Vederstaarttoepaja is elke dag dronken

De vederstaarttoepaja, drinkt regelmatig nectar zo sterk als bier. Biologen hopen dat onderzoek aan het beestje kan helpen om de alcoholzucht van de mens te verklaren.

Hester van Santen

Een zoogdiertje in Maleisië laaft zich elke nacht aan een bloem waarvan de nectar zó alcoholisch is, dat de plant naar een brouwerij ruikt. Het is goed mogelijk dat het beestje, de vederstaarttoepaja, zo veel drinkt dat hij naar menselijke maatstaven niet meer achter het stuur zou mogen zitten.

Het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences publiceerde deze week een studie naar het beest. Het is de eerste keer dat van een zoogdier nauwkeurig is vastgesteld dat het van nature leeft op een alcoholhoudend dieet. En dat is relevant, vindt de Duitse onderzoeker Frank Wiens. „Nu hebben we naast de mens nog een dier dat van nature regelmatig drinkt.”

Dat dieren dronken worden als ze maar genoeg bier of wijn wordt voorgezet, hebben biologen altijd met enthousiasme opgeschreven. Het was een van de observaties waarmee Charles Darwin zijn The Descent of Man (1871) begon. Een van zijn argumenten dat mensen nauw verwant zijn aan apen, was dat zij van dezelfde stoffen in een roes raken. „Veel apensoorten hebben een sterke voorkeur voor thee, koffie, en alcoholische dranken: en, zoals ik zelf gezien heb, roken ze ook graag tabak.”

Er is in de natuur niet veel alcohol aanwezig. Als rijp fruit gist, bevat het vaak minder dan 0,5 procent alcohol. Een leven met alcohol is voorbehouden aan enkele diersoorten die veel fruit eten. Fruitvliegen consumeren regelmatig alcohol, en ook fruit etende vleermuizen staan in de belangstelling. Dat olifanten dronken worden door fruit van de marula (een boom), is door biologen als een broodje aap afgedaan.

De vederstaarttoepaja (Ptilocercus lowii) schaart zich nu ook onder de schaarse alcoholconsumenten. Tijdens veldwerk in het Maleisische regenwoud naar de voedselvoorkeur van toepaja’s en lori’s (halfapen) ontdekten Duitse biologen van de Universiteit van Bayreuth dat deze en andere kleine zoogdieren vaak afkwamen op een palm waarvan de bloemen flink naar gist roken.

De toepaja’s werden verder onderzocht. De Duitsers filmden bloeiende palmen, voorzagen de dieren van een zender, en analyseerden de nectar en de haren van de beesten. De toepaja’s bleken dagelijks meer dan tien planten te bezoeken en vertoonden sporen van chronisch alcoholgebruik. De bloem herbergt gistcultures die alcohol produceren. Het alcoholpercentage van de nectar lag rond de 0,5 procent maar werd in uitzonderlijke gevallen opgedreven tot 3,8 procent. Dat is zo sterk als bier. De toepaja’s leken niet onder de alcohol te lijden. De palm heeft baat bij het bezoek, want rondscharrelende zoogdieren zorgen voor de bevruchting.

De Duitse onderzoekers benadrukken dat de toepaja zo interessant is omdat het dier verwant is aan de primaten. „Het laat zien dat er al 55 miljoen jaar geleden blootstelling aan alcohol was”, zegt Wiens aan de telefoon.

Maar over de precieze plek van de toepaja’s in de zoogdierstamboom is het laatste woord nog niet gesproken, en de relatie tussen toepaja en palm is niet uniek. Ook ratten en eekhoorns bezochten de bloemen.

Hoe gaat de toepaja om met de alcohol en wat heeft hij eraan? Dat vraagstuk interesseert biologen die willen verklaren waarom mensen tot alcoholisme geneigd zijn. Wiens: „Er zijn veel voordelen te bedenken. Suiker, vitaminen, sporenelementen, insecten op de bloemen.” Misschien is de alcohol zelf voordelig voor de dieren. Maar dat zal moeten blijken.