School bestrijdt Rotterdam om onderwijsvrijheid

De islamitische middelbare school Ibn Ghaldoun en de gemeente Rotterdam voerden vanmiddag in een kort geding een principiële strijd om de vrijheid van onderwijs. In dit dispuut staan de grenzen van de macht van de overheid tegenover een school ter discussie.

Volgens Ibn Ghaldoun had de Rotterdamse wethouder Geluk (onderwijs, CDA) de ouders van leerlingen niet per brief mogen adviseren hun kinderen naar een andere school te sturen. Alleen de onder de minister van Onderwijs ressorterende Inspectie van het Onderwijs waakt over de kwaliteit, zegt de school, en het geven van onderwijs is verder vrij. Geluk zou onbevoegd zijn dit advies te geven en de school „buitenproportionele reputatieschade” toebrengen.

De wethouder, die vanmiddag zelf het woord voerde in de rechtszaal, beroept zich op de status van de school als ‘zeer zwak’. Ieder Rotterdams kind heeft recht op goed onderwijs, zegt hij, en het bestuur van Ibn Ghaldoun toont al sinds 2000 aan dat niet te kunnen leveren. Geluk erkent dat hij „de grens” van het toelaatbare raakt.

Volgens de wethouder zijn de achterstanden in Rotterdam vier keer groter dan elders in Nederland. Vooral de Turkse en Marokkaanse jeugd geldt als problematisch. Driekwart van deze leerlingen scoort bij het verlaten van de basisschool onder het landelijk gemiddelde, stelt hij.

Om de achterstanden in te lopen introduceerde Rotterdam vorig jaar op tien basisscholen de verlengde schoolweek: 32 in plaats van 26 uur. Geluk: „Een reguliere lesweek van 26 uur is goed voor kinderen in Wassenaar, maar niet voor een kind in [de Rotterdamse achterstandswijk] Spangen.”

Onderwijsvrijheid: pagina 2