Doha verdient kans

Omzien in wrok is er ditmaal niet bij, maar het blijft zeer teleurstellend dat ook deze zomer de internationale handelsonderhandelingen in het kader van de Doha-ronde zijn mislukt. Dinsdag gingen de ministers van Handel in Genève zonder resultaat uit elkaar. Daarmee blijft een nieuw wereldhandelsakkoord, waartoe eind 2001 het startschot werd gegeven in Doha, de hoofdstad van Qatar, opnieuw buiten bereik. Landbouwsubsidies elders blijven vooral de armste ontwikkelingslanden parten spelen, verbeterde toegang en lagere tarieven voor industriële producten blijven wereldwijd uit en de barrières in de dienstensector blijven groot.

De kans is klein dat de Doha-ronde binnen afzienbare tijd wel succesvol wordt afgerond. Volgend jaar is er een andere Amerikaanse regering, verandert de Europese Commissie van samenstelling, heeft onderhandelingsleider en voorzitter van de wereldhandelsorganisatie WTO Lamy zijn termijn misschien niet verlengd en kan er ook bij een andere grote speler, India, een nieuwe regering zitten. Doha zou voor een deel opnieuw moeten beginnen. Dat is jammer, want een akkoord was deze week zeer dichtbij. De onderhandelingen liepen uiteindelijk stuk op een controversiële bescherming tegen een plotselinge stijging van de invoer van landbouwproducten, waarover India geen concessies wilde doen.

De verleiding is groot om de schuld te leggen bij de wijze van onderhandelen zelf: multilateraal, geconcentreerd en allesomvattend. Zou het geen beter idee zijn om te onderhandelen over deelgebieden met groepen van welwillenden, waar andere landen zich later al dan niet bij kunnen aansluiten? De complexiteit van de onderhandelingen is nu inderdaad ontmoedigend. Nieuwe spelers in de wereldeconomie, met name India, zijn assertiever, en er worden in de praktijk al tal van regionale en bilaterale handelsakkoorden gesloten. De status van de WTO, en daarmee ook de acceptatie van de beslechting van handelsgeschillen, lijdt onder het stelselmatig falen van onderhandelingsrondes.

Toch is het te vroeg om te breken met het multilaterale karakter van de Doha-onderhandelingen. De kracht van het mechanisme waarmee na de Tweede Wereldoorlog het vrijmaken van de wereldhandel is bewerkstelligd, ligt in multilateralisme en ‘meestbegunstiging’. Wat voor één deelnemer aan de wereldhandel geldt, geldt daarbij voor alle anderen. Als streefdoel is dit mechanisme zeer effectief gebleken.

Door de snelle verandering van de internationale economische machtsorde moeten de gevestigde industrielanden nieuwe grote spelers als India en China naast zich leren dulden. De nieuwe spelers zelf moeten ook meer verantwoordelijkheid voor het grotere geheel leren dragen. Dat is een onderliggende reden waarom ‘Doha’ zo moeizaam gaat. Die machtsveranderingen zijn er eerder ook geweest. Pas in de loop van de jaren negentig werd de wereldhandel weer zo vrij als hij voor de Eerste Wereldoorlog was. Een beter pleidooi voor het behoud van het multilaterale karakter van de handelsbesprekingen is er nauwelijks.