Kloof in Genève bleek net niet te overbruggen

Onderhandelingen over een nieuw handelsakkoord zijn gisteravond in Genève na negen dagen mislukt. Een controverse tussen de VS en India bleek onoplosbaar.

‘Geen hulp maar handel’ was de slogan, want dat zou ontwikkelingslanden veel beter helpen zich te ontwikkelen. De Doha Ontwikkelingsagenda heette dan ook het programma waar ministers van Handel mee bezig waren sinds hun vergadering in Doha, de hoofdstad van Qatar, in november 2001. Oorspronkelijk zou deze ronde in 2005 hebben moeten leiden tot een akkoord, maar pogingen tot afronding waren telkens mislukt. En gisteren mislukte het opnieuw.

De prijs is hoog. Een handelsakkoord zou zo’n 130 miljard dollar aan besparingen op invoerrechten op kunnen leveren, aldus een gedesillusioneerde directeur-generaal Pascal Lamy van de Wereldhandelsorganisatie WTO. Tweederde daarvan zou ten goede zijn gekomen aan ontwikkelingslanden die zodoende makkelijker landbouwproducten hadden kunnen afzetten in rijke landen en zo hadden kunnen profiteren van de huidige hoge voedselprijzen.

Juist in tijden van hoge en soms zeer snel stijgende voedselprijzen zou een efficiënter werkende wereldmarkt kunnen bijdragen aan het voorkomen van crises.

De allerarmste landen hadden via een akkoord gegarandeerde toegang tot de markten van rijke landen ‘zonder invoerrechten en zonder quota’ gekregen. Dit is allemaal van de baan, want het was een alles-of-nietsspel deze week. Uit alle continenten is teleurgesteld gereageerd op het mislukken van de onderhandelingen.

De belangrijkste kwesties voor het armste continent zijn de afgelopen negen dagen niet eens besproken, noteerde de Keniase handelsminister Uhuru Kenyatta als vertegenwoordiger van de Afrikaanse groep vanmorgen. „Dit is een teleurstelling voor Afrika”, aldus Kenyatta. „Een markt die wordt verstoord door subsidies [van rijke landen] zal ons blijven achtervolgen.”

Een akkoord had een reductie van subsidies in rijke landen opgeleverd – bijvoorbeeld voor Amerikaans katoen, waar Afrikaanse katoenboeren zwaar onder lijden.

Dodelijk voor de onderhandelingen was uiteindelijk een controverse tussen de VS en India die juist ging over een mechanisme voor ontwikkelingslanden om de eigen landbouw tegen een plotselinge stijging van importvolumes te beschermen. „Het laatste waar we in de huidige tijd [van hoge voedselprijzen] aan moeten denken is een verhoging van de barrières voor de handel in voedsel”, zei de Amerikaanse onderhandelaar Susan Schwab vanmorgen.

Afgelopen vrijdag legde Lamy een compromis voor aan zeven kernlanden: de VS, EU, India, China, Brazilië, Japan en Australië. „Zes landen accepteerden het onderhandelde voorstel van Lamy”, zei Schwab vanmorgen, „het feit dat één land weigerde is de reden dat alles uiteenviel.” Het land waar Schwab op doelde is India.

Zestig uur onderhandelingen volgden, zei Lamy, tot gisteren bleek dat een compromis niet haalbaar was. Het beschermingsmechanisme dat India voorstond zou volgens de Amerikaanse onderhandelaar Susan Schwab geen noodmaatregel meer zijn om arme boeren te beschermen, maar India de mogelijkheid hebben gegeven de eigen markt te sluiten bij een natuurlijke groei van de import.

Andere grote landbouwexporteurs als Uruguay en Paraguay voegden zich maandag bij deze kritiek. Gezien de snelle groei van de import had India drie van de afgelopen zes jaar de markt voor palmolie uit Maleisië kunnen sluiten, stelde Schwab bijvoorbeeld vanmorgen, en Maleisië zou nergens verhaal hebben kunnen halen.

Vervolg WTO: pagina 13

Afrika het meest gefrustreerd over mislukt overleg

WTO

>Vervolg WTO van pagina 1

Afrika het meest gefrustreerd over mislukt overleg

„Het zou een triest commentaar op een ‘ontwikkelingsronde’ zijn geweest als we hier zouden weggaan met hogere handelsbarrières in plaats van lagere”, aldus Schwab. „Het is jammer dat we een ‘ontwikkelingsronde’ niet hebben kunnen afsluiten wegens een kwestie die draait om het garanderen van de middelen van bestaan van arme boeren”, riposteerde de Indiase handelsminister Kamal Nath.

Intussen zijn het echter de Afrikaanse landen die het meest gefrustreerd zijn over de mislukking. Ondanks alle mooie woorden „komen landen hier uiteindelijk alleen voor hun eigen belang op”, constateerde een functionaris van de (WTO) vorige week in de wandelgangen van het hoofdkwartier aan de oever van het Meer van Genève. „Er was wederzijds geen bereidheid meer om concessies te doen”, zei staatssecretaris Frank Heemskerk (PvdA, Economische Zaken) gisteravond per telefoon vanuit Genève. Zonder te willen „zwartepieten”, constateerde Heemskerk dat „de Amerikanen misschien nog niet gewend zijn dat ze het niet meer alleen voor het zeggen hebben”.

Over het algemeen waren de onderhandelaars zeer voorzichtig met het aanwijzen van een schuldige. „Helaas ontmoette een niet tegen te houden kracht een onbeweeglijk object in de onderhandelingskamer”, zei Eurocommissaris Peter Mandelson bijvoorbeeld gisteravond. De Braziliaanse minister Celso Amorim stelde: „Voor een buitenstaander, iemand van een andere planeet, is het onbegrijpelijk dat we na alle vooruitgang hier uiteindelijk geen akkoord hebben weten te bereiken.”

Hiermee blijft de weg open voor een hervatting van de onderhandelingen. Pascal Lamy heeft al gezegd de handdoek niet in de ring te willen gooien, maar met de lidstaten te moeten overleggen voor hij een besluit kan nemen. Er was voor 80 à 85 procent overeenstemming, aldus Lamy. Susan Schwab stelt dat de afgelopen tien dagen in Genève „meer vooruitgang is geboekt dan de afgelopen acht jaar”. „Onze beloften liggen nog altijd op tafel, wachtend op een vergelijkbare respons”, aldus Schwab.

Wel liggen hindernissen op de route. Allereerst de Amerikaanse verkiezingen komende herfst. Een akkoord zal moeten worden gesloten door een nieuwe president, en waarschijnlijk worden onderhandeld door een andere onderhandelaar. Ook zal de Europese Commissie over een jaar van samenstelling veranderen en is er dus een grote kans dat het team van Mandelson en landbouwcommissaris Mariann Fischer Boel gaat verdwijnen.

Pascal Lamy zelf is directeur-generaal tot augustus 2009 en zal binnenkort moeten besluiten of hij nog een termijn wil en kan vervullen. In december moet de procedure voor het aanwijzen van een opvolger beginnen.