Rancuneuze Olmert

Premier Olmert van Israël vindt zichzelf beklagenswaardig. De regeringsleider, die wordt verdacht van het aannemen van steekpenningen, wekte gisteravond de indruk dat hij de dupe is geworden van een politiek complot dat zo ongeveer op dag 2 van zijn tweeënhalf jaar durende premierschap was begonnen. Met de economie ging het sindsdien immers prima. De armoede was afgenomen, de werkgelegenheid juist toegenomen. Het onderwijs had een impuls gekregen. De krijgsmacht was weer op sterkte en de lessen uit de Libanon-oorlog waren geleerd. Zelfs vrede met de vijandige buren lag volgens Olmert in het verschiet.

Zeker, hij had betreurenswaardige fouten gemaakt. Maar tegenover de „zelfbenoemde soldaten van het recht”, die het louter om politieke redenen op hem hadden gemunt, stond hij machteloos. Daarom doet hij, wanneer de Kadima-partij medio september een opvolger heeft gekozen, een stap opzij. „Dit is geen persoonlijk probleem. Dit is een uitdaging voor ons vermogen om de stabiliteit en het evenwicht van onze democratie te bewaren.” Dit laatste klonk als een existentiële dreiging, maar was op de keper vooral rancuneus bedoeld.

Dat Olmert zichzelf in een laatste speech wilde rechtvaardigen, is uit menselijk oogpunt begrijpelijk. In de rij premiers die Israël in de zestig jaar van zijn bestaan heeft gehad, staat Olmert, zacht uitgedrukt, niet vooraan. Naar politieke criteria beoordeeld is die rede echter een uiting van een crisis.

Dat de premier nagenoeg als enige verantwoordelijke begin dit jaar niet aftrad nadat een onderzoekscommissie amper een spaan heel had gelaten van het oorlogsbeleid in Libanon, was al een omineus teken. Zijn weerspannigheid na de eerste ontluisterende getuigenissen over corruptie was dat later eveneens. En dat Olmert zich ook niet verroerde toen vicepremier Barak van de Arbeidspartij eind mei half om half dreigde met een crisis in de coalitie, was een signaal dat hij gevoel voor verhoudingen in een democratisch bestel was kwijtgeraakt.

Uiteindelijk is de premier door de knieën gegaan omdat de druk vanuit zijn eigen partij te groot werd. Bovendien heeft hij gisteren niet eens ten volle gebogen. Olmert stapt pas in september opzij. Anderhalve maand machtsvacuüm kan Israël zich wel veroorloven, maar politiek is die termijn onzuiver. Temeer daar de coalitie van Kadima en Arbeidspartij tussentijdse verkiezingen zo hoopt te voorkomen, uit angst dat Likud onder leiding van ex-premier Netanyahu die wint.

Deze manoeuvres zijn niet zonder risico’s. De kansen op een doorbraakje in het Midden-Oosten, waarop president Bush in de laatste vijf maanden van zijn ambtsvervulling vurig hoopt, worden er kleiner door. Zo zal Syrië, dat via bemiddelaar Turkije in onderhandeling is met Israël, de kat uit de boom kijken. Hetzelfde geldt voor de Palestijnse president Abbas. Want met wie praten ze eigenlijk?

Olmert heeft gisteren politiek afscheid genomen van de burgers. Omgekeerd zullen de burgers langer worden geconfronteerd met de politieke erfenis van een mislukte premier.