Turkije bungelde boven de afgrond en viel er net niet in

Het Turkse Constitutionele Hof heeft de regerende AK-partij niet verboden.

Een verbod zou Turkije in een diepe crisis storten.

De laatste dagen steeg de spanning in Turkije tot een kookpunt. Zou het Constitutionele Hof de AK-partij van premier Erdogan nu verbieden of niet? Het Hof werkte in een ongekend tempo. Maandag begon het te vergaderen, gisteren kwam het al met een vonnis. En dat vonnis was duidelijk: de AK-partij wordt niet verboden maar krijgt slechts financiële strafmaatregelen.

Wat bracht het Hof tot dit besluit? Enige maanden geleden nog verwachtten velen in Turkije dat het Hof het standpunt zou overnemen van de openbare aanklager Yalcinckaya dat de AK-partij een haard van ‘anti-seculiere’ activiteiten is geworden en daarom verboden dient te worden. Het Hof, zo was de gedachte, verdedigt het secularisme met hand en tand en aarzelde in het verleden niet om door de islam geïnspireerde partijen buiten de wet te stellen.

Waarom deed het dat dit keer niet?

Voorzitter Hasim Kilic van het Hof gaf een duidelijk antwoord: „Ook wij leven in dit land”, zei hij enige malen. De boodschap was duidelijk: de leden van het Hof beseften dat een verbod van de AK-partij Turkije in een diepe politieke, sociale en ook economische crisis gestort zou hebben. Het Hof was niet simpelweg bereid de verantwoordelijkheid voor zo’n crisis te dragen.

De laatste maanden raakten steeds meer Turken er van overtuigd dat een verbod van de AK- partij dit land zware schade zou toebrengen. Om te beginnen politieke schade. De AK-partij kreeg vorig jaar bij de verkiezingen meer dan veertig procent van de stemmen en vormt de regering. Verbieden van de partij zou een klap in het gezicht zijn van al die Turken die de partij hun stem gaven en in meer algemene zin voor de Turkse democratie als zodanig. Ook economisch zou er een hoog prijskaartje aan een verbod hangen. De Turkse lire, de nationale munteenheid, zou sterk in waarde dalen, hetgeen in een land als Turkije, dat veel essentiële levensbehoeften uit het buitenland importeert, tot een enorme inflatie zou hebben geleid. Ook internationaal zou Turkije grote schade oplopen: onderhandelingen met de Europese Unie over Turks lidmaatschap zouden op zijn minst worden opgeschort.

Met de uitspraak van gisteren is Turkije teruggekrabbeld van de rand van een diep ravijn. Hoe dicht het land bij dat ravijn stond, bleek wel uit de woorden van voorzitter Kilic, toen hij de beslissing van het Hof toelichtte. Zes leden van het Hof wilden de partij buiten de wet stellen, dat was er maar één te weinig om tot een verbod over te gaan. „Dit is een waarschuwing”, zei voorzitter Kilic, „een ernstige waarschuwing”. Hij zei te hopen dat politici de „noodzakelijke maatregelen” zullen treffen.

Of de AK-partij dat zelf ook zo zal zien, is zeer de vraag. De minister voor Arbeidszaken, Faruk Celik, liet direct na de bekendmaking van het vonnis weten dat de „democratie” had gewonnen. Vergelijkbare woorden zullen de komende dagen ongetwijfeld door veel vertegenwoordigers van de partij worden gesproken. Voor de streng-seculiere CHP-partij is het vonnis ongetwijfeld een zware tegenvaller. Deniz Baykal, de leider van de partij, zei gisteren dat het vonnis bewees dat de AK-partij ‘anti-seculier’ is, maar zijn woorden klonken hol. Vooralsnog heeft de AK-partij een belangrijke slag in de strijd met zijn seculiere tegenstanders gewonnen.

De grote vraag is natuurlijk wat de partij nu gaat doen. Al na de verkiezingen van vorig jaar begon de partij aan een project om de grondwet en andere relevante wetten te wijzigen om zo het verbieden van politieke partijen moeilijker te maken. Pikant genoeg stond voorzitter Kilic van het Constitutionele Hof daarbij stil. Bekritiseer ons niet, zei KIlic, op basis van dit proces, wij doen gewoon ons werk. „Als u wilt dat er niet meer van zulk soort processen komen, moet de politiek de wetten veranderen.”

De uitspraak van gisteren neemt natuurlijk niet weg dat de politieke tegenstellingen in dit land nog steeds uiterst groot zijn. Seculiere Turken (en dat is eenderde van de bevolking) beschuldigen Erdogan en de zijnen er nog steeds van dat zij dit land willen omvormen in meer ‘islamitische’ richting. Aanhangers van de AK-partij ontkennen dat. Zij stellen dat zij geen sharia, islamitische wet, in dit land willen invoeren. En dat ook zij, net als de seculiere Turken, houden van Atatürk, de stichter van de seculiere Turkse Republiek.

Maar tegelijkertijd stellen zij dat de tijd is gekomen om de scherpe kantjes van het seculiere bestel af te vijlen en, bijvoorbeeld, meer vrijheden te geven aan vrouwen om de hoofddoek te dragen. (De AK-partij stemde in het parlement voor toelaten van de hoofddoek binnen de Turkse universiteiten maar het Constitutionele Hof oordeelde dat dat besluit ongeldig was.)

Met het besluit van gisteren van het Constitutionele Hof is een acute crisis in Turkije uitgebleven. Maar de kloof tussen streng-seculier en meer-gelovig is gebleven. De komende tijd zal blijken of de Turkse politiek in staat is om die kloof althans enigszins te dichten.