Als luchtvaartmaatschappij Iberia maar Spaans blijft

British Airways zag Iberia als overnameprooi. Dat stuitte op Spaans verzet. Nu er sprake is van een fusie tussen gelijken, lijkt de kans van slagen groter.

Voor kenners is het waarschijnlijk geen verrassing dat wij met Iberia onderhandelen over een fusie, zei Willie Walsh, de bestuursvoorzitter van British Airways, gisteren. De Ier heeft gelijk. Al jaren lonkte British Airways tevergeefs naar Iberia. Gisteren was het raak.

Dit is geen overname maar een fusie tussen gelijken. Dat was de boodschap die Walsh en Fernando Conte, de topman van Iberia maar niet genoeg konden herhalen gisteren. British Airways blijft als merk bestaan, Iberia blijft als merk bestaan, maar de twee zullen een gezamenlijke balans en winst- en verliesrekeningen hebben. British Airways en Iberia willen een holding opzetten die alle aandelen van de twee beursgenoteerde bedrijven opkoopt.

Dit is een andere gang van zaken dan de overname van KLM door Air France. Toen kocht Air France de uitstaande aandelen van KLM. Iberia-topman Conte noemde de fusie uniek. „Wij zijn de eerste twee luchtvaartmaatschappijen die vol gaan fuseren.”

De samensmelting zou de op twee na grootste luchtvaartmaatschappij ter wereld opleveren. Het fusiebedrijf zou met 443 vliegtuigen jaarlijks 65 miljoen passagiers kunnen vervoeren. Zonder ontslagen zou het bedrijf 64.500 werknemers tellen. Alleen Air France-KLM en Lufthansa blijven groter.

Vorig jaar vervoerde Iberia 32 miljoen passagiers met 198 vliegtuigen naar 109 bestemmingen. De luchtvaartmaatschappij heeft vooral veel landingsrechten in Latijns-Amerika. British Airways vervoerde vorig jaar 33 miljoen passagiers met 245 vliegtuigen naar 154 bestemmingen. De Britten vliegen naar veel Noord-Amerikaanse en Aziatische steden. „De bedrijven vullen elkaar goed aan”, zei Conte. „Er zit weinig overlap in onze bestemmingen.”

Bestuursvoorzitter van British Airways Walsh zei in een persverklaring dat de tijd rijp is voor overnames in de luchtvaartindustrie. Schaalvergroting is voor veel luchtvaartmaatschappijen noodzakelijk. Deskundigen verwachten dat de luchtvaartmaatschappijen onder druk van de sterk toegenomen brandstofkosten en afnemende passagiersaantallen steeds meer steun bij elkaar zullen moeten zoeken.

De drie grootste maatschappijen, Air France-KLM, British Airways en Lufthansa, strijden de laatste jaren om kleinere Europese maatschappijen als Iberia in te lijven. Maar ook private-equitybedrijven aasden op de Spaanse maatschappij.

In maart 2007 opende de de Texas Pacific Group (TPG), de strijd om Iberia door 3,4 miljard euro te bieden. Een maand later maakte British Airwas bekend samen met een investeringmaatschappij ook een bod te willen doen. Niet veel later sloot British Airways zich, samen met drie Spaanse investeringsmaatschappijen, aan bij het bod van TPG.

In Spanje werd dit bod met argwaan ontvangen. Voor het bestuur van Iberia was het belangrijk dat de luchtvaartmaatschappij een Spaans bedrijf zou blijven. Anders zouden contracten voor de landingsrechten heronderhandeld moeten worden. Daar hoorde ook de waardevolle vergunningen in Latijns-Amerika bij.

Bovendien vreesde de Spaanse zakenwereld de inwerkingtreding van het Open Skies verdrag. Luchtvaartmaatschappijen zouden dan niet meer gebonden zijn aan vertrek vanuit hun eigen land. Met de komst van British Airways zou Iberia zijn hub kunnen verplaatsen van het Madrileense vliegveld Barajas naar Londen Heathrow.

Air France-KLM bleek ook geïnteresseerd te zijn in Iberia. In september 2007 liet topman Jean-Cyril Spinetta weten dat Iberia een interessant bedrijf was. In tegenstelling tot het noodlijdende Alitialia, is Iberia winstgevend. Bovendien heeft Air France-KLM relatief weinig vluchten naar Latijns-Amerika. Een verband met Iberia had dit kunnen verbeteren. De trans-Atlantische vluchtroutes van het Frans-Nederlandse bedrijf en Alitalia overlapten veel meer.

In november was British Airways al bezig met een boekenonderzoek toen een groep prominente Spaanse zakenlieden uit de bouw- en vastgoedwereld onder de naam Gala Capital bekendmaakte een bod ter waarde van 3,7 miljard euro op Iberia voor te bereiden.

Niet veel later, eind november 2007, trok de groep geleid door British Airways en TPG het bod van 3,4 miljard euro in. Gebrek aan consensus en vriendelijkheid werd opgevoerd als reden. Twee aandeelhouders hadden achter de rug van British Airways om hun aandelen Iberia verkocht aan de spaarbank Caja Madrid, dat toen 23 procent van Iberia in handen had. Die transactie werd gezien als een verkapte vorm van protectionisme: Iberia moest Spaanse blijven.

Daarna werd het rustiger rond Iberia. In maart maakte British Airways bekend in totaal 13 procent van de aandelen in het Spaanse bedrijf in handen te hebben. De aankoop gaf volgens de Britten het „strategisch belang” van hun partnerschap met Iberia weer.

Nu heeft British Airways dus besloten Iberia niet als overnameprooi maar als gelijke te behandelen. Dat lijkt meer vruchten af te werpen. Volgens persbureau Reuters zou Caja Madrid de fusie steunen. Toch moeten Iberia en British Airways overeenstemming bereiken met alle aandeelhouders. Bovendien moeten de mededingingsautoriteit van de Europese Commissie de fusie tussen deze twee Europese grootmachten goedkeuren. British Airways’ topman Walsh denkt dat het kwestie van maanden en niet van jaren is.