Een mediatycoon met stigmata

Axel Springer was een machtige, naoorlogse Duitser. Hij heette een mammoetuitgever, maar een verontrustende biografie onthult ook een getourmenteerd leven.

Axel Springer, ongedateerd portret Foto Sven Simon/AP Undated portrait of West German publisher Axel Springer. (AP Photo/Karsh) Associated Press

Hans-Peter Schwarz: Axel Springer. Die Biographie. Propyläen, 734 blz. € 26, –

‘Onteigen Springer! Nog altijd een goed idee!’ Toen in mei in Berlijn het naambordje van de Rudi-Dutschke- Straße werd onthuld, hielden betogers spandoeken omhoog die in herinnering riepen wie de grote tegenstander was van studentenleider Dutschke en zijn 68’ers: mediatycoon Axel Springer. Springer overleed in 1985, maar zijn erfenis en zijn rol in de geschiedenis van de Bondsrepubliek zijn nog altijd omstreden.

Over de oprichter van het beruchte boulevardblad Bild is al een aantal biografieën verschenen, maar historicus Hans-Peter Schwarz was de eerste die de bedrijfsarchieven van de Axel Springer AG mocht onderzoeken en die van Springers weduwe Friede toestemming kreeg de persoonlijke papieren van de magnaat in te zien. Dat voorrecht heeft een boek opgeleverd, Axel Springer. Die Biographie, dat een soms zeer verontrustende inkijk biedt in het brein van een van de machtigste Duitsers van de tweede helft van de 20ste eeuw.

Dat Springer voor politiek links zo’n controversiële figuur zou worden, is bij aanschouwing van de eerste decennia van zijn leven bijna ondenkbaar. Hij wordt in 1912 geboren in Altona, een stadje buiten Hamburg. Zijn vader is eigenaar van de krant Altonaer Nachrichten. Na de machtsovername van de nazi’s wordt de krant geacht de partijlijn te bejubelen. Dat doet Springer senior met tegenzin, maar het mag uiteindelijk niet baten. Het dagblad wordt opgeheven.

Voor Axel Springer, die bij zijn vader het vak leert, breekt hiermee een periode van innere Opposition en lanterfanten aan. Hij weet een dermate slechte gezondheid voor te wenden dat hij geheel wordt afgekeurd voor militaire dienst. Zelfs als Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog elke man kan gebruiken, lukt het Springer aan de kant te blijven staan.

Hij trouwt in 1933 met de joodse Martha Meyer. Ze krijgen een dochter, maar het stel gaat in 1938 uit elkaar. Dat is niet omdat Springer de rassenwetten wil gehoorzamen, aldus Schwarz, maar omdat hij geen talent heeft voor huwelijkse trouw. Uiteindelijk zal hij maar liefst vijf keer in de echt worden verbonden.

Als in de laatste oorlogsjaren duidelijk wordt dat de nazi’s aan de verliezende hand zijn, begint Springer na te denken over zijn toekomst. Gekscherend neemt hij in die tijd de telefoon al op met ‘Axel Springer, mammoetuitgever’. Zodra de vijandelijkheden gestaakt zijn, wil hij een krant opzetten in Hamburg, de mediametropool van Noord-Duitsland. Omdat hij zo duidelijk ‘goed’ was tijdens de oorlog, kost het Springer in 1945 relatief weinig moeite zijn Persilschein te bemachtigen, de verklaring van goed gedrag, uitgegeven door de geallieerde bezetters.

In een verlaten luchtafweerbunker, waar in de winter een ijskoude wind doorheen waait, vestigt Springer in 1948 de redactie van zijn eerste krant: het Hamburger Abendblatt. Het moet een massakrant worden. Springer zet zijn redacteuren op scherp: „Hoe dwing je de mensen – bij regen, bij weer en wind, bij een goed humeur, bij een slecht humeur, tijdens gesprekken, in gedachten verzonken – te blijven staan, in hun tas te grijpen, twintig pfennig te pakken en te laten zeggen ‘Eenmaal het Hamburger Abendblatt alstublieft’?’’ Motto van deze nieuwe krant voor ‘de gewone Hamburger’: Seid nett zu einander, wees aardig voor elkaar.

Expansie

Springer is de man van de ideeën, de creatieve invallen. Als de voorpagina hem niet bevalt, laat hij die overmaken zoals hij denkt hoe het het wél moet. Voor de organisatorische aspecten van de bedrijfsvoering heeft hij aanleg noch interesse, maar hij beschikt over een goede hand in het kiezen van managers die zijn alsmaar uitdijende imperium besturen. Bij het selecteren van het beste personeel let hij niet op het oorlogsverleden van de mensen die hij aanstelt. Zelfs het lidmaatschap van de SS is geen bezwaar.

De jaren vijftig laten een enorme expansie van Springers imperium zien. In 1952 lanceert hij Bild, een krant die vooral leunt op fotografie, vergezeld van korte artikelen over zaken die mensen van een wat lager opleidingsniveau graag lezen: misdaad, beroemdheden en seks. Het is een radicale stap weg van wat een Duitse krant hoort te zijn, maar Bild is een schot in de roos. Binnen een jaar ligt de oplage op een miljoen. Om zijn imperium wat cachet te geven, koopt Springer in 1953 de kwaliteitskrant Die Welt, die hij tot de spreekbuis maakt van zijn conservatieve politieke overtuiging.

Springers leven verpersoonlijkt het Duitse Wirtschaftswunder van na de oorlog: met keihard werken lukt het de Bondsrepubliek zich op te richten uit de puinhopen. Zijn manische scheppingsdrang heeft echter ook een keerzijde, die zich vooral manifesteert in zijn privéleven. Het lukt hem niet zijn huwelijken intact te houden en de band met zijn kinderen is uiterst problematisch. Daarnaast worstelt hij met zingevingsvraagstukken.

Het beeld dat Schwarz schetst van de mens Springer medio jaren vijftig is ontluisterend. De tycoon heeft in de kelder onder zijn huis een ruimte ingericht waar hij nachtenlang biddend doorbrengt, geknield voor een schilderij van Franciscus van Assisi. Hij vast zo rigoureus dat hij visioenen krijgt waarin hij de stigmata ontvangt en engelen aanschouwt. Hoe het hem lukt zich aan deze crisis te ontworstelen, is Schwarz onduidelijk gebleven. Misschien vindt Springer de inspiratie in de twee thema’s die de rest van zijn leven zullen beheersen: de strijd tegen het communisme en zijn steun voor de staat Israël.

Hij verplaatst het hoofdkwartier van zijn concern naar de ‘frontstad’ Berlijn en roept in de commentaren in zijn bladen – die inmiddels een gezamenlijke oplage hebben van tien miljoen exemplaren – West-Duitse politici op harder stelling te nemen tegen de DDR. Het is in het begin van deze Berlijnse periode dat Springer wordt ingehaald door de tijdgeest.

Contemplatie

Schwarz’ biografie, die tot op dit moment voorbeeldig is, loopt hier van de rails. Voor iemand zonder achtergrondkennis van de Duitse studentenbeweging van de jaren zestig is het moeilijk het verhaal goed te volgen. Waarom zijn die linkse jongeren zo boos op Springer? Wat laat hij over hen schrijven in Bild en Die Welt dat een groep studenten doet besluiten zijn kantoor te bestormen? Het lijkt erop alsof Schwarz zijn dank voor de toegang tot zijn bronnen heeft willen uitdrukken door deze periode met een softfocus-lens te filmen. Waarover hij wél uitgebreid schrijft, is de rol die Springers concurrenten in deze periode spelen. Rudolf Augstein (Der Spiegel) en Gerd Bucerius (Die Zeit) onderschrijven van harte de eis van de studenten om Springers greep op de Duitse gedrukte media van overheidswege te breken.

Nadat de storm van de jaren zestig en zeventig is overgewaaid, is het gedaan met Springers werklust. Hij brengt een gedeelte van zijn bedrijf naar de beurs en de telefoontjes naar zijn hoofdredacteuren met wijze raad en oekazes nemen in frequentie af. Steeds vaker is hij in Israël, een land dat hij ook met ruimhartige financiële schenkingen ondersteunt. Verder brengt hij veel tijd door op zijn landgoed, verzonken in religieuze contemplatie, zij het van een normaler soort dan in de jaren vijftig.

Na zijn dood in 1985 en de val van de Muur vier jaar later, valt hem postuum de rol van visionair ten deel, stelt Schwarz in zijn epiloog. De tycoon had het met zijn felle anticommunisme wellicht toch bij het rechte eind gehad, moesten sommige tegenstanders schoorvoetend toegeven.

Hans-Peter Schwarz heeft met Axel Springer. Die Biographie, een boek geschreven waarin hij zijn hoofdpersoon, afgezien van diens optreden eind jaren zestig, niet spaart. De volledigheid waarmee hij Springers Umwelt beschrijft, maakt dat deze biografie niet alleen het leven van de mammoetuitgever belicht, maar dat van het hele naoorlogse Duitsland.

    • Bart Funnekotter