Bloedfanatiek en behulpzaam

Daisy de Peinder is de routinier van de softbalploeg.

De Olympische Spelen moeten haar hoogtepunt en afscheid worden.

Daisy de Peinder (31) keek in 1996 als negentienjarige hoog op tegen de twintigers die tot de softbalselectie voor de Olympische Spelen van Atlanta behoorden. Zelf was ze in een vroeg stadium afgevallen en dat voelde niet eens als een gemiste kans. Het besef van haar onbevangenheid en onervarenheid kwam pas later. Twaalf jaar wachtte ze op wat haar hoogtepunt en afscheid als international moet worden: het olympisch toernooi in Peking. „Dit voelt als de kroon op mijn werk.”

De Peinder stapte als vijfjarige voor het eerst het softbalveld op bij Twins in Oosterhout. „Ik was met een handschoen in mijn mond op zoek naar bloemetjes, tot ik een bal zag rollen die ik wilde weggooien.” Het softbal liet De Peinder niet meer los. Ze kwam snel in aanmerking voor regioteams en speelde vanaf haar veertiende voor nationale ploegen. Via Amerikaanse college teams in Tallahassee, St. Louis en Columbus en een verblijf bij het Italiaanse Macerata eindigde ze uiteindelijk weer bij Twins. Met 140 interlands achter haar naam reisde De Peinder vorige week af naar Japan voor een drielandentoernooi.

In de ploeg van de Amerikaanse bondscoach Liz Kelly is De Peinder met Sandra Gouverneur (31) het meest ervaren van de vijftien speelsters. De definitieve selectie is niet boven discussie verheven. Bestuurders van Tex Town Tigers uit Enschede hadden kritiek op Kelly omdat die speelsters van buiten de Randstad zou negeren. De Peinder looft echter het evenwicht in de ploeg, die negen speelsters van Sparks uit Haarlem telt. „De groep is bijna abnormaal close. Liz Kelly heeft gezorgd voor een juiste balans van leeftijd, kwaliteiten en menselijke eigenschappen. Ze heeft geluk gehad met een hongerige groep, maar haar leerstof en discipline zijn nieuw.”

Kelly verwacht van De Peinder dat ze haar ervaring deelt. Maar zo behulpzaam en sturend als ze naar ploeggenoten is, zo fel is ze naar tegenstanders. Meer dan eens kreeg ze toegebeten dat ze normaal moest doen of minder arrogant. „Ik ben een doorzetter. Als twaalfjarige was ik al bloedfanatiek en vonden tegenstanders mij vervelend om tegen te spelen. Dat is eigenlijk niet veranderd, maar zelf zie ik dat niet zo. Ik ben fel en doe alles om te winnen, maar ik speel wel fair. Ik zal nooit te hoge slidings maken of andere dingen doen die niet door de beugel kunnen. Wel ga ik uit mijn dak bij een goede ‘play’, omdat ik speel met passie en betrokkenheid. Dat is niet altijd leuk om te zien voor een tegenstander. Ik denk dat ze mij een bitch op het veld vinden. Ik noem het killermentaliteit.”

Op vechtlust behaalde Nederland vorig jaar juni ook het olympisch startbewijs tegen Italië, de aartsrivaal die eerder die maand in Amsterdam het EK had gewonnen. In de voorronden van het olympisch kwalificatietoernooi in Ronchi dei Legionari versloeg Italië Nederland twee keer. Via een omweg bereikte de ploeg van Kelly toch de finale. Daarin kaapten de Nederlandse softbalsters tot verbijstering van het thuispubliek het ticket weg (3-2) ten koste van het gastland.

De Peinder speelde niet in de gewonnen finale tegen Italië. Het was een signaal dat haar uitverkiezing in de definitieve selectie niet vaststond. „In het verleden voelde ik wel dat ik meeging naar titeltoernooien, maar nu was het echt knijpen. Nu ik ben geselecteerd, verwacht ik dat ik een soort troubleshooter word. Mede door mijn ervaring kan de bondscoach mij inzetten waar ze me nodig heeft, in de basis of op de bank.”

Een van de afvallers was pitcher Anouk Mels (37), de enige speelster van de voorselectie die ook deelnam in 1996. Zij maakte nadat het startbewijs was veiliggesteld haar rentree en werd door Kelly geselecteerd bij een try-out. Critici noemden het tekenend voor het gebrek aan talentvolle werpsters – de KNBSB telt ruim 5.000 softbalsters – dat een oudgediende met twee kinderen kon terugkeren in de nationale ploeg. Mels werd uiteindelijk niet geselecteerd, waardoor de huidige vijftien speelsters in Peking voor een olympisch debuut staan.

Zij dragen de erfenis mee van de ploeg die in 1996 slechts één van de zeven wedstrijden wist te winnen. Weggegooid geld, vond toenmalig chef de mission André Bolhuis. In Peking staan softbal en honkbal voorlopig voor het laatst op het olympisch programma. Het Internationaal Olympisch Comité schrapte de twee sporten voor de Zomerspelen van 2012 in Londen en moet nog beslissen over een eventuele terugkeer in 2016.

„Heel zonde”, vindt De Peinder, die met de softbalsters in Peking als eerste China treft. Kelly sprak al van een geregisseerde loting waarbij het gastland de in hun ogen makkelijkste prooi heeft uitgezocht. De Peinder: „We behoren als piepklein landje tot de beste acht softballanden van de wereld. Dat willen we laten zien. We zijn de underdog en dat zie ik als positief. Wij kunnen vrijuit spelen, zij kunnen door stress verslappen. Hier heb ik heel lang op gewacht.”

De Peinder kijkt ondanks haar langverwachte deelname aan de Spelen ook uit naar de periode daarna. Nog voor de reis naar Azië had ze haar laatste werkdag als gastvrouw bij een autodealer, bij terugkomst gaat ze aan de slag als adviseur bij een wervings- en selectiebureau. Het is een baan waarvoor haar mbo-opleiding internationale groothandel eigenlijk niet toereikend was, maar haar capaciteiten als topsporter wogen zwaarder dan een vooropleiding.

„Het gaf een goed gevoel dat ze keken naar mij als persoon en wat ik heb meegemaakt in het softbal”, zegt De Peinder. „Het spelletje is toch mijn leven geweest. Nu ik ouder word, merk ik dat er meer is dan softbal. Het gaat toch aan je vreten. Met mijn sociale leven zit het echt wel goed, maar na twaalf jaar staat softbal niet meer op de eerste plaats. Ik wil naar feestjes en verjaardagen. Mijn werk en sociale leven gaan straks voor softbal.”