Ensembles moeten geknuffeld worden

Een ongekende, desastreuze en onherstelbare kaalslag dreigt voor de nieuwe muziek in Nederland. Zó beschrijft de Commissie compositie van het Fonds voor de Podiumkunsten de gevolgen van de subsidieadviezen van de Commissie muziek van hetzelfde Fonds voor de Podiumkunsten. Een aantal ensembles voor nieuwe muziek krijgt de komende vier jaar geen structurele subsidie meer. Het internationaal fameuze Asko/Schönberg Ensemble wordt met eenderde gekort.

Het is geen wonder dat de Commissie compositie de noodklok luidt. De commissie adviseert over subsidies aan componisten die straks in veel gevallen geen uitvoerders meer hebben. Terwijl gemeenten prachtige zalen bouwen voor nieuwe muziek – in Amsterdam het Muziekgebouw aan ’t IJ, in Utrecht het Muziekpaleis, in Den Haag het nieuwe cultuurcomplex aan het Spui – wordt de nieuwe muziek zelf om zeep geholpen.

Het is een fikse fout van de top van het fonds dat de eigen commissies voor de nieuwe muziek niet op één lijn zitten. Het fonds heeft bijna een monopolie op het gebied van subsidies aan kleinere kunstinstellingen. Die kunnen feitelijke onjuistheden in conceptadviezen aanvechten en alleen bij een onafhankelijke commissie in beroep gaan tegen individuele definitieve beslissingen. Dat moet het fonds dwingen tot extra zorgvuldigheid in het volgen van het kunstleven, in de motivering van adviezen, in de afweging van artistieke belangen op korte en lange termijn.

Over de motiveringen bij de meeste conceptadviezen is nog weinig bekend. Het fonds komt pas over enkele weken met de definitieve oordelen. Maar het onverhoeds afschaffen of afknijpen van ensembles, zoals blijkt uit een aantal conceptadviezen, duidt op een al te oppervlakkige aanpak. Die brengt bijna het hele verschijnsel nieuwe muziek in gevaar, een deel van het kunstleven dat het toch al moeilijk heeft.

Ensembles zijn de goedkope miniorkestjes, die door instanties juist geknuffeld zouden moeten worden. Natuurlijk is er – zoals altijd – allerlei kritiek op de ensembles mogelijk. Ze lijken voortgekomen uit het hobbyisme van aanhangers van Schönberg, Ives en Xenakis. Maar een eeuw geleden was Mahler met zijn nieuwe, zeer omstreden muziek die elders en ook nog decennia later nauwelijks werd gespeeld, in Nederland ook het hobbyisme van één man: Willem Mengelberg.

Nieuwe muziek heeft altijd een moeizaam imago. De public relations zijn armetierig. Nieuwe muziek is al lang geen pling-plong meer, maar slechts weinigen weten dat. Het is zelfs een margeverschijnsel geworden, terwijl het de kern van het ‘klassieke’ muziekleven zou moeten vormen, zoals Tino Haenen, de ambitieuze nieuwe directeur van het Muziekgebouw aan ’t IJ zegt. De ensembles kunnen daar ook zelf veel meer aan doen. Meer samenwerking, een efficiënt gezamenlijk bureau voor de organisatie en marketing. Eenmalige concerten zouden eigenlijk moeten worden verboden, tournees langs zalen in de Randstad en daarbuiten moeten de regel zijn.

Programmeurs van zalen hebben nu geen enkele verplichting om concerten met nieuwe muziek te organiseren. Als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks. Dwingende maatregelen en quoteringen zijn meestal uit den boze in de kunst, maar het vanuit Den Haag opheffen of verstikken van eigentijdse muziek is ook erg dwingend.