Fotografen aan het woord

Fotografen fotograferen foto Karadzic foto Reuters Photographers gather round to take photographs of an undated photo put on display, showing Radovan Karadzic with glasses, long white hair and a beard, after a press conference, in Belgrade, Serbia, Tuesday, July 22, 2008. Karadzic, a top war crimes suspect, was arrested Monday in Serbia, the Serbian president and the U.N. war crimes tribunal for the former Yugoslavia said. (AP Photo/Darko Vojinovic) Associated Press

Een camera is objectief, maar in de handen van een goede fotograaf wordt zij een manipulatief instrument. Familieleden en vrienden mogen mij zo vaak fotograferen als ze willen. Maar fotografen die ervoor zijn opgeleid, vertrouw ik niet. Elke fotograaf maakt een ander mens van je. En al pleit het voor de eigenzinnigheid van de fotograaf, mij maakt het nerveus en bij voorbaat kwaad dat een fotograaf zijn eigen gezicht aan mij wil geven.

Onlangs stond ik voor de camera van Vincent Mentzel. Hij plaatste me in het felst mogelijke licht, zodat ik niet anders kon dan een Clint Eastwoodblik opzetten. „Mooi!” vond Mentzel, maar ik wist dat ik op mijn gerimpeldst voor de dag zou komen en dat mijn gezichtsuitdrukking die van een peinzend, complex mens zou zijn. Dat doet oude mannengezichten goed, ze gaan er intelligent van uit zien, maar niet meer zo heel jonge vrouwen worden er vooral chagrijnig en oud van. Vermoedelijk deed het de situatie geen goed dat ik hardop tegen Mentzel klaagde dat ik zeker wist dat ik in dit licht niet tot mijn recht zou komen.

„Maar ik heb een lichtje in je ogen nodig!” wist hij zeker. Dit was wel de grote Vincent Mentzel, stelde ik mezelf gerust. En ik liet me tegen beter weten in, knijpend met mijn ogen tegen het zonlicht, fotograferen. Dit wordt niets, wist ik. Terwijl ik me liet vastleggen, zag ik dat het fototoestel in de handen van Mentzel een wapen was. Het vuurde beelden op me af waar ik niets mee te maken had. Het legde gezichten op mijn voorkomen die mij vreemd waren.

Op een foto op de website van deze krant zag ik een foto die mijn angst voor fotografen een kluwen lenzen en ledematen gaf. In vechtershouding – als soldaten – met zwaar geschut, staan de fotografen voorovergebogen, de wapens op dezelfde plek gericht, alsof het slordig opgestelde bataljon geïnstrueerd is om iemand ter plekke neer te knallen. Het merkwaardige van het tafereel is dat ze de loop van hun geweer richten op een lege plek. Ik zie niets. Niemand. Juist deze leegte maakte het voor mij voorstelbaar dat ik daar onder vuur word genomen. Daar had ik kunnen staan.

Maar wat deden al die serieuze fotografen daar dan? Was dit soms een oefening voor leerling-fotografen? Een onderschrift bij de foto verklaart wat er aan de hand was: ‘Fotografen en cameramensen maken opnamen van een recente foto van Karadzic na een persconferentie in Belgrado.’ Hier wordt het eerst vrijgekomen beeld van de ontmaskerde Karadzic aan de wereld getoond.

De fotograaf die zijn collega’s in actie heeft vastgelegd, geeft een podium aan de agressiviteit waarmee op beeldmateriaal wordt gejaagd. Daarnaast laat hij de van genocide beschuldigde Karadzic nog eenmaal voortvluchtig zijn. In dit beeld wordt hij nog steeds gezocht. Hij is hier zoals hij alle jaren dat hij vermomd en met een valse identiteit door het leven ging, als schim van zichzelf aanwezig.

Ik moest heel goed kijken om de foto van Karadzic in dit beeld te ontwaren. Ik zag een rij kleine microfoons met daarnaast flesjes water, en bij de microfoon waar een flesje water ontbrak, stond een klein vlakje dat de foto moest zijn, rechtop gezet tegen de microfoon. Deze microfoon was als enige naar het bataljon fotografen gericht, om de foto in balans te houden. Een bizarre, maar veelzeggende opstelling: de fotografen hebben het voor het zeggen.