Botheidscursus

Lang geleden werkte ik in een stationskiosk van de AKO. In de zomermaanden kreeg ik vooral toeristen aan de toonbank die vroegen hoe ze bij de Keukenhof konden komen. Op een ochtend werd het een collegaatje teveel. Met nijdige stiftletters schreef ze ‘No tourist information’.

Vanaf toen kregen we vooral toeristen die bankbiljetten wilden wisselen. Ik herinner me een Duitser die op mijn weigering ontplofte: „Verdammt noch mal! Ich brauche das Geld!” Ik greep naar de viltstift en vulde vinnig aan: ‘No change’.

Op tv zag ik deze week een beduusde Aziatische meneer, die aan een buschauffeur de weg naar de Zaanse Schans vroeg en als antwoord kreeg: „I am not a touringcar.”

Diverse onderzoeken bevestigen het deze zomer opnieuw: Nederlanders zijn onbeleefd tegen toeristen. Dienstverleners in Den Haag en Amsterdam krijgen nu een cursus beleefdheid.

Vorige week logeerde ik dagelijks in een andere cottage of farm in Cornwall en Devon. Steevast was er een ontvangst met een pot thee en scones of ander huisgemaakt baksel. De maaltijd werd geserveerd in de mooiste eetkamer, terwijl het gezin zich terugtrok in de keuken. De fameuze Britse beleefdheid? Misschien, maar in bed and breakfasts van kleinere Nederlandse steden kon ik altijd op evenveel wellevendheid rekenen, terwijl in het toeristenplaatsje Clovelly de irritatie toesloeg. Lamlendige tieners bedienden – in een visitors centre vol souvenirshops – gezinnen met jengelende kinderen, teenslippers en afritsbroeken.

Wie beleefdheid wil, moet buiten de zones blijven van busladingen imbecielen die plichtmatig de procedures doorlopen. Wie naar de Keukenhof gaat, verdient het om afgebekt te worden.

Burgemeester Cohen rekende onlangs voor dat Amsterdam jaarlijks 200 miljoen euro misloopt doordat toeristen die zich slecht behandeld voelden, niet terugkeren. De beleefdheidcursus heeft dus een puur economisch doel.

In dat geval: laat ze maar wegblijven! Opdat we nooit meer van die mallotige optochten van city bikers hoeven te zien, weer rustig langs de schilderijen in het Van Gogh kunnen lopen en de dronken Britse horken de cafés niet langer verzieken.

Ik pleit voor een botheidcursus.

Christiaan Weijts