Blauwhelmen laten zich wegpesten

De Veiligheidsraad trok gisteren de stekker uit de VN-missie tussen Eritrea en Ethiopië. De VN hebben zich laten wegpesten door Eritrea, dat net als Ethiopië grote delen van het grensgebied claimt.

De vredesmacht van de Verenigde Naties heeft zich door Eritrea laten wegpesten. De VN-Veiligheidsraad besloot gisteren unaniem de vredesmissie langs de grens tussen Eritrea en Ethiopië officieel te beëindigen, nadat de VN-militairen ter plaatse steeds meer beperkingen waren opgelegd door Eritrea.

Twee jaar geleden mochten de VN geen helikopters meer inzetten, waardoor hun soldaten immobiel werden. Begin dit jaar drongen Eritrese militairen de ingestelde veiligheidszone langs de grens binnen en sneden er de aanvoer van benzine voor de VN-macht af. De VN-soldaten moesten de zone verlaten en waren in feite door Eritrea uitgewezen. Het besluit van gisteren is dus eigenlijk een formalisering van de situatie ter plekke.

De VN-macht UNMEE begon na de ondertekening van een vredesakkoord van Algiers in 2000 tussen Ethiopië en Eritrea met een sterkte van 4.200 militairen, onder wie 700 Nederlanders. Na de eerste door Eritrea opgelegde beperkingen werd de missie in 2006 ingekrompen tot 2.300, en een jaar later tot 1.700 man. Een belangrijk element van de vredesregeling betrof de instelling van een vijfentwintig kilometer brede veiligheidszone op Eritrees grondgebied langs de duizend kilometer lange grens.

De veiligheidzone werd ingesteld na afloop van de bloedige grensoorlog die in 1998 uitbrak tussen Ethiopië en Eritrea. De controverse over de grens spitste zich toe op het vijfduizend inwoners tellende Badme, een slaperig dorpje op een kurkdroge savanne. De grenzen dateren uit 1900, 1902 en 1908, toen tegenstrijdige koloniale verdragen werden gesloten. In het door Ethiopië bestuurde Badme begon in mei 1998 de oorlog met een aanval van Eritrese troepen. Badme werd een symbool: wie het toegewezen zou krijgen had de oorlog gewonnen.

Een onafhankelijke internationale grenscommissie deed in 2002 een bindende uitspraak waarbij het grootste deel van de omstreden grensstreek aan Eritrea werd toegewezen, inclusief Badme. Ethiopië negeerde deze uitspraak. Eritrea verwachtte dat de VN-soldaten Ethiopië zouden dwingen het oordeel van de commissie uit te voeren. Toen dat niet gebeurde, keerde het bewind in Asmara zich tegen UNMEE.

De oorlog tussen Eritrea en Ethiopië was de grootste conventionele oorlog in onafhankelijk Afrika. Tussen 1998 en 2000 beukten honderdduizenden soldaten in op elkaars stellingen in het onherbergzame landschap van het grensgebied, met taferelen die deden denken aan de ouderwetse loopgravenoorlog in Europa. Net als in de Eerste Wereldoorlog werden de soldaten vlees voor de kanonnen: er vielen tussen de zeventigduizend en honderdduizend doden. Maar onder de door een sterk nationalisme gedreven Eritreeërs en Ethiopiërs was het een populaire oorlog.

De oorlog om Badme is wel omschreven als een gevecht van twee kale heren om een kam. Beide landen behoren tot de allerarmste staten van het continent en de betwiste gebieden zijn schraal en zonder grondstoffen. De onderliggende oorzaak van de grensoorlog is het gevecht om wie de supermacht is in de Hoorn van Afrika. Eritrea en Ethiopië maken daar beide aanspraak op.

Bij het uitbreken van de strijd in 1998 spraken Eritrese ministers in hun hoofdstad Asmara openlijk hun wens uit dat de oorlog zou leiden tot de val van de Ethiopische premier Meles Zenawi. En in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba spreekt men in regeringskringen van de noodzaak om de dictator van Asmara mores te leren. Iedere regering verwacht spoedig de val van haar tegenstander.

De twee regeringen toonden zich aanvankelijk na de afscheiding in 1993 van Eritrea van Ethiopië uitstekende bondgenoten. Meles Zenawi en zijn Eritrese collega Issayas Aferworki zijn familie van elkaar. De Eritrese verzetsstrijders die in 1962 met hun oorlog tegen Ethiopië waren begonnen hielpen Meles Zenawi zijn eigen rebellenleger opzetten en samen vochten ze tegen het militair/marxistische regime van de Ethiopische president Mengistu Haile Mariam. Tijdens hun bevrijdingsstrijd hadden hun opstandelingen gezamenlijk de macht over het gebied rond Badme.

Zonder een VN-macht als buffer staan beide legers nu pal tegenover elkaar in het grensgebied, soms niet meer dan een voetbalveld van elkaar verwijderd. Een klein incident kan de vlam in de pan doen slaan, waarschuwen VN-functionarissen al maanden. Beide landen zijn indirect al met elkaar in gevecht in Somalië, waar het Ethiopische leger de interim-regering van president Abdullahi Yusuf steunt en Eritrea de islamitische opstandelingen bewapent en opleidt. Ethiopië herbergt een coalitie van Eritrese oppositiegroepen en Eritrea assisteert bij een opstand in de oostelijke Ethiopische regio de Ogaden. De broedertwist tussen beide landen leidde zo dus uiteindelijk tot destabilisatie van de gehele Hoorn van Afrika.