Strijd om een citroenboomgaard

Film Lemon Tree. Regie: Eran Riklis. Met: Hiam Abbas. In: 7 bioscopen.

Zonder dat er veel ophef over is gemaakt, heeft Israël zich ontwikkeld tot een filmland om rekening mee te houden. Films als The Band’s Visit, over het bezoek aan Israël van een Egyptisch muziekkorps, en het oorlogsdrama Beaufort doen het goed op internationale festivals. Jellyfish van Shira Geffen en Etgar Kerret won vorig jaar in Cannes de Caméra d’Or voor de beste debuutfilm. De Israëlische filmmaker Elad Keidan won met Anthem, over een man die een pak melk gaat kopen in Jeruzalem, de prijs voor beste studentenfilm.

De huidige bloei van de film in Israël is allereerst toe te schrijven aan een nieuwe, ruimhartige ‘Filmwet’, die in 2001 van kracht werd en filmmakers meer geld en kansen biedt. Lemon Tree van Eran Riklis is een mooi voorbeeld van de nieuwe Israëlische cinema, die geëngageerde, relevante verhalen wil vertellen, op een manier die een breed publiek aanspreekt. Riklis maakte eerder The Syrian Bride (2004), over de huwelijksperikelen van een Druzenfamilie op de hoogvlakte van Golan. Hij wilde opnieuw een film maken met de leading lady uit die film, de Arabisch-Israëlische actrice Hiam Abbas. Zij speelt in Lemon Tree een Palestijnse weduwe op de Westbank, die naar het Israëlische hooggerechtshof stapt wanneer haar buurman, de minister van Defensie van Israël, haar citroenboomgaard wil laten omhakken. Hij vreest dat het struikgewas kan dienen als camouflagemiddel voor mogelijke terreuraanslagen.

Probleem van de film is dat het moeilijk te geloven valt dat de gang naar de rechter van de vrouw een schijn van kans heeft, en meer is dan louter een symbolische daad van verzet. De advocaten die in de film namens de staat Israël optreden maken zich ook nauwelijks zorgen: het voornemen van de minister is rechtmatig, binnen de zogeheten ‘Wet op de Intifada’. De film ontvouwt zich vervolgens als een klassieke tragedie, en stevent onontkoombaar en voorspelbaar op een sombere ontknoping af.

Het gelaagde, subtiele spel van de acteurs draagt de film. In de eerste plaats van Abbas, die als bedrukte weduwe niet alleen haar vechtlust herwint, maar ook haar seksualiteit. Tussen de vrouw en haar veel jongere advocaat (Ali Suliman) bloeit liefde op, wat de patriarchen in het dorp maar zo-zo vinden. De minister van Defensie (Doron Tavory) overtuigt als een politicus die eraan gewend is zijn zin door te drukken. Minder voorspelbaar is de rol van de verwaarloosde ministersvrouw (Rona Lipaz-Michael), die meer begrip krijgt voor haar buurvrouw, maar niet zoveel dat het klef wordt.