De Robinson-sandalen moeten op de stoep al uit

Situaties en gebeurtenissen uit onze jeugd zijn vaak een bron voor literaire impressies. Monica Metz herinnert zich nog als de dag van gisteren haar weerzin tegen sandalen.

De Robinson-sandalen moeten op de stoep al uit Illustratie Roland Blokhuizen Blokhuizen, Roland

1947. Net als al mijn broertjes en zusjes draag ook ík ze. En evenals als zij, met tegenzin.

– Goed en goedkoop, zegt mijn moeder.

Dat goedkoop zal wel kloppen, maar goed? Op parketvloeren laten de zolen zulke zwarte strepen achter, dat ik de sandalen bij mijn vriendinnetje al op de stoep moet uitdoen. Net als dichte schoenen hebben ze hielen.

Die worden door het lopen wijder, zodat je voet er bij het rennen uitglipt en je op de harde rand neerkomt. Wij waden door plassen om de hiel zacht te maken, maar daar wordt hij nog wijder, nog harder van.

De sandalen zijn voornamelijk sterk en de enige manier om ervan af te komen is: eruit te groeien. In ons grote gezin, waarin ieder kind de schoenen van zijn voorganger moet afdragen, is die kans alleen voor mijn oudste broer weggelegd.

Maar ook hem is dat geluk niet beschoren: hij krijgt een nieuw paar Robinsons. En als wij ons beklagen over dat eeuwige afdragen van spullen van anderen, haakt mijn moeder de Pro Juventute-kalender met zwart-wit foto’s van het Koninklijk Huis van de muur en wijst ons erop dat zelfs de prinsesjes elkaars kleren moeten afdragen.

– Kijk maar, die lichte jurken met die donkere stippen.

Op de kalender van vorig jaar dragen ze er alle vier één. Nu is Beatrix er uitgegroeid.

Maar de andere drie, zie je wel!

Arme jongste prinses. Haar leven gaat niet over rozen. En arme wij, die door de koningin zelf worden overtroefd. We gespen de sandalen weer aan.

Toch lijkt er omstreeks 1950 een Robinsonloos tijdperk aan te breken.

Mijn oudste broer heeft geen nieuw paar gekregen en van de overige kinderen loopt ruim de helft op ander schoeisel rond.

Is Robinson over de kop of heeft mijn moeder goedkopere schoenen gevonden die even sterk zijn?

Vergeefse hoop. Op een middag staat naast de eettafel een manshoge toren van witte dozen, allemaal voorzien van het Robinson vignet. De onderste doos draagt een plakkertje met het getal 42, elk volgend paar is een halve maat kleiner. Sommige maten zijn dubbel vertegenwoordigd omdat in de puberteit de voeten van de jongens harder groeien dan die van de meisjes.

Wij moeten van de toren afblijven tot alle kinderen uit school zijn.

Daarna mag iedereen zijn eigen maat uitzoeken. In een oogwenk kruipen wij joelend over de vloer, rollen tussen de dozen over elkaar heen, stapelen ze opnieuw en stoten ze weer om.

Ik ga op mijn buik liggen om in al dat witte karton en ritselende vloeipapier te zwemmen. Mijn jongste zusje krijgt een trap in haar rug en begint te krijsen. Naast mij gilt een van mijn broertjes:

– En mag ik dan van u, twee linkerschoenen maat 38½? Dank u.

Mijn vader die niet tegen chaos kan, brult nerveus boven de herrie uit dat we de paren niet mogen scheiden. Mijn moeder staat naast hem en lacht.

Even lijkt het erop dat ook zij zich in het gewoel zal storten, maar dat kan ze haar man niet aandoen. Jammer, ik had graag met haar tussen het witte karton gezwommen.

Het is gebruikelijk om bij nieuwe schoenen in de neus te drukken om te voelen of er genoeg teenruimte is, maar de neus van een Robinson sandaal laat zich niet indrukken. Zelfs niet door mijn vader.

Daarom gaat pappa, zodra hij ons weer in bedwang heeft, op zijn knieën zitten en laat ons, na het bepalen van onze maat op volgorde van leeftijd aantreden en voor zijn knieën halt houden.

Zoals een hoefsmid de benen van een paard optilt om de ijzers te bekijken, zo tilt hij onze voeten op, om te zien of de maatnummers op beide zolen gelijk zijn. Daarna beveelt hij ons de voet stevig op de grond te planten, legt zijn ene hand om de neus, de andere om de hiel, drukt de schoen tegen de vloer en beveelt ons de tenen te bewegen en de voet heen en weer te schuiven.

Bij voldoende speelruimte geeft hij zijn fiat. De paren die overblijven, gaan terug naar de winkel. Wij zitten weer voor jaren aan de Robinsons vast.

    • Monica Metz