Bijna overbodig licht

Olight T20 Foto Jaime Halegua

Dialoog in buitensportwinkel. Jongen: „Deze zaklantaarn is in de aanbieding.” Meisje: „Je hebt al een zaklantaarn.” Jongen: „Als ik die kwijt ben, kan ik hem met deze zoeken.” Iedere jongen heeft een zaklantaarn, en nog één nodig. Zelfs iemand met de laatste state of the art zaklamp, bijvoorbeeld de Fenix L2D.

Komt van die lamp een gekloonde neef op de markt, de Olight T20 bijvoorbeeld, dan begint de kooplust onbeheersbaar te borrelen. De Olight is net als de Fenix: is gemaakt in China, heeft een stevige behuizing, weegt circa 80 gram en schijnt met een Cree-led. Zijn er rationele redenen te bedenken om naast een Fenix (60 euro) nog een Olight T20-T (61 euro) te kopen? De Olight biedt 220 lumen tegen Fenix 180, maar heeft dure CR-123A batterijen, en niet AA-batterijen zoals Fenix.

Gelukkig staat op een van de vele fora op internet hét argument om de Olight te kopen. „Het aardige van het hebben van de Fenix én de Olight is dat je makkelijk beide lampen tegelijk bij je kan dragen. Dus heb je altijd een backup. Het zijn geweldige lampen en klein genoeg om ze in een hand te houden. Je hebt meer dan 300 lumen in je vuist. Dat is niet gek.”

Dan zijn er geen argumenten meer om de Olight niet te kopen.

Hans Moll

    • Hans Moll