Omnummeren internet traag

De ‘postcodes’ op internet, de IP-nummers, raken binnen twee jaar op. Ze moeten worden omgenummerd. Daar wordt nog maar weinig haast mee gemaakt.

Ruim vier miljard adressen, dat was wel genoeg. Zoveel computers zou de mensheid voorlopig niet op internet aansluiten. Maar het zijn er veel te weinig, blijkt nu. Binnen twee jaar zijn deze adressen, nodig om het internetverkeer te kunnen regelen, naar verwachting op. Dan is internet vol door de stortvloed aan nieuwe mobieltjes, pda’s, iPhones, spelcomputers, navigatiesystemen en huishoudelijke apparatuur die op het net wordt aangesloten. En door de komst van nieuwe internetgebruikers, zoals in China. Dat land, nu met 253 miljoen mensen online, kreeg er vorig jaar 200 nieuwe gebruikers per minuut bij.

Wie surft, downloadt of e-mailt, krijgt van zijn internetaanbieder een uniek IP-adres toebedeeld: een nummer met vier getallen, elk tussen 0 en 255, zeg maar de postcode van internet. Dat levert ruim 4,2 miljard combinaties op. Deze voorraad adressen is naar schatting in 2010 op. Dus moet internet worden ‘omgenummerd’, een kostbaar en ingrijpend proces. En daar wordt nog maar weinig haast mee gemaakt.

„Bedrijven zullen pas omschakelen als ze echt de noodzaak voelen”, zegt Paul Rendek van Ripe NCC, het consortium dat in Europa, Midden-Oosten en delen van Azië de verdeling van IP-adressen regelt. Die noodzaak gaan ze wel voelen als ze moeten betalen voor de tot nu toe gratis adressen. „We weten zeker dat er al adressen worden verhandeld”, zegt Rendek. „Dit zal vaker gebeuren.”

De nummerschaarste is ruim op tijd voorspeld, begin jaren negentig. Er bestaat ook al jaren een fatsoenlijke opvolger voor ‘IP versie 4’, zoals het huidige systeem heet: IPv6. IPv6-adressen zijn een stuk langer, wat 3,4 × 1038 unieke getallen oplevert. Dat is 3,4 met 38 nullen: vooralsnog een onuitputtelijke voorraad.

Het ‘omnummeren’ van het hele internet kost tijd en is duur. Netwerken, servers, besturingssystemen, websites en kastjes die internetaanbieders naar hun klanten opsturen moeten er op worden aangepast. Zolang de oude IP-versie nog draait, zijn bedrijven terughoudend met investeren.

Ze zullen wel moeten, zegt Rogier Spoor van Surfnet, het bedrijf dat een computernetwerk voor universiteiten en onderzoeksinstellingen beheert. „Nu is omschakelen nog niet cruciaal, maar over een paar jaar wel.”

Spoor zit namens Surfnet in de Nederlandse werkgroep IPv6. De Europese Unie heeft bepaald dat elke lidstaat zo’n werkgroep moet krijgen, om de omschakeling in goede banen te leiden. Het netwerk van Surfnet werkt al sinds 2001 op IPv4 én IPv6, zodat in Nederland onderzoek kan worden gedaan naar de nieuwe adressen.

IPv6 is zeker niet onbekend, zegt Spoor. Besturingssystemen als Windows Vista en Mac OS X kunnen ermee werken. KPN heeft net aangekondigd dat het nieuwe diensten IPv6-geschikt zal maken. Google heeft een zoeksite voor mensen met IPv6-adres. Veel bedrijven moeten hun software en hardware nog vervangen.

Sterker nog, Erik Huizer, voorzitter van de Nederlandse werkgroep, schreef begin dit jaar in een artikel in Digitaal Bestuur dat de oproep aan het bedrijfsleven om IPv6 te ondersteunen tot „bijster weinig resultaat” heeft geleid. De overheid, vindt hij, moet overwegen om voor internetaanbieders een deadline te stellen en ze moet zelf het goede voorbeeld geven door haar eigen systemen en websites IPv6-geschikt te maken.

Nederland loopt hierin jaren achter op de VS, zegt Spoor. Vanaf vorige maand moeten daar alle overheidssystemen al met IPv6 kunnen werken. In Nederland is dat niet het geval. In de aanbesteding van het ICT-project GOUD, waarbij duizenden overheidscomputers een nieuwe desktop krijgen, werd het slechts „wenselijk” gevonden dat de werkplek met IPv6 zou kunnen werken. Het was niet verplicht. Maar, zegt een woordvoerder van het ministerie van Justitie desgevraagd: „De twee aanbieders die nog over zijn voor GOUD, hebben zojuist beide gezegd IPv6 te zullen inbouwen.”

Er bestaan noodoplossingen om de aankomende schaarste nog wat uit te stellen. Bedrijven die oude IP-nummers over hebben, kunnen ze teruggeven of verkopen andere bedrijven. Consortium Ripe NCC heeft daar geen moeite mee, mits maar goed geregistreerd blijft van wie welk IP-adres is. Rendek: „Als dat niet meer traceerbaar is, wordt het een chaos op het web.”

Ripe NCC is zelf al een tijdje bezig met het uitdelen van IPv6-adressen. BT en KPN, bijvoorbeeld, willen er proef mee draaien. Volgens Rendek zijn er tot nu toe zo’n duizend pakketten van 16 miljoen adressen vergeven, vier keer de totale oude IP-voorraad.