Boekweitpannenkoeken

In een Bretonse creperie at ik eens deze galettes de sarrasin, boekweitpannenkoeken met spinazie, geitenkaas, walnoten en room. Nou ja, pannenkoeken. Ze waren zo gigantisch dat ik na één exemplaar slechts met opperste wilskracht nog een flinterdunne crêpe met calvados aankon. Thuis maken we kleinere pannenkoeken, maatje koekenpan, en lusten we er wel twee per persoon.

40 g roomboter

300 g spinazie

100 g witte bloem

100 g boekweitmeel

1 theelepel bakpoeder

1 ei

350–400 ml melk

150 g chèvre

2 flinke eetlepels crème fraîche

10 walnoten, grof gehakt

Laat de helft van de boter smelten in een grote pan. Voeg de spinazie toe en laat slinken. Laat de spinazie uitlekken en maak op smaak met zout en versgemalen peper. Meng beide meelsoorten, bakpoeder en een snuf zout in een kom. Maak een kuiltje in het midden, breek er het ei in en schenk er de helft van de melk in. Roer met een garde vanaf het midden tot een klontvrij beslag ontstaat. Voeg al roerend zoveel melk toe tot het beslag dik vloeibaar is. Bak hiervan 4 pannenkoeken, elk in een klein klontje boter. Verdeel de spinazie over de pannenkoeken. Verkruimel er de chèvre boven en verdeel daarover de crème fraîche. Bestrooi met walnoten en vouw de pannenkoeken dubbel.

Kijk op nrc.tv voor Janneke’s nieuwste recept: verse tomatensaus