Fluwelige Schwanewilms

Klassiek Orchestre National de Lyon o.l.v. Jun Märkl mmv Anne Schwanewilms, sopraan, Vincent Warnier, orgel. Gehoord: 29/7 Concertgebouw Amsterdam.

Weinig is zó internationaal en universeel als de wereld van de klassieke muziek. Neem het Robeco Zomerconcert, gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw, door het Orchestre National de Lyon. Het Franse orkest werd in Franse en Duitse muziek geleid door chef-dirigent Jun Märkl, de Japans ogende zoon van een Duitse violist en een Japanse pianiste. Märkl is ook chef van een orkest in Leipzig en kreeg les van de Roemeen Sergiu Celibidache, de Amerikaan Leonard Bernstein en de Japanner Seiji Ozawa.

Prachtig in Japanse sfeer klonken de openingspassages van Debussy’s symfonische suite Printemps. Het Franse impressionisme transformeerde in een transparante Japanse aquarel met flarden vluchtige exotiek in snelle streken, bescheiden tussen pianissimo en mezzoforte. Verderop werd het iets steviger, daar deden kleur en sfeer denken aan een schilderij met waterlelies van Monet.

Bijzonder sfeervol waren ook de Vier letzte Lieder van Strauss, met de zeer beroemde en vrijwel ideale Strauss-sopraan Anne Schwanewilms als soliste. Op een enkel iets te hard en te scherp nootje na, bereikte de fluwelig en intens zingende Schwanewilms moeiteloos de eindeloos melancholieke vervoering van het afscheid van het leven. Schwanewilms’ stem leek voort te komen uit het orkest, net zoals omgekeerd de lyrische vioolsolo in Beim Schlafengehen een instrumentaal gezongen, woordloze strofe is. Ook aan het slot was er de ideale integratie van orkest en zangers: in de frase ‘Ist dies etwa der Tod?’ smolt alle Weltschmerz samen. Het publieke succes was ovationeel.

In de Orgelsymfonie van Saint-Saëns versmolten op ideale wijze het orkest en het orgel, bespeeld door Vincent Warnier (1968), een jonge vertegenwoordiger van de imponerende Franse orgelschool, opgeleid door o.a. Marie-Claire Alain. De muziek van Saint-Saëns, zelf de meester van de melodieuze melodie, vat hier de internationale 19de eeuw samen: van Berlioz via Wagner naar Tsjaikovski. Ook hier bewaarde Märkl perfect de balans en integreerde het orgel als een extra sonoor blaasorkest, boven de musici op het podium uitstijgend.