‘Alles moet in een gouden lijstje’

De meeste acrobaten waren nog nooit in het buitenland geweest. Henk van der Meyden haalde de Noord-Koreanen voor een maand naar Carré voor een show met veel luchtacrobatiek.

„Hé, hallo, waar is de ladder? Die moet híer staan. Klim jij er maar op en maak mooie plaatjes hè. En jullie gaan daar staan – netjes in een kring. Ja de boys moeten er ook op. Daar. Nee, dáár. En dan netjes wegmarcheren. Hoe zeg je dat in het Koreaans? Voorwaarts mars, go.”

Circusproducent en oud-journalist Henk van der Meyden regisseert zijn fotomoment op de Magere Brug tegenover Theater Carré met wilde gebaren. Hij heeft iedereen bij elkaar: zo’n 45 Noord-Koreaanse luchtacrobaten, net twee dagen in Nederland, laten zich in nieuwe kleurrijke kostuums gewillig op hun plek zetten.

Voor het eerst presenteert het Nationaal Circus van Pyongyang zich in Europa met een eigen programma: the Great Flying Circus. De meesters van de trapeze, roept de meester van de publiciteit Henk van der Meyden aan iedereen die het horen wil, tijdens de eerste doorloop van de show in Carré. Zaterdag is de première, het Noord-Koreaanse circus blijft een maand.

De opening van deze vliegshow kostte heel wat hoofdbrekens. Noord-Koreanen zijn volgens Van der Meyden niet bekend met zaken als ‘showopeners’ en ‘publiekspleasers’. Het Nationaal Circus van Pyongyang begint altijd direct met een act, zonder introductie of verhaal. Nu is er dans in een zwart-wit tableau met grote waaiers. De luchtnummers zijn altijd fenomenaal, maar de theatrale presentatie liet te wensen over. „Van die statige truttigheid moesten we af. Ons publiek wil een vloeiend programma en aantrekkelijke kostuums. Alles moet in een gouden lijstje.”

Weg dus met de sportieve lycra paillettenpakjes. Zo jaren tachtig, grijnst de flamboyante kleding- en decorontwerper Jan Aarntzen, druk in de weer met zijn collectie Poëzie van Noord-Korea met folkloristische elementen. De vrouwen kregen hanboks, traditionele klokjurken tot de grond met ultralange mouwen. Ze bewegen als serene poppetjes voort in de opening en finale. In de lucht is alles vanzelfsprekend beweeglijk, elastisch en plooibaar. „Strak, kort, maar zeker niet sexy”, zegt Aarntzen. „Noord-Korea schrikt zich rot van bloot. Graag liet ik de torso’s van de luchtacrobaten zien. Geen denken aan. Ik mag de dames niet eens opmeten, dat doet mijn zus, laat staan dat ik zo even, hup, de boezem omhoog schep zoals bij het passen voor een modeshow. Toch heb ik wel wat push-ups in de pakjes verwerkt hoor. Ze zijn er stiekem blij mee, met hun kindermaatjes. Maar het uiten, nee dat mag natuurlijk niet.”

Vervolg Circus: pagina 8

Zweefsprongen in nok van Carré

CIRCUS

Vervolg Circus van pagina 1

Al jaren haalt het productiebedrijf Stardust Circus van Henk van der Meyden en zijn echtgenote Monica Strotmann acts uit Noord-Korea. Ze treden bijvoorbeeld op in het Wereldkerstcircus dat Stardust ieder jaar organiseert. De Noord-Koreanen treden veelal op met trapezenummers, die op het gerenommeerde circusfestival van Monte Carlo regelmatig in de prijzen vallen.

Met drie- en zelfs viervoudige salto’s in de nok brengt Stardust een „waar vliegfeest” in Carré. Van der Meyden en Strotmann wisten na een geslaagde lobby – „met overtuigende dvd’s van westerse circussen” – het Noord-Koreaanse ministerie van Cultuur tot samenwerking te verleiden. Voorzichtig mocht Stardust het circus vernieuwen en modelleren naar westerse maatstaven. Kosten: rond de negen miljoen, in de lijn van het nog maar net vertrokken Moskouse Bolsjoi Ballet – eveneens een Stardust-productie.

Boven de piste in de nok van het oude circustheater Carré hangen tal van trapezes. Jonge mannen en vrouwen strekken er hun elastische lijven. Een aantal springt zich warm op een wip. Die lijkt wat krakkemikkig, maar in minder dan geen tijd worden hoogtes als van de eerste ring van Carré bereikt. Anderen draaien als topturners moeiteloos salto’s, schroefdraaien en flikflaks. Ze zijn de vliegers en vangers van de ‘Multitrapeze’, een schouwspel met drie vliegpunten. Tijdens hun nummer zijn trapeze en lanceerschommel gecombineerd voor indrukwekkende zweefsprongen.

De meeste leden van het acrobatengezelschap zijn voor het eerst in Europa. Het is duidelijk even wennen, al tonen de gezichten slechts bevroren glimlachen. De artiesten worden geacht niet met de pers te spreken. Een afgevaardigde van het Noord-Koreaanse ministerie van Cultuur houdt een oogje in het zeil. Het geïsoleerde, dictatoriale land is weliswaar klaar voor een ‘goede relatie met het buitenland’ en geeft zijn verbluffende trapezeacts graag prijs, maar de deur gaat niet verder open dan op een kiertje.

Bij hoge uitzondering mag acrobaat Soung-Il Kim, met wit gepoederd gezicht en kleurrijk outfit, wat zeggen. Hij is specialist op de trampoline, het springboard en in touwtjespringen, en traint al vanaf zijn achtste voor het circus, vertelt hij. Met zijn team werkt hij zeven tot acht uur per dag aan het perfectioneren van de circusacts. Of hij wel eens bang is? Nee, dat nooit. Alleen als kind moest hij wennen aan de hoogtes. Hij kijkt ongemakkelijk. Persoonlijker mag het niet worden, zegt de tolk hoofdschuddend. Ook producer en choreograaf Chol Kim spreekt zich liever niet uit over de specifieke krachten en talenten van dit circus. „Het is mooi dat de overheid het circus zo veel steunt.” Mag hij nu weer aan het werk?

The Great Flying Circus Noord-Korea, 2/8-31/8 Theater Carré, Amsterdam. Inl: theatercarre.nl