij heeft een goede baan. We hebben een auto, een datsja, een driekamerflat en kunnen eens per jaar met vakantie naar de Zwarte Zee. Maar in het buitenland zijn we nog nooit geweest. Dat kunnen we niet betalen.”

,,En is de stad rijk?” vroeg ik nu. ,,Rijk?”, zei ze. ,,De meeste mensen leven van 7.000 roebel per maand. Mijn moeder, die bij de gemeente werkt, moet van zo’n bedrag rondkomen. Ze is 52 jaar oud. En de meeste mensen om ons heen heben het ook niet breed. Bovendien zijn de huizen onbetaalbaar geworden en gaan de prijzen alsmaar omhoog. Kunt u me vertellen waardoor dat komt? We zijn toch zo’n rijk land, met al die olie. Het zijn alleen maar de zakenmannen met wie het goed gaat. Maar Samara is een fijne stad hoor.”

strand_samara.jpgToen we aan wal gingen namen we afscheid van elkaar. ,,Vaarwel!” klonk het uit de kelen van onze medetoeristen. ,,Vaarwel!” zeiden we terug.

We liepen nu door de stad op zoek naar een hotel. Achter de gebruikelijke facade van een mooi opgeknapt havenfront stonden weliswaar de gebruikelijke vervallen gebouwen, maar overal heerste de lome levendigheid en ontspannenheid van Italië. Ook was de temperatuur voor het eerst aangenaam warm. Ja, in het Zuiden is het leven altijd beter te verdragen.

    • Michel Krielaars