Nieuwe hoop op berging ‘De Rooswijk’

Het Nederlandse VOC-schip De Rooswijk, dat voor de kust van Kent onder water ligt, zou moeten worden opgegraven en geborgen. Dat schrijft minister Plasterk (Cultuur en Wetenschap, PvdA) in een brief aan de Tweede Kamer. Volgens Plasterk is hiervoor toestemming nodig van de Britse overheid omdat het schip zich in Britse wateren bevindt en de vindplaats sinds vorig jaar een archeologisch monument is.

De Rooswijk, in 1740 op weg naar Azië met een lading zilver, liep bij Kent op een zandbank en verging. Een sportduiker ontdekte het wrak in 2004 en in 2005 is het deels opgegraven door een Britse commerciële berger die een contract had gesloten met met het ministerie van Financiën in Den Haag, dat namens de Nederlandse staat VOC-schepen beheert. Toenmalig minister Zalm was op de stoel van de staatssecretaris van Cultuur gaan zitten en had de opgraving door de Britse berger erdoor gedrukt, omdat de vindplaats en dus ook de lading van munten en zilverstaven bedreigd zouden zijn. Zo’n driekwart daarvan is inmiddels door de berger geveild. Het overgebleven zilver is samen met andere archeologische vondsten aan Nederland overgedragen.

De berging leidde tot commotie onder Nederlandse archeologen, omdat deze in strijd was met in 2002 gemaakte afspraken tussen OCW, Financiën en Buitenlandse Zaken, de ministeries die betrokken zijn bij Nederlands erfgoed overzee en in buitenlandse wateren. Dankzij deze ophef werd de commerciële opgraving stopgezet. De Britse overheid plaatste de vindplaats vervolgens op zijn monumentenlijst. Eind 2007 concludeerden Britse maritiem archeologen na onderzoek ter plaatse voor English Heritage (de Britse monumentendienst) dat de vondsten in goede staat waren, maar dat het schip in tweeën was gebroken en er door de sterke zeestroming voor de kust van Kent weinig meer in verband was te zien. Begin juli heeft English Heritage De Rooswijk op de Britse top 10 van meest bedreigde Scheepsmonumenten geplaatst. Reden voor Nederland om het hele schip, dus niet alleen de schatten, te willen opgraven, zegt een woordvoerder van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM)). Wie de opgraving gaat doen en betalen is nog een punt van onderhandeling.

English Heritage zal een beheersplan maken voor de vindplaats, zonder daarmee een opgraving uit te willen sluiten. Intussen zijn er wel nieuwe afspraken gemaakt tussen OCW, Financiën en Buitenlandse Zaken, omdat het oude beleid, aldus Plasterk in zijn brief aan de Tweede Kamer, „onvoldoende houvast bleek te bieden voor een goed gecoördineerd Nederlands optreden”. Er komen een onder Buitenlandse Zaken ressorterende Commissie Scheepsvondsten en een ‘beslisboom’: een stappenplan dat helder maakt wie welke verantwoordelijkheid draagt bij een nieuwe vondst of bedreiging van een Nederlands wrak in vreemde wateren. Daarin staat nu expliciet dat de RACM bepaalt of een vondst het behouden waard is en of deze bedreigd is. Ook stelt de dienst vast aan welke eisen een opgraving moet voldoen.

Beslisboom voor scheepsvondsten op nrc.nl/kunst