Etaleren doe je maar in Noordwijk

Tegenwoordig blijven badgasten nog maar twee à drie dagen in Katwijk.

Dat moet langer worden. Een citymarketeer moet daar voor gaan zorgen.

Buiten, achter de witte Oude Kerk aan de Katwijkse Boulevard, schuifelen vakantiegangers op verstandige schoenen langs de kraampjes van de Toeristenmarkt. Binnen klinkt zacht het orgel. Op de voorste kerkbank ligt een stapel kleine bijbels met een handgeschreven briefje ernaast: „Lees je bijbel, bid elke dag.” Je mag gratis een bijbel meenemen als je er geen hebt.

De kerk is dinsdagavond geopend voor de badgasten die de negen toeristenmarkten in de zomer bezoeken. Op woensdagavonden ook, dan is het zangavond.

Jaarlijks trekt Katwijk twee miljoen bezoekers die voor het strand komen en wandelen langs de Boulevard met laagbouw uit de jaren vijftig. De meeste toeristen komen uit Duitsland.

Op één huis staat: „Onrustig is ons hart totdat het rust vindt in God.” Hier woont dominee Van Vlastuin van de Hersteld Hervormde Gemeente. Hij kwam hier negen jaar geleden wonen. „Het strand is hier voor de deur, ook op zondag, en dan ervaar je het als extra druk. Terwijl voor ons de zondag een dag is die je in een gewijde sfeer doorbrengt. Dat heeft ertoe geleid dat mijn vrouw en ik na twee weken besloten die tekst voor het raam te hangen. We zijn er nog steeds blij mee. Duizenden mensen hebben het inmiddels gelezen en gefotografeerd.”

Het heeft wel iets gezelligs, de zomerse drukte op de Boulevard, vindt mevrouw Van Vlastuin. Wat ze het ergste vindt, is de kleding. „Ik zie echt een verschuiving.” Tot drie jaar geleden was het verboden in bikini of zwembroek over de Boulevard te lopen. „Nu is het zo zedeloos. Er is geen schaamtegevoel. Ik zeg tegen mijn meiden van 12 en 14 jaar dat ze een rok tot op de knie dragen, niet te nauwsluitende kleding, geen naveltruitjes, geen inkijk van boven.”

De regel over badkleding op de Boulevard was niet vol te houden volgens wethouder en locoburgemeester Wim van Duijn (SGP). „Het was de wens van de meerderheid van de gemeenteraad dat te veranderen.” Wethouder Hans Vingerling van de lokale partij Gemeentebelangen zegt dat het „niet langer te verdedigen” was omdat de verordening niet gold voor de rest van het dorp. Maar, voegt hij toe, meestal wijst het zich vanzelf. „Mensen die zich willen etaleren, gaan wel naar Noordwijk.”

Katwijk, dat sinds de fusie in 2006 bestaat uit Katwijk aan Zee, Katwijk aan den Rijn, Rijnsburg en Valkenburg, heeft een behoudend en gelovig imago, blijkt uit recent onderzoek van adviesbureau Berenschot. De inwoners zijn daar trots op.

De gemeente voert beleid om het familiale karakter van het dorp te houden. Het wil anders zijn dan concurrenten Noordwijk en Scheveningen, waar het toerisme commerciëler is. Op zondag zijn de winkels in Katwijk gesloten, net als de voormalige vuurtoren twee visrestaurants. De strandtenten zijn wel gewoon open. Parkeren is op zondag nog gratis, door de week kost het in het centrum niet meer dan 90 cent per uur.

„Mensen die hier geweest zijn”, zegt Vingerling, „waarderen de kleinschaligheid en de gemoedelijkheid”. Van Duijn: „Daar investeren we ook in.” De Boulevard is een marketingproduct en sinds een maand heeft de gemeente een citymarketeer in dienst.

In 1943 werd de Boulevard in opdracht van de Duitsers afgebroken, met ruim honderd meter bebouwing dorpinwaarts, om schootsveld te krijgen. Op een maquette in het museum in Katwijk zie je hoe pittoresk het vissersdorp er voordien bij lag. Bomschuiten liggen op het strand, villa’s staan tussen de duinen, er loopt een treinspoor voor de Blauwe Tram uit Leiden. „Dat heeft niet lang geduurd, met al dat zand dat de rails opstoof”, zegt Kees Zwaan, die als vrijwilliger in het museum werkt. Hij is van 1930. Op de rug van zijn hand heeft hij een getatoeëerd anker, dat heeft hij als tien, elfjarig jongen zelf gedaan met Oost-Indische inkt. Zwaan was visser, vijftien jaar lang.

De mooie badhuizen en pensions – ook vóór de oorlog was Katwijk geliefd bij Duitse badgasten – keerden niet terug. Eén villa staat er nog, Hotel Savoy heette villa Allegonda en was van de miljonair Trouselot, die zijn fortuin had verdiend met theeplantages.

Het toerisme en de badgasten kwamen wel terug. Na de oorlog is de Boulevard weer bewust kleinschalig opgebouwd, vertelt wethouder Vingerling, die er als kind aan woonde. Alle woningen hebben dezelfde dakhelling. Het centrum mocht niet hoger zijn dan Hotel Noordzee. Veel huizen zijn zó gebouwd, dat ze als zomerhuis ingericht konden worden, of beter gezegd: voor de helft verhuurd aan badgasten.

Vingerling verkaste naar zolder als de toeristen kwamen. De eerste verdieping was dan verhuurd. Veel huizen hebben daarom twee keukentjes. Ook betrokken sommige Katwijkers het schuurtje bij hun huis, tijdens de zomer. Of ze deden aan huizenruil, met mensen uit Rijssen of Ermelo.

Ook de ouders van de rasechte Katwijker Van Duijn verhuurden hun huis, dat in een straatje achter de Boulevard stond. „Door de verhuur aan badgasten hebben veel mensen hun eigen huis kunnen financieren.” Vingerling beaamt: „Het eigenwoningbezit is hier hoog, dat is het ondernemende dat in Katwijk zit.”

Na de jaren zeventig zakte dat type toerisme in, van wéken achter elkaar aan de Hollandse kust zitten. Tegenwoordig blijven badgasten twee à drie dagen in Katwijk. Dat moet langer worden, wil de gemeente. Het gaat de goede kant op, constateren de beide wethouders, die blij verrast waren toen Katwijk vorig jaar werd gekozen als op één na beste badplaats (na Ouddorp), in een enquête van het AD. „We hebben kwaliteit te bieden”, zegt Van Duijn. „Het Katwijktoerisme voldoet aan een behoefte van Nederlanders. Eigenlijk lopen we enorm voorop.”

Volgens de regels van dat ‘Katwijktoerisme’ is het strand in stukken verdeeld. Alle strandtenthouders zijn verplicht de withouten strandhuisjes met gekleurd dak te houden. Veel Katwijkers hebben zelf ook zo’n huisje, zegt Vingerling, de wethouder Toerisme. „Toeristen vinden dat ook fijn; dan merken ze dat ze tussen de Katwijkers zitten.”

Van Duijn zegt tegen zijn collega: „Jij had daar een schitterende uitdrukking voor.”

Vingerling: „In Katwijk kom je thuis.”

Van Duijn: „Precies. Dat drukt het kleinschalige karakter uit van ons toerisme.”