Friezen nuchter? Niet bij het kaatsen

In Franeker wordt jaarlijks de PC gehouden, het grootste kaatsevenement.

Iedere kaatser droomt ervan de nieuwe koning te worden.

Achterinse Chris Wassenaar (35), ‘de reus van Minnertsga’, speelt zijn laatste PC. Foto’s Het Hoge Noorden 30-07-2008 Franeker / Frentsjer NRC Handelsblad De belangrijkste kaatswedstrijd in Friesland is de Franeker PC. Kaatser Chris Wassenaar speelt zijn laatste PC. In overleg met Ward mogelijk een drie- of vierluik van Wassenaar. kaatsen keatsen traditie friesland fryslan balletje ©Foto: Hoge Noorden / Laurens Aaij Het Hoge Noorden Oostergrachtswal 31 8900 AA Leeuwarden T 0031 58 2157966 M 0031 6 43042406 E info@hogenoorden.nl Aaij, Laurens

Het is even over half negen, woensdagochtend, als de zoveelste auto een parkeerplaats vindt bij een rotonde in Franeker, op ongeveer 500 meter van het centrum, dat voor autoverkeer is afgesloten. Twee inzittenden stappen uit, twee anderen blijven zitten. Om op de autoradio, bij Omrop Fryslân, nog even te luisteren naar de openingsspeech bij het jaarlijkse kaatsspektakel, de PC (Permanente Commissie), die PC-voorzitter Minne Dijkstra klokslag acht uur begonnen is.

De PC is met zijn tijd meegegaan en heeft zijn authenticiteit behouden, zegt hij in de Koornbeurs in het centrum van het Friese stadje. Op de ochtend van de 155ste PC stelt hij vast dat zijn evenement geen ‘commercieel monster’ is geworden, zoals de Olympische Spelen of het EK voetbal dat in zijn ogen wel zijn. „Dizze wedstrijd sprekt mear tot de ferbylding as de Spullen.” Hoezo nuchtere Friezen?

Rond negen uur stapt de in jacquet gestoken Minnema in een open koets, met de scheidsrechter en het winnende partuur (team van drie spelers) van 2007. Ze gaan op weg naar het Sjûkelân, ‘het veld van eer en vriendschap’ waar zestien parturen de hele dag strijd met elkaar zullen leveren. Voorafgegaan door de harmonie.

Commercie is inderdaad ver te zoeken in de arena van 32 bij 61 meter. Er is geen reclamebord te zien. Slechts een bord bij de ingang met daarop de namen van sponsors, in bescheiden afmetingen. Het enige dat vloekt met de omgeving zijn de twee torens, Franekers eigen Twin Towers, die bij het veld werden gebouwd toen de PC in 2003 zijn 150ste editie beleefde en het predicaat ‘koninklijk’ kreeg. Koninklijk bezoek kreeg het Sjûkelân nog op 30 april, toen leden van de koninklijke familie, onder wie Willem-Alexander en Máxima, een kaatshandschoen aantrokken op het heilige Friese gras en tegen de kaatsballen (formaat pingpongbal, gemaakt van koeiehaar en skaileer) sloegen.

Na het zingen van het Friese volkslied begint de oudste sportklassieker van Nederland. Eerst wordt de bijna 10.000 toeschouwers op de banken en de (tijdelijke) tribunes er door de omroeper nog op gewezen goed te drinken omdat het een warme, zonnige dag wordt. Precies zoals tv-weerman Piet Paulusma het aan de vooravond van het spektakel vanaf het Sjûkelân heeft voorspeld. „Ze willen hier geen Vierdaagse-toestanden”, zegt een toeschouwer met een knipoog.

Af en toe staande ovaties op het Sjûkelân. Die klinken als een partuur is uitgeschakeld met daarin een speler die voor het laatst heeft meegedaan aan de PC. De 36-jarige opslager (serveerder) Klaas Berkepas uit Hoornsterzwaag bijvoorbeeld, na achttien PC’s, waarvan hij er één won, in 2000. En opslager Simon Minnesma (35) uit Dronrijp, de (door een geheim driemanschap gekozen) koning van 1995 die ooit het avontuur koos door een commerciële kaatsploeg op te zetten. Hij loopt een ererondje, en voor de tribune met genodigden maakt hij nog een sierlijke buiging. Ook ‘achterinse’ (positie achter in het perk) Chris Wassenaar (35), ‘de reus van Minnertsga’, stopt er na veertien PC’s mee. Hij is de opvallendste verschijning onder de kaatsers, drievoudig PC-winnaar en in 2001 en 2005 verkozen tot koning. Met een strakke worp gooit de reusachtige Wassenaar – een ruwe bonk die qua lichaamsbouw niet zou misstaan in een rugbyploeg – zijn bos bloemen in het publiek.

Tot aan het eind van de middag spelen de parturen hun wedstrijden, regelmatig begeleid door de harmonie, die een fraaie plek heeft gekregen in de hoek van een tribune. Ontspannende, ingetogen muziek. ‘Kaatsaanmerkers’ rennen als jonge honden over het veld om de witte en rode blokjes die onafgemaakte slagen markeren neer te leggen of op te halen. Vlak voordat opslagers de bal op cruciale spelmomenten opslaan in de richting van het perk van de tegenstander klinkt gesis op de tribunes; de toeschouwers manen elkaar tot stilte.

De PC is ook ook een sociale gebeurtenis, een jaarlijkse reünie. „Hee, Diekstra! Hoe gaat ’t?” Met talrijke oud-kaatsers, zoals Johannes ‘de Brand’ Brandsma, hoewel nooit tot koning gekroond door velen beschouwd als de beste kaatser die er is geweest.

Buiten het stadionnetje nog wat kermisattracties. Een enkele bezoeker combineert de dagvullende PC met een bezoekje aan het curieuze Planetarium van Eise Eisenga, of het Kaatsmuseum, boven een filiaal van de bank die hoofdsponsor is van de PC en waarvan de naam is afgedrukt op de shirts van alle kaatsers.

Aan het eind van de middag, na de halve finales, betreden veel toeschouwers en de harmonie het veld. Na een pauze van een half uur komt een einde aan de gezellige chaos. „Wij verzoeken het publiek vriendelijk doch dringend zich achter de touwen te begeven, en de keurmeesters (een soort lijnrechters, red.) hun plekken in te nemen, dan kan het straks vlot los”, zegt de omroeper. Alle petten en andere hoofddeksels gaan af als andermaal het Friese volkslied klinkt. De parturen 3 en 15 spelen de finale, nadat het partuur met koning Johan van der Meulen in de halve finale is uitgeschakeld. Door, zoals bijna twaalf uur na de dagopening van PC-voorzitter Dijkstra zal blijken, de nieuwe kaatskampioen, het partuur met opslager Jochum Bouma (uit Easterlittens), voorinse Auke van der Graaf (Berlikum), die er na dertien PC’s met vier titels en één koningstitel mee stopt, en de koning van de 155ste PC, achterinse Douwe Groenendijk (Heerenveen). Al snel komt de nieuwe koning, 29 jaar oud, voor de microfoon van Omrop Fryslân: „Dit is met geen pen te beschrijven.” Om zijn nek hangt de prijs waar iedere kaatser van droomt: de zilveren bal.

    • Ward op den Brouw