Dode dieren

Ergens in de schatkamers van de half gesloten Amsterdamse musea moet een kostbaar kunstwerk van Damien Hirst staan, als het tenminste niet gestolen is. Een glazen container met vuil beddegoed uit een ziekenhuis. Wrinkles of Dust in the Sheets of the Almost Dying heet het misschien. Of het heeft een andere Heideggeriaanse titel. Hoe dan ook, ik zou het wel weer eens op me willen laten inwerken; ook al omdat de kunstenaar in het nieuws is. Hij heeft 223 kunstwerken gemaakt voor een veiling van Sotheby’s in Londen. Topstuk, las ik in deze krant, is Het Gouden Kalf, een stiertje op sterk water met gouden hoeven en een gouden schijf tussen de horens.

Hirst specialiseert zich in dode zoogdieren, onderdelen daarvan en gereedschap dat erbij hoort. Het laatste dat ik van hem heb gezien is een installatie, bestaande uit dertig schapen zonder kop, een dode haai, driehonderd worstjes en de twee dode duiven. De schapen op sterk water en aan een infuus. En in kleine kastjes terzijde nog allerlei pillen en drankjes. En in een open laatje een paar bloederige scharen en messen. Dit geheel heet The Archeology of Lost Desires, Comprehending Infinity, and the Search for Knowledge. Tegen betaling van 10 miljoen dollar is het eigendom geworden van de Lever House Art Collection, die beheerd wordt door de projectontwikkelaar Aby Rosen. Twee jaar geleden vroeg Rosen de kunstenaar een eigentijdse installatie te maken voor de lobby van Lever House. Hirst begon schapen en worstjes te verzamelen. Dit is het resultaat. „Door prachtige kunst te vertonen maak je het gebouw op de beste manier zichtbaar”, zei Rosen. De onthulling van TAoLD enz. ging gepaard met een partijtje voor tweeduizend vooraanstaanden uit de New Yorkse kunstwereld. Tot dit gezelschap hoor ik niet, maar het geheel werd daarna voor het publiek opengesteld. Was begin dit jaar te zien op de hoek van de 54ste Straat en Park Avenue. Ik stond paf.

Hirst was toen al beroemder dan beroemd, door zijn haai op sterk water, getiteld The Physical Impossibility of Death in te Mind of Someone Living. Kracht aan zijn reputatie heeft hij ook bijgezet door de schedel van een man uit de achttiende eeuw te beplakken met 8601 achttienkaraats diamanten, For the Love of God. Verkocht aan een verzamelaar voor 60 miljoen euro. En verder herinner ik me zijn Insectocutor, een grote, aan drie kanten met gaas bespannen kist waarin een aantal vliegen gevangen was gezet. In het midden van de ruimte was een staaldraad gespannen. Deze draad stond onder stroom. Vloog een vlieg er tegenaan dan werd hij geëlektrocuteerd.

Het zal misschien aan mijn gevoelige ziel liggen, maar ik vind dat je geen enkel dier met kunstzinnige bedoelingen dood mag maken. Door de Insectocutor wekte Hirst mijn wantrouwen en verdere belangstelling. Stillevens met dood wild worden al eeuwen lang geschilderd. Het aantal doeken met schedels die je aan de vergankelijkheid moeten doen herinneren is niet te tellen. Maar gesol met kadavers, een galerie met vitrines vol medisch gereedschap, dertig onthoofde schapen, dergelijke kunst wekt mijn wantrouwen. Nu las ik dat door de medewerkers van Hirst ‘heel wat dieren zoals zebra’s en veulens in de formaldehyde zijn geplaatst’. De veiling belooft een succes te worden. Hirst is een groot zakenman, en misschien ook wel kunstenaar. Daar blijf ik buiten. Dit is een stukje over necrofilie.