Congo gaat handel in hout herzien

Het is een ambitieuze operatie: de herziening van alle 156 contracten met houtbedrijven door het land met ‘s werelds op één na grootste regenwoud.

De contractherziening waar Congo gisteren een begin mee maakte, is bedoeld om een bedrijfstak op te schonen die doorspekt is met corruptie en om misgelopen belastinginkomsten terug te winnen.

Houtkap is een enorme handel in Congo. De concessies voor buitenlandse bedrijven beslaan 20 miljoen hectare woud. Samen met landbouw zorgt houtkap voor een jaarlijkse afname van het Congolese woud met meer dan 800.000 hectare.

Veel contracten werden afgesloten tijdens de oorlog in Congo tussen 1998 en 2003. Hout was, net als bodemschatten als goud en diamanten, een belangrijke reden voor het geweld dat miljoenen levens eiste. In 2002 kondigde de regering een vijfjarig moratorium af op het afsluiten van nieuwe contracten in een poging de voortschrijdende ontbossing tegen te gaan. Minister van Milieu Endundu verklaarde eerder te hopen dat de houtbedrijven in plaats van 20 miljoen voortaan 15 miljoen hectare grond mogen exploiteren.

Endundu zei gisteren ook te hopen dat de contractherzieningen leiden tot meer opbrengsten voor de staat. Congo loopt jaarlijks 12 miljoen dollar aan belastinginkomsten mis, aldus Greenpeace. De milieuorganisatie beschuldigt het Duitse houtbedrijf Danzer, dat samen met twee andere buitenlandse bedrijven in totaal tweederde van de houtexport uit Congo verzorgt, van prijsafspraken om belastingheffing te ontwijken. Danzer noemt de aantijgingen in een reactie „totaal ongefundeerd”.