Bescherming voor importbruid

Buitenlandse vrouwen die voor hun verblijfsvergunning de eerste drie jaar afhankelijk zijn van hun man, moeten bij echtelijke mishandeling makkelijker in aanmerking komen voor een eigen verblijfsvergunning. Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) en staatssecretaris Albayrak (Vreemdelingenzaken, PvdA) willen daarvoor de regels veranderen, zo schrijven zij vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Volgens de bewindslieden voldoen de bestaande regels „niet geheel”. Om een zelfstandige verblijfsvergunning te krijgen, moet een buitenlandse vrouw die wordt mishandeld nu zelf de relatie verbreken, aangifte doen bij de politie en een medische verklaring als bewijs van de mishandeling overleggen. Maar vaak zijn vrouwen bang om aangifte te doen. In de toekomst moet het melden van mishandeling bij de politie daarom genoeg zijn. Andere hulpverleners dan artsen mogen straks bewijs leveren voor mishandeling. Ook als de man de relatie verbreekt, kan de vrouw voortaan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning.

Ook buitenlandse vrouwen die door hun man in het land van herkomst worden achtergelaten, moeten beter worden beschermd. Zij kunnen in het land van herkomst in een „zeer moeilijke” positie belanden. Ze mogen nu alleen terugkeren naar Nederland als er „klemmende redenen van humanitaire aard” zijn. De bewindslieden geven „richtinggevende voorbeelden” die moeten leiden tot het afgeven van een zelfstandige verblijfsvergunning. Verstoting van de vrouw door haar familie, bijvoorbeeld, of het hertrouwen van de man terwijl de vrouw volgens het recht van het land van herkomst niet van hem kan scheiden.