Ondernemen zonder opstartproblemen

Een toenemend aantal ondernemers begint een bedrijf door zich in het bestuur van een onderneming in te kopen.

Bij het starten van een bedrijf maakt een ondernemer lange dagen zonder omzet en waakt hij lange nachten zonder slaap, gekweld door horrorscenario’s over boze financiers en instortende markten. Geen aanlokkelijk idee. Wat doet de ondernemer die droomt van een eigen bedrijf, maar niet bij nul wil beginnen?

Een ‘management buy-in’ (MBI) lijkt de oplossing voor aspirantondernemers met koudwatervrees: door zich in te kopen in het bestuur van een bestaande onderneming stapt hij in een rijdende trein.

Volgens de Brancheorganisatie Bedrijfsoverdracht Bemiddelaars (BOBB) kent Nederland zo’n 1.000 overnameadviseurs, die potentiële eigenaren adviseren bij hun aankoop.

Een bedrijf kopen is niet voor iedereen weggelegd. „Onze klanten zijn hoogopgeleid, hebben veel werkervaring en een hoge levensstandaard”, zegt Fiona Buruma, senior adviseur van Dutch Dream, een adviesbureau gespecialiseerd in MBI, dat ongeveer 25 overdrachten per jaar realiseert. De ondergrens van de financiële inbreng is 100.000 euro. Hiermee ligt dan wel een overname van enkele miljoenen binnen bereik.

Het kost wat, maar dan heb je ook wat, heeft Yvonne Puts (32) ervaren. Twee maanden geleden kocht zij zich in bij het babymodemerk Ducky Beau, dat 750 verkooppunten heeft in 24 landen. Daarvoor was zij projectmanager op de marketingafdeling van een groot farmaceutisch bedrijf. „Ik ondervond hoe het systeem van bureaucratie bij multinationals werkt. Ik wilde zelf beslissingen nemen.” Bovendien voelde zij zich niet thuis in de heersende strak-in-het-pakcultuur. Puts: „Ik heb me toen verdiept in ondernemerschap. Ik dacht: dat kan ik ook.”

Puts volgde workshops in ondernemerschap en schakelde Dutch Dream in. Nu bemant ze, gekleed in jeans en omringd door foto’s van lachende baby’s, haar nieuwe kantoor in Sliedrecht. „Ik ben vrouw, dus vind kleding toch interessanter dan schroefjes en moertjes.”

De laatste jaren is het aantal bedrijfsovernames in het midden- en kleinbedrijf sterk toegenomen: van 5.000 tien jaar geleden naar circa 18.000 in 2006. Een kwart van de overnames geschiedt door middel van management buy-in. Volgens Buruma van Dutch Dream heeft dit te maken met trends aan de kant van de koper. „Er komen meer hoogopgeleiden op de arbeidsmarkt, die te weinig voldoening halen uit loondienst, waar driekwart van de besluiten boven hun hoofd wordt genomen.”

Aan de kant van de verkoper is de populariteit van de MBI-overnames te verklaren door de toenemende vergrijzing. „Veel babyboomers met een eigen bedrijf gaan de komende jaren met pensioen”, verklaart Buruma. „Het is nu eenmaal niet meer vanzelfsprekend dat mensen zes kinderen krijgen en dat de zoon de vader opvolgt.”

Daarnaast zijn er ook steeds minder ondernemers die hun leven lang aan hetzelfde bedrijf verbonden willen blijven.

Zo ook John van den Herik (44), de voormalig eigenaar van Ducky Beau. Hij zag het bedrijf niet als levenswerk, maar als „een kindje, dat groot genoeg is om op eigen benen te staan”. Hij richtte het merk tien jaar geleden samen met zijn vrouw op. Toen hij Ducky Beau door de oprichting van een ander label niet meer genoeg kon geven, besloot hij een opvolger te zoeken.

Net als bij een blind date is ‘de klik’ bij een geslaagde ondernemersmatch de doorslaggevende factor. „Toen John en ik elkaar voor het eerst ontmoetten, dacht ik dat we over cijfertjes zouden gaan praten”, zegt Puts. „Maar het werd meer een kennismakingsgesprek: wie ben jij en wat verwacht je?”

Diezelfde avond kreeg ze een sms’je van Van den Herik. „Hij schreef dat hij er een goed gevoel bij had. Ik voelde hetzelfde.”

Dat gevoel van wederzijds vertrouwen is volgens Puts het belangrijkst. „Je moet elkaar niet het vel over de oren willen trekken.”