‘Sport in China is voor meerderheid bijzaak’

Oud-hockeyinternational Jaap-Derk Buma woont en werkt in China, het gastland van de Olympische Spelen. „Vraag is of de winst blijvend is voor dit land.”

Rap is hij nog altijd, al worden de contouren van „een beginnend buikje” langzaam maar zeker zichtbaar. Praten doet Jaap-Derk Buma (35) ook nog altijd als de beste. Moeiteloos rijgt de oud-hockeyinternational de zinnen aaneen, ook door de telefoon. In Nederland kreeg hij ooit het etiket Temperamentvolle Tempobeul opgeplakt, omdat hij snel en licht ontvlambaar was. Die geuzennaam heeft nog niets aan kracht ingeboet, zo lijkt het.

Sinds drie jaar woont en werkt Buma in Hongkong, en ook in China staat de oud-aanvaller van HCKZ, Bloemendaal en Amsterdam nog geregeld op het kunstgras. „Nog altijd een van de besten”, pochte hij eerder dit jaar. Om daar meteen op relativerende toon aan toe te voegen dat het spelniveau te wensen overlaat. Zelfs in de hoogste divisie van de voormalige Britse kroonkolonie, waar hij het afgelopen seizoen de kleuren verdedigde van de Dutch Hockey Club, samen met andere Nederlandse expats.

In het land waar over ruim een week de Olympische Spelen beginnen, zette Buma ruim een jaar geleden een sponsoradviesbureau op dat gespecialiseerd is in sportmarketing: Sport Match International. Zijn bedrijf speelt in op een grotendeels onontgonnen terrein in de Aziatische groeimarkt waar „China de rol van magneet vertolkt”, constateert Buma. „Enerzijds profileert de regio zich door allerlei grote sportevenementen te werven, anderzijds wordt sportsponsoring niet of nauwelijks gezien als een middel om een bepaalde markt aan te boren, zoals dat in Europa en de Verenigde Staten wel het geval is.”

Zijn bedrijf, mede opgericht door een oud-werknemer van het Nederlandse sportmarketingbureau Trefpunt, richt zich dan ook voornamelijk op commerciële partijen die hun positie in Azië willen veroveren of vergroten. Dat is niet altijd even eenvoudig, zo leert de dagelijkse praktijk. Buma: „Als je met iemand een deal gesloten denkt te hebben, blijkt er even later vaak toch nog iemand hoger in de rangorde te staan, waardoor de overeenkomst tijdelijk in de ijskast verdwijnt. Dat is weleens lastig, al ben ik intussen aardig gewend aan vertragingstactieken.”

Buma is inmiddels zo goed geaard in China dat hij, vader van een tweeling, voorlopig niet terugkeert naar Nederland. „Hier gebeurt het momenteel, en ik zit er bovenop met mijn neus. Dat beschouw ik als een groot voorrecht en een enorme uitdaging.” Zijn gouden medaille, acht jaar geleden gewonnen bij de Olympische Spelen van Sydney, komt hem nog geregeld van pas. „Hockey is hier nog altijd geen grote sport, maar een olympische medaille heeft zeggingskracht, ongeacht de tak van sport. Het opent deuren, net als in Amerika, waardoor ik sneller en makkelijker binnenkom bij een potentiële klant.”

China geldt ook in de topsport als een grootmacht, die vanaf volgende week vrijdag in het eigen Peking de Verenigde Staten hoopt voor te blijven in het medailleklassement. Maar de sportbeleving van de gemiddelde Chinees? Daar plaatst Buma kanttekeningen bij. „Ouders vinden het belangrijker dat hun zoon of dochter goed presteert op school, om zo uiteindelijk een goede baan te vinden. Als toeschouwer zijn ze slechts geïnteresseerd in een sport waar ze enige affiniteit mee hebben door toedoen van bijvoorbeeld een rolmodel.”

Alle economische vorderingen ten spijt is China volgens Buma nog steeds in hoge mate een derdewereldland. Het leven bestaat uit „werken, reizen, sms’en en chatten met je vrienden, waardoor er voor sport weinig tijd over is en blijft.” Zelf is hij vooral geïnteresseerd in de vraag of en hoe de nu gebundelde krachten na ‘Peking’ zullen overleven. „Op dit moment lijken de Chinezen hun zaakjes keurig op orde te hebben. Maar hoe duurzaam is de coalitie tussen de sportbonden en de commerciële partijen? Dondert alles straks weer ineen of betekenen deze Spelen ook daadwerkelijk een stap voorwaarts? Vraag is dus of de winst blijvend is voor dit land.”

Met gemengde gevoelens volgde Buma dit voorjaar de discussie in Nederland over de mensenrechten in China, inclusief de oproep van onder anderen cabaretier Erik van Muiswinkel de Olympische Spelen te boycotten. „Al die kritische kanttekeningen zijn terecht, maar die discussie had in 2001 gevoerd moeten worden, toen China de Spelen kreeg toegewezen. Nu is het te laat. Sporters zijn bovendien geen politici. En hoe is het met de mensenrechten gesteld in Rusland en Amerika? Daar sporten we toch ook gewoon?”

In zijn sport, het hockey, werd gastland Griekenland (mannen en vrouwen) vier jaar geleden geweerd van het olympisch toernooi, bij gebrek aan kwaliteit. Voor China gelden andere normen. De vrouwenploeg doet sinds enkele jaren bij vrijwel elk internationaal toernooi mee in de strijd om de medailles. Het mannenteam daarentegen speelt wereldwijd een ondergeschikte rol, getuige de zeventiende plaats op de laatste wereldranglijst.

Toch was het diezelfde ploeg die ruim drie jaar geleden hockeygrootmacht Nederland versloeg, in de laatste van drie oefeninterlands in Guangzhou: 4-3. Bij terugkomst op Schiphol spraken de internationals destijds van een bedrijfsongevalletje, waarbij „die Chinezen naar alles sloegen wat bewoog, behalve de bal”.

Buma herkent zich in het beeld van de verbeten stickvechters. „En straks voor eigen publiek zal het fanatisme bij die Chinezen nog groter zijn”, voorspelt hij. In Peking staat niets meer of minder dan de nationale trots op het spel. Maar een stunt zoals de Zuid-Koreanen acht jaar geleden uithaalden door met geraffineerd spel – critici spraken smalend van ‘laboratoriumhockey’ – de finale te bereiken? Buma ziet het de debuterende Chinezen niet nadoen. „Ze zullen niet voor spek en bonen meedoen, zoals de Amerikanen (zeven nederlagen en laatste plaats, red.) twaalf jaar geleden in Atlanta. Links en rechts zullen ze wel wat puntjes bijeen sprokkelen, want fysiek zijn ze in orde en ook technisch hebben ze de laatste jaren stappen gemaakt. Alleen op tactisch vlak zullen ze vermoedelijk tekort schieten.”