‘Wat doet dat nou met je, die Spelen?’

Nog een week voor de Spelen beginnen. Dus volgen we allemaal onze eigen sporters. Maar welk land heeft het beste ‘hoe-staat-het-op-weg-naar-Peking-met-onze-sporters’-programma: België, Duitsland, Engeland of Nederland? Met die brandende vraag wierp ik mezelf gisteravond voor de televisie.

In de documentaireserie Alles voor Peking van het Vlaamse Canvas maakten we kennis met Belgisch tienkampkampioen Hans van Alphen. Zijn doel: een top-10 plaats op de Spelen. Canvas liet Van Alphen zien tijdens zijn voorbereidingen. Spanningsboog: zou zijn oude liesblessure weer opspelen? Het programma was hoogst informatief. Zo vertelde Van Alphen dat je voor kogelstoten en discuswerpen spiermassa nodig hebt, maar voor hoog- en verspringen juist weer niet – dat maakt de tienkamp nou zo moeilijk. Tijdens zijn laatste meerkamp in de aanloop naar de Spelen krijgt het verhaal opeens een tragische wending. Van Alphen smijt zijn discus in de netten, gooit zijn speer telkens net buiten de lijnen, rent zijn laatste horde omver en faalt bij polsstokhoogspringen zelfs op trainingshoogte. „Da’s nie goed voor den mens”, sluit hij af.

Een geheel andere draai aan het format gaf BBC’s reportageserie Olympic Dreams. Hier zagen we gisteren hoe jonge Britse kandidaten op Gordon Ramsey-achtige wijze („Who is the best! Pressure! Bang! Bang! Fucking…You stupid…!”) door hun trainers werden klaargestoomd. Het rolstoelrugbyteam voor de Paralympics en twee jeugdige tafeltennissers. Spanningsboog: zullen ze zich wel kwalificeren voor het toernooi?

En dat is het leuke aan deze serie: de BBC portretteerde ook sporters die de Spelen net níet haalden. Het 18-jarige tafeltennistalent Darius bijvoorbeeld. Een probleemkind zonder vaderfiguur dat volgens zijn coaches te veel computert en achter de vrouwen aan zit. Darius krijgt een brief van de bond dat hij op het volgende toernooi nog één kans krijgt om zich te kwalificeren. Die kans helpt Darius op het moment suprème om zeep. Maar eigenlijk deed hij dat al eerder: toen hij in een fastfoodketen een hamburger bestelde vroeg de documentairemaker aan de caissière of hij hier wel vaker kwam. „Elke dag”, antwoordde ze, terwijl zijn Chinese tafeltenniscoach op de achtergrond fronsend toekeek.

Het Nederlandse equivalent heet De weg naar Goud, van Omroep Max. Het programma was gisteravond weggemoffeld tot na middernacht, en dat was misschien maar goed ook. In een felverlichte studio met uitzicht op de grasmat van het Amsterdamse Olympisch stadion ondervraagt Frits Barend jonge Nederlandse deelnemers aan de hand van, u raadt het al, televisiefragmenten. Fantasieloos, en een beetje gemakkelijk. En dat leek Barend ook wel te beseffen. In sneltreinvaart fietste hij met Olympisch voetbalelftalspeler Kees Luijckx door de overbekende beelden heen, van goud voor de Holland Acht (1996), goud voor de volleyballers (1996) tot Dennis Bergkamps winnende goal tegen Argentinië (1998). Het studiogesprek wist het niveau van het gemiddelde voetbalinterview na de wedstrijd niet te ontstijgen. Dat kwam niet door Luijckx, maar door vragen als ‘wat doet dat met je, dat je naar de Olympische Spelen mag?’

Met stip op 1 stond gisteren ARD’s Gesichter Olympias. Terwijl de tv-kijker in de andere landen zijn deelnemers moet leren kennen aan de hand van trainingsstages, sociale portretten en favoriete tv-fragmenten, brengt ARD het minder omslachtig. Namelijk: een Olympisch journaal op primetime waarin dagelijks in drie minuten een Duitse kanshebber wordt gepresenteerd. We zien een Duitse vlag, we zien publiek, we horen heroïsche muziek. Daarna maken we kennis met de sporter. Gisteren wielrenster Hanka Kupfernagel. We horen wat ze al heeft gewonnen, of ze in vorm is en wat we op deze Spelen van haar mogen verwachten. Sec, kort en feitelijk. Zodat we de medaillespiegel vast kunnen opmaken. En dan mag ze haar favoriete tv-fragmenten best voor zichzelf houden.