Vrij onderwijs, mits van voldoende kwaliteit

Wethouder Geluk voerde vandaag zelf het woord in het geding van de school Ibn Ghaldoun tegen de stad Rotterdam. „Mijn beleid voor goed onderwijs staat ter discussie.”

Ieder kind heeft recht op een goede school. Hoe ver mag een gemeente gaan om dat recht af te dwingen? Die vraag stond vanmiddag centraal in een kort geding dat de islamitische middelbare school Ibn Ghaldoun heeft aangespannen tegen de gemeente Rotterdam.

De Rotterdamse wethouder Leonard Geluk (onderwijs, CDA) zegt klaar te zijn met Ibn Ghaldoun. Deze school, met vier vestigingen in Rotterdam-Zuid, is volgens hem „een zwart schaap”. De leiding ervan weigert deel te nemen aan pogingen van de gemeente om de kwaliteit te verbeteren. „Ze zeggen al ruim twee jaar ‘ja’, maar doen ‘nee’.”

De Inspectie van het Onderwijs betitelt de school als „zeer zwak”. Veel leraren zouden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, laat staan de leerlingen. Afgelopen jaren kwam de school diverse malen negatief in het nieuws, onder meer met financiële malversaties.

Het liefst zou Geluk het schoolbestuur ontslaan. Maar die bevoegdheid heeft hij niet. Daarom heeft Geluk „de grens” opgezocht van het toelaatbare, door ouders van de circa zeshonderd leerlingen van Ibn Ghaldoun per brief te adviseren een andere school te zoeken voor hun kinderen. „We weten dat we daarmee op het randje zitten. Maar we gaan er net niet overheen.”

Ibn Ghaldoun bestrijdt dat. Volgens de school ontbreekt elke rechtsgrond voor de oproep van Geluk. Uit artikel 23 van de Grondwet blijkt dat alleen de Inspectie van het Onderwijs waakt over de onderwijskwaliteit. Aan de uitspraken van de wethouder zou bovendien geen goede belangenafweging vooraf zijn gegaan. Ze zouden „onacceptabel” en „buitenproportioneel” zijn.

Dat de kwestie Geluk hoog zit, blijkt uit het feit dat hij vanmiddag zelf het woord voerde in de rechtszaal. Het gaat niet om een omstreden dakkapel, zegt hij. „Mijn beleid om te zorgen voor goed onderwijs staat ter discussie. Dan moet ik er zijn, ook al is het de gemeente die is gedaagd. Ik voel het alsof ik zelf in de beklaagdenbank sta.” Een van de argumenten die Geluk aandraagt, is dat hij als wethouder de wettelijke verantwoordelijkheid heeft om onderwijsachterstanden tegen te gaan. „Daar houd ik mij aan.”

In dit kort geding staat meer op het spel dan een lokaal dispuut tussen een school en de gemeente. Staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) werkt aan wetgeving die bestuurders meer mogelijkheden moet bieden om in te grijpen bij zwakke scholen. Volgens Geluk zou een voor hem gunstige uitspraak ook voor de rijksoverheid een steun in de rug betekenen.

Hoewel een meerderheid van de Tweede Kamer het beleid van de staatssecretaris steunt, gaat het nog niet voorspoedig met haar wetsvoorstel. Ze had er haast mee, maar de Raad van State is kritisch.

Wat Geluk betreft mogen de bevoegdheden onmiddellijk worden verruimd. „Onze wet gaat uit van nobele, competente schoolbesturen. Als een bestuur dwarsligt, kunnen we niets doen.” Het ministerie van Onderwijs schat dat het voorstel dit najaar naar de Tweede Kamer gaat.

Intussen zijn de achterstandsleerlingen van Ibn Ghaldoun de dupe, vindt Geluk. „Het is een heel kwetsbare groep. Juist daarom verschuil ik me niet achter mijn gebrekkige bevoegdheid. Het is meer dan een prestigezaak. Dit is echt heel principieel. Wij eisen goed onderwijs voor kinderen die dat het hardst nodig hebben.”

Nog maar weinig ouders hebben gehoor gegeven aan de oproep van Geluk om hun kinderen van de school te halen. De wethouder heeft met enkele ouders gesproken, zegt hij. „Ze zeggen: de examencijfers zijn goed. Klopt, maar wel met kunstmatig opgehoogde cijfers voor schoolonderzoeken.” Als CDA’er hecht Geluk „zeer” aan de vrijheid van onderwijs. „Maar alleen als de kwaliteit in orde is.”

Volgens Geluk kan er alleen verbetering optreden als het bestuur van Ibn Ghaldoun opstapt. „Het heeft al sinds de oprichting van de school, in 2000, aangetoond de kwaliteit van het onderwijs niet te kunnen verbeteren. Als je al tien interim-managers hebt gehad, waarom zou de elfde het dan wel kunnen? De school gooit het zelf op de complottheorie dat de gemeente tegen moslims zou zijn. Maar ik heb niets tegen moslims. Met een nieuw bestuur zou ik meteen weer om tafel gaan.”