Joods cliché gaat satirisch Charlie Hebdo te ver

Links Parijs windt zich deze zomer op over een column in het satirisch blad Charlie Hebdo, waarin een verband wordt gelegd tussen rijkdom, joden en de zoon van de Franse president.

Parijs, 30 juli. - De politieke tekenaar en columnist Siné is 79 jaar oud en al veertig jaar omstreden door provocerende meningen en scheldpartijen. De afgelopen zestien jaar in het weekblad Charlie Hebdo. Deze zomer speelt hij de hoofdrol in een rel die heel intellectueel Parijs bezighoudt en die omgeven is met verontwaardiging en echo’s uit het verleden.

Achtergrond: Philippe Val, hoofdredacteur van Charlie Hebdo, heeft midden juli gebroken met Siné omdat hij, zoals Val het formuleerde, de ‘rode lijn’ van het antisemitisme heeft overschreden in een column over Jean Sarkozy, zoon van de president. Siné gebruikte daarin een cliché dat sinds de negentiende eeuw klassiek is voor Franse antisemitisme: bij joden zijn rijkdom en macht verzekerd. Sarkozy junior zou volgens Siné om die reden hebben „verklaard zich tot het jodendom te willen bekeren voordat hij trouwt met zijn verloofde, joods en erfgename van de stichters van Darty.” Het familiebedrijf Darty is een grote winkelketen die onder meer huishoudelijke apparatuur verkoopt. Conclusie van Siné, die in feite (onjuiste) geruchten overschrijft, Jean Sarkozy, zal „zijn weg wel vinden, in het leven”.

Gevolg: een debat over het nooit verdwenen antisemitisme in sommige Franse linkse kringen – Siné is een verstokte anarchist, die in 1985 al eens veroordeeld is wegens antisemitische uitlatingen.

Maar het is ook een debat over de grenzen van ironie en ernst bij Charlie Hebdo. Het weekblad, dat sterk geworteld is in een libertaire en anticlericale traditie, geldt als bastion voor de vrijheid van meningsuiting. Het publiceerde onder meer de omstreden Deense cartoons over Mohammed. Val heeft altijd benadrukt dat godsdienstige gevoeligheden geen reden mogen zijn om in het debat provocatie te mijden. Soms krijgt hij het verwijt op de grens van een anti-islamhouding te balanceren.

In de affaire-Siné oordeelde Val eenvoudig dat het ‘fundamentele pact’ was overschreden dat de verscheidenheid van meningen in Charlie Hebdo verbindt: geen antisemitisme en geen racisme. Val spreekt zich niet uit over Siné’s denken, maar alleen over de column: niet te rechtvaardigen, en ook niet te verdedigen voor de rechter, oordeelde hij. Hij vroeg Siné excuses aan te bieden, maar de tekenaar weigerde. Zijn laatste, niet in Charlie Hebdo gepubliceerde column, besluit hij met „de strijd gaat door”.

Escalatie dus: op internet gaan intussen petities rond ter ondersteuning van Siné, waaronder duizenden handtekeningen staan, veelal van extreem-linkse signatuur. Ook die van de uiterst linkse ideoloog Daniel Bensaïd en de trotskistische splinterleider Olivier Besancenot, die juist bezig is aan een politieke opmars.

Siné wordt verdedigd met de redenering dat Val zou moeten weten dat Siné „niet echt antisemitisch” is en gewoon graag beledigt. Val zou van de gelegenheid gebruik gemaakt hebben om deze historische figuur, die in de jaren zeventig al betrokken was van de eerste versie van het weekblad, aan de kant te zetten. Ondertussen ontbreekt het antisemitisme niet in Sinégezinde commentaren op internetfora.

De affaire groeit. Gezaghebbende intellectuelen als Bernard-Henri Lévy (links) en Alexandre Adler (rechts), media als Libération en Nouvel Observateur en sinds gisteren ook minister van Cultuur Albanel scharen zich achter Val. „De tekening en de uitlatingen van Siné verwijzen naar clichés en karikaturen uit een andere tijd die men voor altijd voorbij zou wensen”, zegt de minister.

Volgens Bernard-Henri Lévy, in een opiniestuk in Le Monde, gaat de affaire niet over de vraag of Siné nu wel of niet ‘echt’ antisemitisch denkt. De alarmbellen horen te rinkelen bij zulke directe echo’s uit het Franse antisemitische verleden. Lévy vermoedt dat modieus, extreem-links, anti-Sarkozysme juist óók een antisemitische grond heeft. Waarmee het debat weer even verder kan.