Opnemen tv is niet populair

Nederlanders kijken maar weinig naar opgenomen televisieprogramma’s. Dat blijkt uit een analyse die de website Mediaonderzoek.nl maakte op basis van cijfers van de Stichting KijkOnderzoek (SKO). Het aandeel ‘uitgesteld kijken’ is nog geen procent van het totale kijkcijfer. Sinds 1 januari neemt SKO het uitgestelde kijken mee in de kijkcijfers. Onder uitgesteld kijken verstaat SKO het bekijken van een programma via harddisk-, dvd- of videorecorder binnen zes dagen nadat het programma op tv is geweest.

Na een half jaar meten is 0,7 procent van de totale kijktijd te betitelen als ‘uitgesteld’. De Nederlander keek gemiddeld 186,4 minuten tv per dag, waarvan 1,4 minuut uitgesteld. Bas de Vos van SKO zegt dat 0,7 procent een laag percentage is vergeleken met uitgesteld kijkgedrag in omringende landen. „Nederland kent een groot aanbod van algemene zenders. Als je een van je favoriete series mist, is er op een ander moment wel weer een serie van je gading te zien. De noodzaak om een programma op te nemen is minder groot.” Behalve het volle tv-landschap ziet De Vos nog een andere oorzaak voor het feit dat de Nederlander weinig programma’s opneemt. „Harddiskrecorders zijn nog altijd weinig gebruiksvriendelijk. Wanneer die apparaten gemakkelijker te bedienen worden, zullen mensen ze ook vaker gebruiken.”

Programma’s die via internet worden bekeken, vallen niet onder SKO’s definitie van uitgesteld kijken. Sinds het begin van deze maand turft SKO de opgevraagde streams van Uitzending Gemist en RTL Gemist. Later dit jaar komen daar ook andere zenders bij. Net als het aantal opgenomen programma’s, is ook dat aantal nog niet substantieel, zegt De Vos, al zijn er uitschieters naar boven.