Winterwind waait vaker uit het westen

De overheid kan beleid baseren op het laatste KNMI-rapport. „Er worden belangrijke stappen gezet om het land aan te passen aan een veranderend klimaat.”

De klimaatwetenschap ontdoet zich heel langzaam van haar onzekerheden, zegt Hein Haak, directeur klimaat en seismologie van het KNMI. Maar nieuwe onzekerheden zijn niet uit te sluiten. Nog niet zo lang geleden hielden klimaatwetenschappers zich vooral bezig met waarschuwingen. Het duurde jaren voordat het IPCC, het wetenschappelijk klimaatpanel van de Verenigde Naties waarin ook het KNMI zitting heeft, het aandurfde om de opwarming van de aarde te verbinden aan menselijk handelen. Nog steeds houden veel wetenschappers een slag om de arm.

De kracht van het KNMI is volgens Haak dat in het instituut klimaatonderzoek samengaat met het bijhouden van weersgegevens. Het nieuwste klimaatrapport van het KNMI is volledig gebaseerd op een beschrijving van de weersgesteldheid van de afgelopen vijf jaar. „Het opmerkelijke”, zegt de auteur van het rapport, Geert Jan van Oldenborgh, „is dat de klimaatverandering nu al goed waarneembaar is in de cijfers.”

„Inmiddels zijn we in een situatie dat we de effecten van klimaatverandering kunnen kwantificeren”, zegt ook Haak. „Zelfs kleine veranderingen kunnen we nu vroegtijdig herkennen. Daardoor kunnen we ‘tijd kopen’ om ons aan die veranderingen aan te passen. Met de gegevens uit dit rapport kan de overheid nieuw beleid formuleren. De metingen van de afgelopen vijf jaar kunnen bovendien worden ingebed in de bestaande klimaatmodellen, die daardoor verfijnder worden.” Ook het KNMI publiceerde twee jaar geleden vier mogelijke scenario’s voor het toekomstige Nederlandse klimaat. Met de nieuwe resultaten zullen de bestaande klimaatscenario’s uit 2006 worden aangepast en in 2012 worden vernieuwd.

Van Oldenborgh is op zijn hoede als het woord ‘toekomst’ valt. „Het klimaatprobleem is nog helemaal niet opgelost”, zegt hij. „Niet voor niks spreken we in de klimaatwetenschap liever niet over toekomstverwachtingen, maar over toekomstscenario’s. Ontwikkelingen van nu zijn niet zomaar door te trekken.” Van Oldenborgh noemt als voorbeeld het aerosoleffect. Stof- en roetdeeltjes in de lucht, een gevolg van vervuiling, houden warmte tegen en helpen zo de opwarming van de aarde te voorkomen. In de meeste modellen wordt er rekening mee gehouden dat de lucht schoner wordt, waardoor het klimaat opwarmt. Maar dat effect is eindig, denkt Van Oldenborgh, want er komt een moment dat de lucht niet meer schoner wordt.

„We hebben in het rapport het woord toekomst voorkomen”, zegt Van Oldenborgh trots. „We hebben geprobeerd ons strikt aan de feiten te houden. Toch zijn er nog steeds veel onzekerheden. Zo constateren we weliswaar dat de wintertemperatuur stijgt doordat de wind in die tijd steeds vaker uit het zuidwesten waait. Maar we weten nog niet waardoor dat gebeurt. De situatie is heel complex, dus zijn de antwoorden dat ook.”

Volgens Van Oldenborgh werken scenario’s met verschillende tijdschalen. Voor wat er in de komende vijftig jaar verandert, zijn de huidige economische ontwikkelingen niet doorslaggevend. „Het klimaat verandert heel traag. Wat er de komende jaren gebeurt, is het gevolg van het menselijk handelen in het verleden.”

Hein Haak is niet bang dat politici het rapport naast zich neer leggen. Volgens hem is het eerder omgekeerd. „Politici willen dit soort rapporten graag omarmen”, zegt Haak, „ook al wijzen wetenschappers voortdurend op de vele onzekerheden”. Beleidsmakers zijn volgens Haak allang zo ver dat ze inzien dat ze iets moeten doen. Aanvankelijk leek het vooral te gaan om ethische, ideologische keuzes, maar het beleid is nu heel praktisch en toekomstgericht. „In Nederland bestaat een groot gevoel van urgentie. Op allerlei terreinen worden belangrijke stappen gezet om het land aan te passen aan een veranderend klimaat.” Haak noemt onder andere het Nationaal Hitteplan voor de zorg, een reactie op de hittegolf van 2006 – in de wetenschap dat dit soort extremen vaker zullen voorkomen. Ook wijst Haak op de Deltacommissie die strategieën ontwikkelt om de waterhuishouding veilig te stellen. In de Rotterdamse haven wordt nagedacht over zeespiegelstijging. Afwateringssystemen en rioleringen worden aangepast aan toenemende neerslag.

„Klimaat is een onderwerp waar wetenschap en politiek dicht op elkaar zitten”, zegt Haak. „Op Verkeer en Waterstaat is permanent iemand van het KNMI gestationeerd. De moeilijkste opgave in het klimaatonderzoek en in het klimaatbeleid is omgaan met bestaande onzekerheden. Politici moeten die onzekerheden op een fatsoenlijke manier door hun beleid vlechten.” Wetenschappers kunnen daar wel eens last van hebben, merkt Haak. Ze krijgen weinig tijd voor nuancering en twijfel.

Van Oldenborgh: „Voordat ik hier kwam werken, heb ik mijn voorganger gevraagd hoe groot mijn wetenschappelijke vrijheid was. Als ik zou ontdekken dat klimaatverandering een illusie was, zou ik dat dan mogen publiceren? Hij antwoordde: ‘Geef me drie weken de tijd om de minister voor de bereiden en dan mag je het verhaal vertellen’.”