Op de Boulevard is etaleren niet gewenst

Kleinschalig, gemoedelijk – dat is ‘Katwijktoerisme’. Maar de citymarketeer moet er wel voor zorgen dat de badgasten langer blijven. Deel vier van een serie over badplaatsen.

Buiten, achter de witte Oude Kerk aan de Katwijkse Boulevard, schuifelen vakantiegangers op verstandige schoenen langs de kraampjes van de Toeristenmarkt. Binnen klinkt zacht het orgel. Op de voorste kerkbank ligt een stapel kleine bijbels met een handgeschreven briefje ernaast: „Lees je bijbel, bid elke dag.” Je mag gratis een bijbel meenemen als je er geen hebt.

De kerk is dinsdagavond geopend voor de badgasten die de negen toeristenmarkten in de zomer bezoeken. Op woensdagavonden ook trouwens, dan is het zangavond.

Jaarlijks trekt Katwijk twee miljoen bezoekers die een dagje naar het strand gaan, en wandelen langs de Boulevard met laagbouw uit de jaren vijftig. „Zimmer frei”, „bezet”, „etage frei”, hangt voor een aantal ramen. De meeste toeristen komen uit Duitsland.

Op één huis staat: „Onrustig is ons hart totdat het rust vindt in God.” Hier woont dominee W. van Vlastuin van de Hersteld Hervormde Gemeente. Hij herinnert zich goed de zomerse maandagavond, negen jaar geleden, dat hij met zijn vrouw Katwijk aan Zee binnenkwam. Het was warm en druk op de Boulevard, vol met toeristen. „Dat was voor ons een overweldigend gevoel”, zegt hij in zijn werkkamer die uitkijkt over zee.

„Het strand is hier voor de deur, ook op zondag, en dan ervaar je het als extra druk. Terwijl voor ons de zondag een dag is die je in een gewijde sfeer doorbrengt. Dat heeft ertoe geleid dat mijn vrouw en ik na twee weken besloten die tekst voor het raam te hangen. We zijn er nog steeds blij mee. Duizenden mensen hebben het inmiddels gelezen en gefotografeerd. Ik denk dat het mensen aanspreekt, omdat het aansluit bij de algemeen menselijke ervaring.”

Katwijk, dat sinds de fusie in 2006 bestaat uit Katwijk aan Zee, Katwijk aan den Rijn, Rijnsburg en Valkenburg, heeft een behoudend en gelovig imago, blijkt uit recent onderzoek van adviesbureau Berenschot. En de 61.000 inwoners van de gemeente zijn daar trots op.

De Hersteld Hervormde Kerk bestaat uit hervormden die vier jaar geleden niet zijn meegegaan in de fusie tot de PKN (Protestantse Kerk in Nederland). Vroeger preekte Van Vlastuin ook in de witte Oude Kerk aan de Boulevard, maar degenen die bij het ‘klassieke’ geloof wilden blijven, mochten niet langer gebruik maken van de historische gebouwen. Nu preekt de dominee in de sporthal, waar duizend mensen in passen.

De Oude Kerk moest het gezin Van Vlastuin aan de PKN laten, maar ze mochten met hun vijf kinderen wel in de pastoriewoning met uitzicht op zee blijven wonen. Daar zijn ze blij mee. Het heeft ook wel iets gezelligs, de zomerse drukte op de Boulevard, vindt mevrouw Van Vlastuin.

Wat ze het ergste vindt, is de kleding. „Ik zie echt een verschuiving.” Tot drie jaar geleden was het verboden om in bikini of zwembroek over de Boulevard te lopen. „Nu is het zo zedeloos. Er is geen schaamtegevoel. Ik zeg tegen mijn meiden van 12 en 14 jaar dat ze een rok tot op de knie dragen, niet te nauwsluitende kleding, geen naveltruitjes, geen inkijk van boven.”

Dat ‘tonen van wat je hebt’ zegt volgens mevrouw Van Vlastuin iets over Nederlanders. „In het ANWB-blad Kampioen stond dat onlangs ook. Nederlanders profileren zich overal zo; ze doen gewoon wat ze zelf willen.”

De regel over badkleding op de Boulevard was niet vol te houden volgens wethouder en locoburgemeester Wim van Duijn (SGP). „Het was de wens van de meerderheid van de gemeenteraad.” Wethouder Hans Vingerling van de lokale partij Gemeentebelangen zegt dat het „niet langer te verdedigen” was omdat de verordening niet gold voor de rest van het dorp. Maar, voegt hij toe, meestal wijst het zich vanzelf. „Mensen die zich anders willen gedragen, gaan wel naar Noordwijk om zich te etaleren.”

Katwijk voert beleid om het familiale karakter van het dorp te houden. Het wil anders zijn dan concurrenten Noordwijk en Scheveningen, waar het toerisme meer commercieel is. Op zondag zijn de winkels gesloten, net als de voormalige vuurtoren Vuurbaak (de op één na oudste van Nederland) en twee visrestaurants – al zijn de strandtenten dan gewoon open. Parkeren is op zondag nog gratis, door de week in het centrum niet meer dan 90 cent per uur.

„Mensen die hier geweest zijn”, zegt Vingerling, „waarderen de kleinschaligheid en de gemoedelijkheid.”

Van Duijn: „Daar investeren we ook in.” De Boulevard is een marketingproduct en sinds een maand heeft de gemeente een citymarketeer in dienst.

De Boulevard zelf is gebouwd volgens een masterplan. In 1943 was die in opdracht van de Duitsers afgebroken, met ruim honderd meter bebouwing dorpinwaarts, om schootsveld te krijgen. Op een maquette in het museum in Katwijk zie je hoe pittoresk het vissersdorp er voordien bij lag. Bomschuiten liggen op het strand, villa’s staan tussen de duinen, er loopt een treinspoor voor de Blauwe Tram uit Leiden. „Dat heeft niet lang geduurd, met al dat zand dat de rails opstoof”, zegt Kees Zwaan, die als vrijwilliger in het museum werkt. Hij is van 1930. Op de rug van zijn hand heeft hij een getatoeëerd anker, dat heeft hij als tien, elfjarig jongen zelf gedaan met Oost-Indische inkt. Zwaan was visser, vijftien jaar lang.

De mooie badhuizen en pensions – ook vóór de oorlog was Katwijk geliefd bij Duitse badgasten – keerden niet terug. Eén villa staat er nog, Hotel Savoy heette villa Allegonda en was van de miljonair Trouselot, die zijn fortuin had verdiend met theeplantages.

Het toerisme en de badgasten kwamen wel terug. Na de oorlog is de Boulevard bewust kleinschalig opnieuw opgebouwd, vertelt wethouder Vingerling, die er als kind aan woonde. Alle woningen hebben dezelfde dakhelling. Het centrum mocht niet hoger zijn dan Hotel Noordzee. Veel huizen zijn zo gebouwd dat ze als zomerhuis ingericht konden worden, of beter gezegd: voor de helft verhuurd aan badgasten.

Vingerling verkaste naar zolder als de toeristen kwamen. De eerste verdieping was dan verhuurd. Veel huizen hebben twee keukentjes met dat doel. Ook betrokken sommige Katwijkers het schuurtje bij hun huis, tijdens de zomer. Of andersom. Of ze deden aan huizenruil, met mensen uit Rijssen of Ermelo.

Ook de ouders van de rasechte Katwijker Van Duijn verhuurden hun huis. „Zoals zo veel Katwijkers. Door de verhuur aan badgasten hebben veel mensen hun eigen huis kunnen financieren.” Vingerling beaamt: „Het eigenwoningbezit is hier hoog, dat is het ondernemende dat in Katwijk zit. ”

Na de jaren zeventig zakte dat type toerisme in, van wéken achter elkaar aan de Hollandse kust zitten. Tegenwoordig blijven badgasten twee à drie dagen in Katwijk. Dat moet langer worden, wil de gemeente. Het gaat de goede kant op, constateren de beide wethouders, die blij verrast waren toen Katwijk vorig jaar werd gekozen als op één na beste badplaats (na Ouddorp), in een enquête van het AD. „We hebben kwaliteit te bieden”, zegt Van Duijn. „Het Katwijktoerisme voldoet aan een behoefte van Nederlanders. Eigenlijk lopen we enorm voorop.”

Volgens de regels van dat ‘Katwijktoerisme’ is het strand in stukken verdeeld. Alle strandtenthouders zijn verplicht om de withouten strandhuisjes met gekleurd dak te houden. Veel Katwijkers hebben zelf ook zo’n huisje, zegt Vingerling, de wethouder Toerisme. „Toeristen vinden dat ook fijn; dan merken ze dat ze tussen de Katwijkers zitten.”

Van Duijn zegt tegen zijn collega: „Jij had daar een schitterende uitdrukking voor.”

Vingerling: „In Katwijk kom je thuis.”

Van Duijn: „Precies. Dat drukt het kleinschalige karakter uit van ons toerisme.”

Drie eerdere afleveringen uit deze serie op nrc.nl/aanzee