Italiaanse vrienden

Ik heb gezien hoe goede vrienden elkaar begroeten.

Stel je voor, je bent de dikke man in een donkerblauwe polo. Je bent Italiaan, dus je draagt je zonnebril op je hoofd. Puffend en zuchtend hijs je je het terras op. Met tegenzin ga je aan een vrij tafeltje zitten, terwijl je in een en dezelfde beweging je mobiele telefoon uit je broekzak haalt. De serveerster komt en vraagt wat je wilt drinken. Die vraag was te verwachten, maar ergert je. Je kijkt schuin naar beneden en laat alle drankjes van de wereld aan je geestesoog voorbijtrekken. Uiteindelijk bestel je met een wegwerpgebaar een campari soda.

Daarna ga je onmiddellijk verder met onduidelijke dingen doen met je mobiele telefoon, waarbij je opnieuw puft en zucht, hetgeen betekent: ik ben een belangrijk man en daarom moet ik er een hebben, maar ik vind het een rotding, zo’n telefoon.

Vervolgens wordt de campari soda uitgeserveerd. Je keurt het drankje geen blik waardig, evenmin als de serveerster die het brengt. Je bent veel te druk met puffen en zuchten en met niet te begrijpen hoe je eigen telefoon werkt. De serveerster vraagt of je ook iets wilt eten. Je bromt iets onverstaanbaar exotisch, zoals: „Alleen een klein bakje groene olijven zonder pit met de tabasco apart.” Of: „Gnocchi met peper zonder pesto en met citroen aan een prikkertje.” Of: „Pinda’s.”

Dan arriveert je vriend. Hij is blij om je te zien en roept: „Ciao!” nog voordat hij het terras betreedt en dan nog een keer „ciao!” wanneer hij aanschuift aan je tafeltje. Al die tijd kijk jij hem niet aan. Ook voor hem komt er een serveerster en ook hij bestelt een drankje. Jij bent net bezig je bericht aan de minister-president te versturen en je begrijpt niet waarom het kloteding je bericht niet verstuurt. Je vriend zegt „proost”, maar jij probeert nog even het andere nummer van de premier. Werkt ook niet. Je zucht en puft. Met een mismoedige smak kwak je je mobieltje op tafel.

Dan pas kijk je je vriend aan en zegt: „Milan kan Ronaldinho kopen, maar ik had je van tevoren kunnen zeggen dat Abramovich dan 150 miljoen zou neerleggen voor Kaka. Onbegrijpelijk dat ze niet investeren in een centrale verdediger. Onbegrijpelijk.”

Ilja Leonard Pfeijffer