Schetsboek Smeerpoets zoek

Het originele schetsboek over de Duitse Struwwelpeter, in Nederland bekend als Piet de Smeerpoets, verdween onlangs op mysterieuze wijze uit de collectie van een verzamelaar. Bij een verdachte vond de politie niets.

De originele versie van Heinrich Hoffmanns schetsboek van het zeer populaire kinderboek Der Struwwelpeter uit 1844 verdween ruim een week geleden uit het privébezit van een boekverzamelaar in Hattersheim, een randgemeente bij Frankfurt. De eigenaar had het boek thuis laten zien aan een 73-jarige bekende uit Frankfurt, ook een verzamelaar.

Toen de eigenaar na het vertrek van de bezoeker het boekje weer op zijn plaats wilde zetten, kon hij het nergens meer vinden. Na urenlang zoeken kreeg hij het vermoeden dat zijn bezoeker het boek wellicht had ‘meegenomen’ en schakelde de politie in.

Die onderzocht een dag later met vijfentwintig agenten de collectie van de verdachte, maar het schetsboek bleef onvindbaar.

De directrice van het Heinrich-Hoffmann-Museum in Frankfurt, Beate Zekorn-von Bebenburg, sprak in de media van een sensationele vondst. Ze wist van het bestaan van het schetsboek niet af. Ook niet dat het in het bezit was van een verzamelaar. Wel dat de arts Hoffmann (1809-1894) het boek enkele weken vóór Kerstmis van 1844 had getekend en geschreven.

Een woordvoerder van de politie vertelt dat het schetsboek in 1989 uit een nalatenschap in Offenbach is opgedoken en dat grafologisch onderzoek aantoonde dat het om een origineel exemplaar gaat. De waarde van het origineel wordt op enkele tienduizenden euro’s geschat.

Hoe de kinderverhaaltjes en schetsen zijn ontstaan beschreef Hoffmann in 1876 in een nawoord bij de honderdste druk van Der Struwwelpeter. Hij wilde in 1844 in Frankfurt een prentenboek voor zijn oudste zoontje van drie kopen, maar vond alleen verhalen, die te lang, onnozel of te moralistisch waren.

Bij thuiskomst gaf hij het schetsboek aan zijn vrouw met de woorden: „Hier is het gewenste boek voor de jongen.”

„Maar dat is een schrift met lege witte bladzijden!”, antwoordde zij.

„Nou ja, dan zullen we daar een boek van maken.”

Op Kerstavond lag het onder de boom.

Hoffmann werkte als arts in een krankzinnigengesticht en had ook een praktijk in Frankfurt. Hij schrijft in het nawoord dat artsen en schoorsteenvegers toen gebruikt werden als echte boemannen bij de opvoeding van kinderen. „Kind, als je niet braaf bent, komt de schoorsteenveger je halen!” of „Kind, als je daar te veel van eet, dan komt de dokter en geeft je bittere drankjes, of hij zet bloedzuigers!”

Het gevolg was dat als hij bij een ziek kind kwam, de kleine begon te huilen, en om zich heen begon te trappen. Dat verstoorde natuurlijk het medisch onderzoek. Om het kind te kalmeren pakte Hoffmann dan papier en potlood en tekende met enkele lijnen een poppetje en verzon er een spannend verhaal bij.

Als de kleine tegenstribbelaar rustig was kon hij zijn plicht als arts vervullen. In 1845 verscheen eerst Lustige Geschichten und drolliger Bilder mit 15 schön kolorirten Tafeln für Kinder von 3-6 Jahren onder zijn pseudoniem Reimerich Kinderlieb.

Vanaf de vijfde druk stond zijn eigen naam op het boekje en werd Der Struwwelpeter (in het Nederlands Piet de Smeerpoets) geboren.

Uit de Nederlandse vertaling van 1848.

Ziet hier Piet den smeerpoets staan!

Ziet dien viezen knaap eens aan!

Hij wou, van zijn vingertippen,

Zich geen nagels laten knippen

Sedert zeker wel een jaar;

Ongekamd bleef ook zijn haar.

Foei!’ roept ieder die hem ziet,

Wat zijt gij toch een smeerpoets, Piet!

Ook zijn in het boekje de verhaaltjes te vinden over wrede Jan, die zijn hond slaat en in zijn voet wordt gebeten. En over Paulientje die ondanks waarschuwingen van haar vader en haar poezen met zwavelstokjes speelt en in brand vliegt. Verder duimzuiger Piet wiens duimpjes worden afgeknipt, omdat hij maar blijft duimzuigen en Soep-Hein die na vijf dagen doodgaat, omdat hij niet wil eten.

Tevens het verhaaltje van de jager die achterna wordt gezeten door een haas die de jager tijdens zijn slaap zijn geweer afpakt.

De figuren in Hoffmanns boekje zijn zo sprekend, dat de latere pedagoog Theo Thijssen als kind dacht dat Piet de Smeerpoets echt bestond. Het Duitse kinderboek is in veertig talen en zestig dialecten vertaald en er werden ruim duizend essays over geschreven. Hopelijk duikt de oerversie van het verdwenen boek snel weer op.