Wie is de nieuwe bewoner van deze cel?

Radovan Karadzic zit vast in een Scheveningse cel en staat terecht wegens genocide.

Een persoonlijke schets van een dorps politicus.

Die baard. En dan die website waarmee Dragan David Dabic, alias Radovan Karadzic, Serviërs van de werking van de „wonderlijke menselijke quantum-energie” probeerde te overtuigen en waarop hij meteen zijn „bio-energetische wellbeing-harmonizer” aan de man bracht – een apparaat dat op de plaatjes het midden houdt tussen een orthodox kruis en een vibrator.

Het zou allemaal iets komisch hebben als Karadzic niet betrokken was bij misdaden tegen de menselijkheid. Maar voor wie, zoals ik tussen 1992 en 1994, Karadzic gekend heeft in de jaren dat hij de leider was van de Servische oorlogspartij in Bosnië-Herzegovina, raken de nu soms uit de mond van enthousiaste waarnemers vernomen vergelijkingen met Saddam of Osama kant noch wal.

Karadzic was weliswaar president van de staat die hij zelf had uitgeroepen, en in theorie ook militair opperbevelhebber van die Republika Srpska. Maar als politicus was hij toch meer iemand van dorpse afmetingen, opererend in de schaduw van de Servische president Milosevic – tot ze in 1993 ruzie kregen. En vermoedelijk van zijn eigen militaire bevelhebber Ratko Mladic, die gezocht wordt, maar nog steeds voortvluchtig is.

Zijn voornaamste taak in die oorlogsjaren leek eruit te bestaan het Bosnisch-Servische standpunt uit te leggen aan wie het maar horen wilde. Als buitenlands journalist kon je hem altijd wat vragen. Eerst in Sarajevo, waar in 1992 de oorlog begon met onduidelijke straatgevechten. En later, toen de Servische oorlogspartij zich uit de stad had teruggetrokken en de omsingeling van de stad begon, in het naargeestige wintersportoord, Pale, dat als nationale hoofdstad moest gelden.

Karadzic bezat daar al voor de oorlog een eenvoudig chalet, vermoedelijk bekostigd uit malversaties waarvoor hij in de jaren tachtig veroordeeld was: als psychiater in een ziekenhuis kon je bij hem een attest kopen, bijvoorbeeld om strafvervolging te ontlopen. De deur van dat chalet stond altijd open voor de buitenlandse pers – de politieagenten voor de deur legden geen spoor van achterdocht aan de dag.

Het was alleen vaak wel de vraag welke waarde de verklaringen van de president hadden. Ik herinner me een persconferentie in Pale in 1993, waar Karadzic een eenzijdig Servisch staakt-het-vuren aankondigde.

Mogen we dat staakt-het-vuren misschien verifiëren, vroegen wij.

Maar natuurlijk kon dat – Karadzic regelde een autobus voor de journalisten en zwaaide ons uit. Na een uurtje rijden kwamen we bij een artilleriebatterij hoog in de bergen, waar een ordelijke legercompagnie juist bezig was met vijf kanonnen een beschieting van de stad Sarajevo uit te voeren – het soort ongekwalificeerde inzet van zware militaire middelen tegen een burgerobject dat als een vergrijp tegen het humanitair oorlogsrecht moet worden aangemerkt en tijdens de oorlogen in ex-Joegoslavië aan de orde van de dag was. De commandant van de batterij wist van geen bestand, en zei er ook geen te verwachten. De Bosnisch-Servische legerleiding kon je in zo’n geval niet om commentaar vragen: die zat niet in Pale, maar veel verder, in ondergrondse, atoombombestendige bunkers in Han Pijesak.

Een veelgehoorde verklaring voor de oorlogen in ex-Joegoslavië is dat de communistische elite van weleer onder een nieuwe vlag, die van het nationalisme, de koek van de Joegoslavische eenheidsstaat heeft willen verdelen en daarbij de militaire escalatie niet heeft geschuwd.

Dat gaat misschien op voor de politieke leiding in Servië of Kroatië in deze jaren, maar het is zeker niet van toepassing op de politieke elite in Sarajevo. Karadzic had met zijn moslim-tegenstrever Alija Izetbegovic gemeen dat hij een nieuwkomer was in de macht – een politieke parvenu die altijd een beetje de indruk wekte zijn ambt zo snel mogelijk aan de wilgen te willen hangen.

Karadzic was ook wars van het houterige communistische jargon waarvan anderen zich nog bedienden. Het was eigenlijk vrij interessant om naar hem te luisteren – hij spreekt trouwens redelijk Engels. Zijn opvattingen over de oorlog waren bepaald zeer romantisch – een epische strijd van het Servische volk in de traditie van de opstanden in de negentiende eeuw tegen het Ottomaanse rijk.

Die benadering was voor hem verbonden met zijn dichterschap. Dichter zijn lijkt voor Karadzic veel belangrijker dan zijn oorspronkelijke beroep: psychiater, met als specialiteit seksuele stoornissen en depressie. Over zijn verzen kan makkelijk worden geïroniseerd – veel nachten van sneeuw en onheilsverwachting, en veel onduidelijke lotsbestemmingen, volgens kenners.

In de documentaire Serbian epics, uit 1992, staat Karadzic met de Russische schrijver Edoeard Limonov op de heuvels boven het belegerde Sarajevo en vertelt deze dat hij dit alles reeds meer dan twintig jaar geleden heeft voorzien en in een gedicht verwerkt: ‘ Ik hoor de rampspoed gaan / de stad brandt’.

Radovan Karadzic, van oorsprong een Montenegrijn, stamt direct af van de beroemde negentiende-eeuwse Servische taalhervormer en literator Vuk Karadzic, en is daar niet weinig trots op.

Hij is ook via de literatuur tot de politiek gekomen. In 1989 heeft de nationalistische schrijver Dobrica Cosic hem overgehaald medestichter en leider te worden van de Servische Democratische Partij (SDS), waarvan het programma vanaf het begin was de Servische gebieden van Bosnië bij Servië te halen, mocht het federatieve Joegoslavië uiteenvallen. Zelfs in de afgelopen jaren, waarin Karadzic als de bio-energeticus Dabic door het leven ging, heeft hij – onder zijn werkelijke naam – nog drie bundels het licht doen zien, de laatste in 2005.

Het tribunaal in Den Haag moge dan de oorlog in Bosnië en zijn misdaden als ‘genocide’ hebben gedefinieerd – nog altijd is niet aangetoond dat er werkelijk sprake is geweest van een vooropgezet plan voor grootscheepse moord op bevolkingsgroepen. Het door zijn dood gestaakte proces-Milosevic, dat hard op weg was naar ontslag van rechtsvervolging, heeft laten zien hoe moeilijk zo’n plan is te bewijzen.

Maar in tegenstelling tot Milosevic, die altijd op zijn woorden heeft gepast en wandaden heeft veroordeeld, hebben ik en vele andere journalisten Karadzic bij herhaling wandaden horen vergoelijken of ontkennen. Verkrachtingen? Zoiets doet een Serviër niet. Kampen? Op verzoek van de moslims zelf, ter bescherming. Slachtingen? In Srebrenica is door Serviërs niemand een haar gekrenkt. Voor zover ik weet heeft Karadzic nimmer een kritische noot geplaatst bij welk Servisch optreden dan ook in Bosnië, laat staan dat het voor de hand ligt te denken dat hij ooit iets van wat daar gebeurde heeft willen voorkomen.

Zwaar zal Karadzic door het tribunaal ongetwijfeld worden aangerekend dat hij in oktober 1991, tijdens een stormachtig parlementsdebat in Sarajevo, al waarschuwde dat het uitroepen van de onafhankelijkheid door de islamistische en de Kroatische partij, wel eens tot de „vernietiging van het moslim-volk” zou kunnen leiden.

Hij deed dat met een verwijzing naar de verwoestende strijd die inmiddels al een jaar in het naburige Kroatië woedde. Maar nog geen jaar later, in de lente van 1992, waren grootscheepse moordpartijen in steden als Foca en Zvornik al een feit.

De dichtkunst lijkt Karadzic nu niet meer te kunnen helpen. De Amerikaanse internationaal-jurist Jay Surdukowski heeft inmiddels al voorgesteld Karadzic’ poëzie als bewijsmateriaal toe te laten. Waar in de tekst ‘voorzienigheid’ staat, kan dan ‘opzet’ of ‘opruiing’ worden gelezen.

Raymond van den Boogaard heeft vanaf het begin van de oorlogen in het voormalige Joegoslavië tot 1994 voor NRC Handelsblad verslag gedaan vanuit het gebied. Hij is nu chef van de kunstredactie van NRC Handelsblad en nrc.next.

Bekijk de bio-energetische wellbeing-harmonizer van ‘dokter Dabic’: nrcnext.nl/links