ArcelorMittal, hoe groter hoe beter

De reuzen uit de metaal- en de mijnbouwsector worden ieder kwartaal maar groter en groter. ArcelorMittal heeft in zijn resultaten over het tweede kwartaal een verbluffende winst van 8 miljard dollar (5,1 miljard euro) bekendgemaakt, waardoor de doelstelling van 6,5 miljard dollar met gemak werd overtroffen. De staalproducent kan niet de eer opeisen voor alle mondiale ontwikkelingen die zijn winst de wind in de zeilen hebben gegeven. Maar zelfs los daarvan is het succes van ArcelorMittal een aanbeveling voor schaalgrootte.

Doordat het concern met eentiende van de wereldproductie marktleider is in de staalsector, beschikt ArcelorMittal over drie voordelen ten opzichte van kleinere concurrenten als ThyssenKrupp, Evraz en Corus. Een daarvan is een omvangrijkere balans. Arcelor koopt zijn eigen voorraden in van ijzererts en cokes, twee van de grondstoffen met de snelst stijgende prijzen. Diepere zakken betekenen minder concurrentie op de grondstoffenmarkt. ArcelorMittal kan ook kapitaal in projecten steken waarvan de resultaten nog jaren onzichtbaar blijven, terwijl het concern nog steeds in staat is geld aan aandeelhouders terug te geven – 1,1 miljard dollar in het jongste kwartaal.

Een ander voordeel is armslag. Nu de mondiale voorraden laag zijn en de productie achterblijft bij de vraag, bevinden de kopers van metalen zich in een soort wereldwijde veiling. De zwakke vraag in de ene regio kan worden gecompenseerd door een sterke vraag elders. Dus hoewel de vraag in de Europese Unie dit jaar naar verwachting slechts met 1,6 procent zal groeien, neemt de vraag in China, een markt die tweemaal zo groot is, zevenmaal zo snel toe. Dat is in het voordeel van de spelers met de grootste mondiale netwerken, zoals ArcelorMittal en de Zwitserse metaalhandelaar Glencore.

Het derde voordeel is marktoverwicht. ArcelorMittal heeft zijn doelstelling om uit de twee jaar geleden tot stand gekomen fusie een operationele synergie van 1,5 miljard dollar te persen vorig kwartaal verwezenlijkt, maar kan daarnaast bogen op subtielere voordelen, zoals zijn toegenomen inkoopkracht en zijn vermogen om de prijzen te verhogen teneinde de kosten aan de klanten door te berekenen. Daardoor is de winstmarge van ArcelorMittal in het jongste kwartaal van 17 naar 21 procent gestegen.

Deze ontwikkelingen zullen andere reuzen uit de metaalsector met fusieplannen niet zijn ontgaan. Zo probeert BHP Billiton, de Brits-Australische ijzerertsproducent, voor 150 miljard dollar (96 miljard euro) concurrent Rio Tinto over te nemen. De grote metaalconcerns zijn uiteraard niet geneigd de voordelen van hun marktoverwicht aan de grote klok te hangen. Dat komt doordat de klanten – en regeringen – het idee niet prettig vinden dat een groter bedrijf zijn gewicht in de schaal kan leggen. Hoe groter ze worden, des te meer reden deze reuzen hebben om stilletjes hun slag te slaan.

John Foley

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com