Nucleair ongelukje? Zoiets gebeurt toch iedere dag

Kort na elkaar kwamen er vier incidenten in de Franse media die te maken hadden met kerncentrales.

Toch worden er niet meer foutjes gemaakt dan normaal.

Zomerhype of echt probleem? Vier keer kwam Frankrijk deze maand in het nieuws met incidenten rond nucleaire installaties.

Eerst vloeide 74 kilo uranium weg uit een afvloeibassin van een fabriek in het Zuid-Franse Tricastin die uranium opvangt en verwerkt in de buurt van een kerncentrale. Zonder gevolgen voor de omgeving, volgens de Franse Autorité de sûrété nucléaire (ASN). Maar omdat er meerdere problemen in het functioneren van het filiaal van kernenergiegroep Areva aan het licht waren gekomen, gelastte de ASN wel een gedeeltelijke sluiting van de fabriek. Als ‘bonus’ werden in het grondwater onverklaarde concentraties uranium gevonden, als gevolg van vroegere werkzaamheden.

Nauwelijks was de opwinding gezakt of een nieuw uraniumlek trok de aandacht, in Romans-sur-Isère, in de Drôme. Geen kilo’s, maar grammen dit keer, volgens de ASN in ongevaarlijke doses. Maar wel gedurende enkele jaren, hetgeen een zekere onopmerkzaamheid blootlegde.

Vorige week was het opnieuw raak. In de kerncentrale in Tricastin werden 97 onderhoudsmedewerkers blootgesteld aan een vleugje radioactief materiaal, met een besmetting die – volgens de ASN – zo verwaarloosbaar was, dat ze gekwalificeerd werd als nul op de internationale nucleaire risicoschaal van nul tot zeven.

Vier keer geen gevaar dus, volgens de autoriteiten, maar genoeg voor nieuwe onrust over kernenergie. Bestuursvoorzitter Anne Lauvergeon van Areva, een staatsbedrijf, zei in Tricastin dat haar bedrijf de emotie die het incident daar opriep had „onderschat”. Minister van Energie en Milieu Borloo beloofde dat de controle „geheel doorgelicht” wordt.

Die zorgelijke stemming is ongebruikelijk in Frankrijk. Kerncentrales zorgen voor 80 procent van de elektriciteit, het vertrouwen is steevast hoog, blijkt uit peilingen, en bijna niemand protesteerde toen president Sarkozy dit voorjaar bij een milieuconferentie kernenergie de ‘schone energie’ van de toekomst noemde.

Eindelijk krijgen anti-nucleaire organisaties – want die zijn er wel in Frankrijk – weer eens gehoor. Kranten schreven over ‘de zwarte week’ (Libération) en de ‘zwarte serie’ (Le Monde) van de nucleaire sector. Maar klopt het? Bij toezichthouder ASN is men niet ongelukkig met de aandacht. „De media hebben hun werk gedaan”, zegt de woordvoerder. Maar hij spreekt ook van een „brandpunteffect” van de aandacht – een nette manier om ‘hype’ te zeggen. De uraniumontsnappingen worden door de ASN geclassificeerd als van niveau één op de internationale risicoschaal. Van zulke één-incidenten waren er vorig jaar 86 en in 2006 114. Dit jaar staat de teller op 62. Van niveau nul zijn er jaarlijks tussen de 800 en 900.

Waarom dan al die aandacht? Omdat kernenergie door de debatten over nakende bronnenschaarste meer aandacht krijgt, suggereert de een. Sarkozy probeert over de hele wereld kerncentrales te verkopen. Hij denkt intussen na of staatsbedrijf Areva niet beter kan fuseren met een andere Franse grootmacht (Alstom) of deels naar de beurs kan. Areva-topvrouw Lauvergeon: „Als we iedere keer angst veroorzaken als we transparant zijn, hebben we een probleem.”