‘Ik hou van je’, zei de bemiddelaar

Een probleem tussen India en de VS leidde deze week tot het afbreken van gesprekken over een handelsakkoord.

Toch willen de deelnemers niet van ophouden weten.

‘Geen hulp maar handel’ was de slogan, want dat zou ontwikkelingslanden veel beter helpen om zich te ontwikkelen. De Doha Ontwikkelingsagenda heette daarom ook het programma waar ministers van Handel mee bezig waren sinds hun vergadering in Doha, de hoofdstad van Qatar, in november 2001. Deze ronde had al in 2005 moeten leiden tot een akkoord, maar pogingen tot afronding mislukten keer op keer. Deze week weer.

De prijs is hoog. Een handelsakkoord zou zo’n 130 miljard dollar aan besparingen op invoerrechten op kunnen leveren, aldus een gedesillusioneerde directeur-generaal Pascal Lamy van de Wereldhandelsorganisatie WTO. Tweederde daarvan zou ten goede zijn gekomen aan ontwikkelingslanden die makkelijker landbouwproducten hadden kunnen afzetten in rijke landen en zo hadden kunnen profiteren van de hoge voedselprijzen. Juist nu zou een efficiënter werkende markt ook kunnen bijdragen aan het voorkomen van voedselcrises. De allerarmste landen hadden via een akkoord gegarandeerde toegang gekregen tot de markten van rijke landen ‘zonder invoerrechten en zonder quota’.

Dit is allemaal van de baan, want het was een alles-of-nietsspel deze week. Overal is teleurgesteld gereageerd op het mislukken van de onderhandelingen. „Dit is een teleurstelling voor Afrika”, zei Uhuru Kenyatta, de Keniase handelsminister, als vertegenwoordiger van de Afrikaanse groep gisterochtend. „Een markt die wordt verstoord door subsidies [van rijke landen] zal ons blijven achtervolgen.” Een akkoord had bijvoorbeeld geleid tot een reductie van subsidies voor Amerikaanse katoenboeren, waar Afrikaanse katoenboeren zwaar onder lijden.

Dodelijk voor de onderhandelingen was uiteindelijk een controverse tussen de VS en India, die ging over een mechanisme voor ontwikkelingslanden om de eigen landbouw tegen een plotselinge stijging van importvolumes te beschermen. „Het laatste waar we in de huidige tijd [van hoge voedselprijzen] aan moeten denken, is een verhoging van de barrières voor de handel in voedsel”, zei de Amerikaanse onderhandelaar Susan Schwab.

Afgelopen vrijdag legde Lamy een compromis voor aan zeven zogenoemde kernlanden: de VS, EU, India, China, Brazilië, Japan en Australië. „Zes landen accepteerden het voorstel van Lamy”, zei Schwab, „het feit dat één land weigerde is de reden dat alles uiteenviel.” Het land waar Schwab op doelde is India.

Het beschermingsmechanisme dat India voorstond, zou volgens de Schwab geen noodmaatregel meer zijn om arme boeren te beschermen, maar had India de mogelijkheid gegeven de eigen markt te sluiten bij een natuurlijke groei van de import. Grote landbouwexporteurs als Uruguay en Paraguay voegden zich maandag bij deze kritiek. Gezien de snelle groei van de import had India drie van de afgelopen zes jaar de markt voor palmolie uit Maleisië kunnen sluiten, stelde Schwab, en Maleisië zou nergens verhaal hebben kunnen halen.

„Het zou een triest commentaar op een ‘ontwikkelingsronde’ zijn geweest als we hier zouden weggaan met hogere handelsbarrières in plaats van lagere”, aldus Schwab. „Het is jammer dat we een ‘ontwikkelingsronde’ niet hebben kunnen afsluiten wegens een kwestie die draait om het garanderen van de middelen van bestaan van arme boeren”, riposteerde de Indiase minister Kamal Nath.

Intussen zijn de Afrikaanse landen het meest gefrustreerd over de mislukking. Ondanks alle mooie woorden „komen landen hier uiteindelijk alleen voor hun eigen belang op”, constateerde een functionaris van de (WTO) vorige week al in de wandelgangen van het hoofdkwartier in Genève. Zonder te willen „zwartepieten”, constateerde staatssecretaris Frank Heemskerk (PvdA, Economische Zaken) daar dat „de Amerikanen misschien nog niet gewend zijn dat ze het niet meer alleen voor het zeggen hebben”.

Over het algemeen waren de onderhandelaars voorzichtig met het aanwijzen van een schuldige. „Helaas ontmoette een niet tegen te houden kracht een onbeweeglijk object in de onderhandelingskamer”, zei Eurocommissaris Peter Mandelson bijvoorbeeld gisteravond. De Braziliaanse minister Celso Amorim stelde: „Voor iemand van een andere planeet is het onbegrijpelijk dat we na alle vooruitgang hier uiteindelijk geen akkoord hebben weten te bereiken.”

WTO-topman Pascal Lamy heeft gezegd de handdoek niet in de ring te willen gooien. Tijdens de recente onderhandelingen was er voor 80 à 85 procent overeenstemming, aldus Lamy.

De Indiase minister Kamal Nath werd gisteren gevraagd of hij niet eens apart met Schwab aan tafel moest gaan zitten. „Schwab heeft tijdens de onderhandelingen gezegd: ik hou van je”, antwoordde Nath. „Ik ook van jou, zei ik daarop. Ik zou vandaag nog met haar willen lunchen.”