De politicus en zijn slagzin

Na zijn geslaagde buitenlandse tournee wekt Barack Obama in versneld tempo de verwachting dat hij de grote redder zal zijn. Hij wordt vergeleken met John F.Kennedy en Ronald Reagan, die in benarde tijden de natie weer uit het dal hebben geholpen.

In de laatste jaren van het bewind van president Eisenhower waren de Amerikanen ook ten prooi aan zo’n mismoedigheid. In 1957 had de Sovjet-Unie de Spoetnik gelanceerd, de eerste aardsatelliet. De Russen lagen voor, ze waren bezig de ruimterace te winnen. Het Amerikaanse onderwijs en de wetenschap dreigden te worden ingehaald. ‘I want this country moving again,’ zei Kennedy.

De stagnatie bleek mee te vallen. In menig opzicht was Eisenhower een uitstekende president, maar in de laatste jaren van zijn tweede ambtstermijn had hij het historisch tij tegen. Kennedy’s leuze had succes. Op 26 juni 1963 heeft hij zich met zijn ‘Ich bin ein Berliner’ onsterfelijk gemaakt. Hij zei het op de juiste plaats, op het beste ogenblik.

Richard Nixon had misschien als redder de geschiedenis in kunnen gaan. Onder zijn presidentschap daagde het einde van de oorlog in Vietnam. In 1972 werd hij herkozen, maar hij strandde in het schandaal van Watergate. Van hem leeft één historische uitspraak voort: ‘I’m not a crook.’

Ook Ronald Reagan verscheen met een slagzin op het politieke toneel: ‘Its morning again in America.’ Tijdens het bewind van zijn voorganger Jimmy Carter had zich in 1979 de tweede oliecrisis voltrokken nadat de Sjah van Perzië, Amerika’s bondgenoot, was afgezet. Daarna werd het personeel van de Amerikaanse ambassade in Teheran gegijzeld. Een bevrijdingspoging mislukte doordat de helikopters van de reddingsbrigade boven de woestijn tegen elkaar vlogen. Na 444 dagen gijzeling werden de Amerikanen bevrijd.

Ook Carter was geen slechte president, hij heeft zich verdienstelijk gemaakt bij de oplossing van het Israëlisch-Palestijnse probleem; vergeefs weliswaar, maar toen heeft het er korte tijd veelbelovend uitgezien. In het grote beleid van de Koude Oorlog heeft hij geen kardinale fouten gemaakt, geen catastrofes aangericht. Maar ook hij had het tij tegen en geen memorabele slagzin.

Reagan werd de volgende nationale redder. Die reputatie bevestigde hij in Berlijn met de historische uitspraak: ‘Mister Gorbatsjow, tear down this wall.’ De Muur viel en daarmee was Reagan de overwinnaar van de Koude Oorlog geworden. Een wat geflatteerde voorstelling van zaken. Eerder heeft de grote vijand van veertig jaar zichzelf in desorganisatie en stagnatie verslagen, maar in momenten van een dergelijke historische triomf worden nu eenmaal geen kritische kanttekeningen geplaatst. Dan telt alleen het resultaat. Ook Reagan heeft op deze juiste ogenblikken de juiste dingen gezegd en gedaan, en daarmee uit.

Kan Barack Obama de nieuwe nationale redder worden? Als hij president wordt krijgt hij de nalatenschap van George W.Bush. Die verschilt principieel van wat zijn presidentiële voorgangers hun opvolgers hebben nagelaten. Bush is bij de aanvaarding van zijn presidentschap onmiddellijk begonnen als een revolutionair. Hij zegde het klimaatverdrag van Kyoto op en liet weten dat bondgenootschappen voortaan van secundair belang waren.

Na de aanval van 11 september 2001 heeft hij dit beleid consequent volgehouden. ‘Wie niet voor ons is, is tegen ons’ is bijna acht jaar zijn leidend beginsel geweest. In de praktijk van de buitenlandse politiek betekende dit een radicaal unilateralisme, waarin bondgenoten alleen mochten meedoen als ze de rol van ‘jabroer’ speelden of bereid waren nóg meer hun best te doen dan de meester zelf. Zoals Tony Blair.

Ook president Bush heeft een historische uitspraak gedaan. Op 1 mei 2003 kondigde hij, gekleed in een pilotenpak op het vliegdekschip Abraham Lincoln, ‘the end of major operations’ aan. De echte oorlog en de verwoesting van half Irak moesten toen nog beginnen, en behalve deze had hij nog een paar vergissingen gemaakt: de strijd in Afghanistan was lang niet afgelopen, Palestijnen en Israëliërs konden niet aan hun lot worden overgelaten, Iran was niet van de kaart verdwenen nadat het door het Witte Huis tot lid van de As van het Kwaad was verklaard. Enzovoort.

The Economist van deze week heeft op zijn omslag een tekening van het Vrijheidsbeeld. Miss Liberty is op haar sokkel gaan zitten, het hoofd in de hand gesteund. De fakkel van de vrijheid heeft ze op de grond gelegd. Unhappy America. In het bijbehorend hoofdartikel wordt een overzicht gegeven van de zee van plagen waaraan Amerika bijna acht jaar na het begin van dit presidentschap het hoofd moet bieden. Van de uitzichtloze oorlogen tot de huizencrisis, de olieschaarste, tot het begrotingstekort van 482 miljard dollar, het verlies van prestige door Abu Ghraib en Guantánamo, de opkomende machten in Azië.

De oorsprong van al deze misère – dat staat er niet zo duidelijk in – is de blinde en consequente overschatting van de Amerikaanse macht door de president en zijn neoconservatieve raadgevers. Dat heeft niets met ‘Bush-bashing’ of anti-Amerikanisme te maken. Door Amerikaanse critici is de afgelopen acht jaar een bibliotheek over Bush c.s. vol geschreven. Jammer genoeg heeft weinig tot niets daarvan de Nederlandse neo’s bereikt.

Obama heeft zich in de verkiezingsstrijd beroemd gemaakt met een slagzin, of liever slagkreet: Change! Hij heeft de landen in oorlog bezocht, is bij de bondgenoten op bezoek geweest. Dat is een goed begin. Na de radicale sloop is het aan de volgende president met een radicale wederopbouw te beginnen.

John McCain heeft nog geen slagzinnen. Zoals het er nu uitziet, lijkt hij voor een vage continuïteit te opteren. Dat kan voor binnenlands gebruik voldoende zijn; voor de rest van de wereld is het lang niet genoeg. En daarom geef ik mevrouw Bussemaker wel enigszins gelijk, al had ze van de Nederlandse weldenkende gemeente haar mond moeten houden.

Reageren via nrc.nl/hofland. Lees ook conservatieve kritiek op Obama’s rede in Berlijn op nrc.nl/wereld